Gulden ongenaakbaar ondanks renteverlaging

AMSTERDAM, 22 NOV. De Nederlandsche Bank verraste de geldmarkt vorige week met een verlaging van de voorschotrente met een kwart procentpunt, tot 3,25 procent, het laagste niveau in bijna veertig jaar.

DNB nam die stap onafhankelijk van de Bundesbank. Met de verlaging van de voorschotrente door DNB met een kwart procentpunt onder het vergelijkbare Duitse discontotarief is ruimte gemaakt om de rente op de speciale beleningen te verlagen tot 3,60 procent (was 3,70 procent), hetgeen nodig was om de gulden, die regelmatig onder de 1,12 gulden per Duitse mark noteert, wat wind uit de zeilen te nemen, maar gezien de nog verdere versterking van de gulden sindsdien lijkt deze opzet matig geslaagd.

Zoals bij de vorige weekstaat vermeld, leek de Nederlandse geldmarkt al wat op een renteverlaging vooruit te zijn gelopen. Sinds vorige week zijn de rentetarieven nog maar in beperkte mate verder gedaald. De driemaandsrente op de Nederlandse geldmarkt bedroeg gisteren 3,77 procent. Dat is 8 basispunten (honderdste procentpunten) lager dan een week geleden. De vergelijkbare Duitse rente ligt op 4 procent. Vandaag maakte de Bundesbank bekend de repotarieven 1 basispunt te verlagen tot 3,97 procent, waarmee zij het beleid van geleidelijk dalende beleningstarieven voortzet.

Omdat de verlaging van de officiële tarieven de geldmarkt al op een lager renteplan bracht, werd de geldmarktruimte sindsdien aan de krappe kant gehouden, zodat daarvan geen extra impuls tot rentedaling uit zou gaan.

Uit de weekstaat blijkt dat de post 's Rijks schatkist met 4,2 miljard gulden is toegenomen. Dit was het saldo van enerzijds de storting op 15 november van de opbrengsten van de laatst uitgegeven staatslening (10 miljard gulden), en anderzijds enkele grote betalingen die het Rijk verrichtte in de afgelopen week. Het betrof hier onder andere aflossingen en rentebetalingen op staatsleningen (een half miljard gulden), betalingen aan woningbouwcorporaties (meer dan 1 miljard gulden) en uitkeringen. Om het verkrappende effect van de toename van het schatkistsaldo op te vangen, mochten de banken hun kasreserve terugbrengen met 2,3 miljard gulden tot nihil en werden daarnaast de toegewezen speciale beleningen vergroot met 1,4 miljard.

Dat toen nog enige liquiditeitsbehoefte resteerde, blijkt uit het toegenomen beroep op de voorschotten in rekening courant. De contingentsbesparing bleef praktisch gelijk op 1,1 procent. Nadat 35,2 procent van de contingentsperiode is verstreken, is 34,1 procent van het toegestane beroep verbruikt. Met ingang van vandaag gaat voor acht dagen de nieuwe kasreserveperiode in, en moeten de banken ruim 4,1 miljard gulden vastzetten. Hiermee wordt tegenwicht geboden aan de verwachte betalingen van het Rijk in de lopende week.

Bron: Economisch Bureau ING Groep