Franse studenten eisen een stoel

De Franse minister van onderwijs, François Bayrou, heeft vanmiddag een 'reddingsplan voor de universiteiten' aangekondigd. Het belooft veel dialoog en weinig geld. Gisteren gingen 100.000 studenten in universiteitssteden door heel Frankrijk de straat op. Een van de universiteiten waar het a-politieke protest steeds feller wordt is Aix-en-Provence. Ook daar gaat de strijd om een stoel, een docent en een toekomst.

AIX-EN-PROVENCE, 22 NOV. “Driehonderd derdejaarsstudenten geschiedenis trokken vorige maand in deze zaal een lotje om vijftig plaatsen in een werkgroep te verdelen. In andere colleges geldt: wie een stoel heeft, mag blijven. Het is hier een studiepuntenbazar geworden.” Dat zegt Hamard Morgan, een van de 22.000 studenten in de faculteit Letteren en Menswetenschappen in Aix-en-Provence, die oorspronkelijk werd gebouwd voor 8.000 studenten.

5.000 studenten gingen gisteren de straat op en bezetten het stadhuis van de Zuidfranse universiteitsstad. Het was onderdeel van de manifestatie die in heel Frankrijk meer dan 100.000 studenten op de been heeft gebracht. Allemaal vragen zij om hetzelfde: een zaal waar iedereen in kan, met een docent er voor en een toekomst er na.

François Bayrou, de Franse minister van onderwijs, heeft al zijn politieke evenwichtskunst als christen-democraat nodig om te zorgen dat de golf van studentenprotest, die al weken aanzwelt, het fragiele herstel van vertrouwen in de regering-Juppé niet overspoelt. Vanmorgen verdedigde hij een noodplan voor de universiteiten in de ministerraad. Maar het is niet gemakkelijk twintig jaar achterstand in een bezuinigingsjaar weg te werken.

Frankrijk heeft het ideaal van 'hoger onderwijs voor velen' verder in praktijk gebracht dan veel andere landen. Met 2,2 miljoen studenten aan het hoger onderwijs is van de huidige generaties schoolverlaters meer dan de helft ingeschreven aan een universiteit of hogeschool. Vergeleken met de 340.000 studenten in Nederland (waarvan 140.000 universitair) geeft dat een ander beeld - er zijn vier keer zo veel Fransen als Nederlanders.

Gérard Dufour, vice-president van de Université de Provence (Aix en Marseille I), heeft zelf de fameuze studentenrevolte van 1968 in Parijs meegemaakt. Hij ziet het verschil tussen toen en nu: “Toen was een van de leuzen 'Wees realistisch, eis het onmogelijke'. Dat gebeurt nu weer, met één belangrijk verschil. In '68 eiste de studentenbeweging sociale hervormingen, een radicale verandering van het dagelijks leven, de zeden. Nu gaat het om stoelen, gebouwen, docenten, secretaresses, om geld. De studenten zijn bezorgd over hun toekomst. Zij dromen niet, maar dat kan nog komen.”

Het protest kwam in oktober op gang in Rouen. Sindsdien is het virus overgeslagen naar Straatsburg, Marseille, Aix en Provence, Marne-la-Vallée, Nice, Toulouse, Bordeaux, Montpellier en sinds vorige week naar de meeste Parijse universiteiten. De eisen zijn steeds hetzelfde: beter onderwijs, meer docenten, voldoende boeken, zalen waar de studenten voor één college tegelijk in kunnen, meer uitzicht op een baan na afloop.

Frankrijk krijgt iedere herfst de rekening gepresenteerd van een beleid dat onbeperkt hoger onderwijs voorstaat voor iedereen die een eindexamen (bac) van het lycée heeft gehaald. Lionel Jospin gaf als socialistisch minister van onderwijs in het begin van de jaren '90 een dynamische koers aan met het Plan Université 2.000. Onder zijn leiding groeiden de begrotingen voor hoger onderwijs in '91, '92 en '93 met 11, 12 en 9,3 procent. Dat was alleen nog maar om achterstanden in te halen. Sindsdien hebben de centrum-rechtse regeringen de kraan weer dichter gedraaid.

Vooral op de nieuwe provinciale universiteiten, zoals in La Rochelle, prachtig gelegen aan zee, Marne-la-Vallée en Amiens, en de betonnen leerbunkers rondom Parijs is de sfeer betrekkelijk grimmig. Daar is veel te weinig geld voor wetenschappelijk onderzoek en geen universitaire traditie. Teleurgestelde studenten spreken van 'parkeer-universiteiten' waar men de onafwendbare tocht naar het arbeidsbureau rekt.

Toch is het niet allemaal voor niets geweest. In de jaren '60 had een Frans arbeiderskind 28 keer minder kans de universiteit te bereiken dan een kind van ouders werkzaam in het onderwijs of uit de middenklasse bij overheid en bedrijfsleven. Nu heeft die zoon of dochter uit een arbeidersmilieu nog maar 7 keer minder kans op een universitaire studie. Dat is niet alleen van belang uit het oogpunt van status. Van degenen die hebben gestudeerd, heeft na twee jaar 11,5 procent geen werk, terwijl het landelijk gemiddelde voor jongeren boven de 20 procent is.

Presidentskandidaat Jacques Chirac was het allemaal niet genoeg. Hij behaalde successen bij de jeugd door te zeggen dat de 'sociale lift' kapot was. Hij beloofde een 'studenten-statuut', inmiddels een jaar uitgesteld. Maar ook voor hem is de rekening voor Frankrijks sociale idealen, met een jaarlijkse groei van de studentenbevolking van rond de vijf procent, te hoog. Ook dit najaar werden eerstejaars colleges in tenten gegeven en wachtten honderden studenten weken voordat zij een docent tegenkwamen. Door verkeerd begrepen berichten van de arbeidsmarkt gingen zij en masse hoger beroepsonderwijs in de gymnastiek volgen zonder dat er bokken, ringen en voorbeeldgymnasten zijn.

De studenten in Rouen en Metz hebben inmiddels hun zin gekregen. In Metz hielden zij vorige week de plaatsvervangend 'directeur du cabinet' van minister Bayrou een middag vast. De betreffende topambtenaar belde onder benarde omstandigheden naar Parijs, waarop de bewindsman persoonlijk aan de telefoon kwam. Om de studenten later tegemoet te komen met meer docenten en geld dan hij van plan was.

Dat heeft het vuur intussen verder aangewakkerd. Voor volgende week donderdag is de volgende landelijke manifestatie aangekondigd. Ook dan waarschijnlijk in een a-politieke sfeer, die het de politiek extra moeilijk maakt de redelijkheid ervan te ontkennen. Edouard Balladur begon in 1994 zijn langzame val door de sterk gepolitiseerde protesten tegen de afschaffing van het minimumjeugdloon. Gieda Saint Amour di Chonoz, een van de actieleiders in Aix, vertelt dat van het begin af aan is gewaakt tegen het overnemen van de beweging door de studentenbonden: “Wij zijn niet links of rechts. Het gaat om de strijd tegen de wantoestanden aan de universiteiten.” Dat veel studenten in mei voor Jacques Chirac hebben gestemd, spaart hem nu allerminst. “Wij waren niet vóór hem, maar tegen links”, zegt derdejaars Sandrine Rebuffini, onder instemmend knikken van vier medestudenten.

Vice-president Gérard Dufour erkent dat de studentenacties Aix al heel wat hebben opgeleverd: meer rijksgeld voor beurzen, nieuwe docenten en snellere nieuwbouw. Dat is hem vanzelfsprekend welkom, “maar universiteiten kunnen natuurlijk niet gefinancierd worden door middel van een protest-competitie”. Op de vraag of Frankrijk zich deze aantallen studenten kan veroorloven reageert hij even formeel als direct: “Het is aan de politiek en het Franse volk daarop te antwoorden. Ik kan als gekozen universiteitsbestuurder niet zeggen of we minder geld aan kernproeven moeten uitgeven, al is daar wat voor te zeggen, maar ik ben er wel van overtuigd dat de faculteiten Letteren en Menswetenschappen, die de helft van de Franse leraren opleiden, van vitaal belang zijn voor de toekomst van dit volk. Als die slecht zijn opgeleid, zullen zij slecht gevormde generaties Fransen afleveren.”