Econologie: de paarse symbiose van milieu en economie

Minister De Boer (milieubeheer) kondigde vanochtend, bij de behandeling van haar begroting in de Tweede Kamer, een grootscheepse integratie van milieu en economie aan. Een half jaar geleden werd het nationale milieu-debat uitgebreid met het woord 'econologie', een samentrekking van economie en ecologie. “Weer een begrip”, verzucht milieu-econoom Opschoor. “Het wachten is op een concrete invulling.” Dat gaat moeizaam. “Het is schuifelen in een donkere gang om samen te proberen het lichtknopje te vinden.”

Econologie, daar geloof ik in. Het paarse beleid moet een symbiose worden van economie en ecologie.” Minister Hans Wijers kreeg begin maart een spontaan applaus toen hij tijdens een openbaar college aan de Universiteit van Amsterdam de missie van zijn departement aan studenten uitlegde. Een paar dagen eerder had de minister van Economische Zaken het begrip econologie gelanceerd tijdens een D66-congres. “Dit kabinet en deze partij staan voor twee grote, maatschappelijke uitdagingen, waarvoor geen makkelijke, pasklare oplossingen klaar liggen. Twee problemen waartussen interaktie optreedt, en die gemeen hebben dat op de korte termijn beslissingen gevraagd worden die op de lange termijn, voor onze kinderen, voor de generaties na ons, grote consequenties hebben”, zo hield de minister zijn partijgenoten voor. “En als we er niet in slagen binnen deze kabinetsperiode fatsoenlijke oplossingen te vinden, falen we naar mijn mening als kabinet en als partij. Ik heb het over werk en milieu. (...) Over economie en ecologie”, zei Wijers. Econologie, dus.

Na ruim een half jaar duikt het begrip steeds vaker op in de milieu-discussie. “We hebben het vorige week opgenomen in het bestand van nieuwe woorden”, zegt Ton den Boon, redacteur bij Van Dale's woordenboek. De kans is groot dat het woord 'econologie' in de volgende editie van het 'Groot woordenboek der Nederlandse taal' komt. “Dan wordt ook een definitie gemaakt, want de inhoud van een nieuw woord kan in de loop der tijd nog wel eens veranderen.”

“Weer een begrip”, verzucht milieu-econoom Hans Opschoor. De hoogleraar vindt het woord “op zich wel grappig”. Zelf schrijft hij een column onder de titel 'ecolonomie', in het blad Milieustrategie. “We spelen dus kennelijk op hetzelfde veld, op het raakvlak van economie en milieu. Maar het wachten is op een concrete invulling. De beleidsdaad bij het woord voegen.”

Opschoor, werkzaam aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, tevens voorzitter van de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek, is niet erg onder de indruk van het milieu-beleid van het kabinet-Kok. “Ik had verwacht dat PvdA en D66 zich sterk zouden maken voor het milieu, maar dat valt zwaar tegen. Minister De Boer heeft geen vliegende start gemaakt. Ze gaat teveel op de harmonie-tour, waardoor ze het loodje legt. Het zijn vooral mooie woorden.”

Bij dat laatste doelt Opschoor op het boekje 'Milieu, ruimte en wonen. Tijd voor duurzaamheid' van milieu-minister Margreeth de Boer. De hoogleraar prijst de benadering van de bewindsvrouw, die het milieu als een voorraad beschouwt die zorgvuldig beheerd moet worden. In het boekje bepleit De Boer meer aandacht voor het milieu als onderdeel van politieke besluitvorming. Maar, zegt Opschoor: “Hoe kun je dan de vijfde baan van Schiphol een milieu-baan noemen? Dat is een absolute gotspe.”

Na een paar seconden meewarig het grijze hoofd te hebben geschud, vervolgt hij de reeks: “De A73, boringen in de Waddenzee, de Betuwelijn. Ik kan best leven met een Betuwelijn, maar dan wil ik wel graag zien waar elders, en met dezelfde hardheid, de belangen van het milieu prevaleren. Wat ik nu zie, is dat onder dit kabinet alles gewoon doorgaat, met een klein beetje milieuzorg en een klein beetje groen.”

Op het ministerie van VROM is de term 'econologie' nog in geen enkel document opgedoken. Toch is er eerder dit jaar al een bescheiden, interne tentoonstelling aan gewijd. Dat gebeurde bij de feestelijke herdenking van vijftig jaar ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu, indertijd begonnen als het departement van openbare werken en wederopbouw. Ter gelegenheid van datzelfde lustrum presenteerde VROM-minister De Boer het boekwerkje over de toekomst van het milieubeleid, naar de kleur van de omslag op het departement inmiddels het 'groene boekje' genoemd.

Volgens De Boer zal haar ministerie de komende jaren “enorme inspanningen en creativiteit aan de dag moeten leggen”, om vraagstukken op het gebied van energie, biodiversiteit en ruimtebeslag de baas te worden. Er zullen, zei ze op het lustrum-feest, aanpassingen in onze manier van leven, in de economie en technologische innovaties nodig zijn, in antwoord op “problemen die ons dreigen te ontglippen”. Drie maanden later stond in de begroting: “Het vinden en benutten van de kansen die de integratie van milieu en economie biedt, is een zoektocht.”

Die zoektocht is nog maar net begonnen. De meest concrete maatregel tot nu toe is de reservering van 45 miljoen gulden voor onderzoek naar 'EET': economie, ecologie en technologie. Daarnaast wordt er gewerkt aan een studie naar 'duurzame economie', die aan het einde van dit jaar klaar moet zijn. Vanmorgen kondigde minister De Boer aan dat er volgend jaar mei een congres over 'economie en ecologie' komt, dat later moet leiden tot een beleidsvisie over milieu en economie.

In plaats van een 'zoektocht', heeft Gerard Keijzers, directeur strategische planning en een van de belangrijkste auteurs van het 'groene boekje', het over “schuifelen in een donkere gang”. “En dan denken ze bij EZ dat ze over de deurmat zullen struikelen, terwijl wij bang zijn dat we het einde van de gang niet zullen halen. Dus waar het om gaat, is dat we samen proberen het lichtknopje te vinden.”

Op de afdeling van Keijzers zijn alle 35 medewerkers nu met 'econologie' bezig. De banden met EZ zijn aangehaald. Het schaarse overleg van vroeger is vervangen door regelmatige bezoeken over en weer. Een interdepartementale stuurgroep 'econologie' is in de maak. Het is, denkt Keijzers, een gevolg van het 'paarse kabinet', waar milieu minder dan vroeger als bedreigend wordt gezien. Maar het is ook, onderstreept hij, een verdienste van VROM, “dat we nu het vertrouwen van EZ hebben gewonnen”. “Want daar hebben we de afgelopen jaren keihard aan gewerkt.”

In de begroting van VROM, vandaag in de Tweede Kamer behandeld, staat dat het goed gaat met het milieu. Lucht, water en bodem zijn schoner geworden. Op COen stikstof na, neemt de uitstoot van vervuilende stoffen niet meer evenredig toe met de groei van de economie. VROM, vindt Keijzers, heeft bewezen dat de economie niet slechter wordt van het milieu, “nog niet een tiende procent”. Er zijn zeventien convenanten en dertig meerjarenafspraken met het bedrijfsleven gesloten. “Het heeft tijd gekost, maar nu is het dan zover dat we duidelijk kunnen maken dat het milieu niet een belemmering, maar een essentiële voorwaarde voor de economie van de toekomst is.”

Opschoor is minder optimistisch. “Het groene geweten is maar een dun laagje vernis.” In een periode van hoge economische groei krijgt het milieu altijd meer aandacht dan in een periode van stagnatie. “Als er hoogconjunctuur is, moet je de paaltjes diep de grond in slaan, in de hoop dat ze bij de storm van de laagconjunctuur niet allemaal weer uit de grond worden gerukt.”

De milieu-econoom deelt de visie van het ministerie dat economische groei niet ten koste van het leefmilieu hoeft te gaan. In 1987 kwam de commissie-Brundlandt in het rapport 'Our common future' al tot de conclusie dat milieu en economische groei niet tegengesteld zijn, in het eerste NMP werd hetzelfde geschreven. Opschoor: “In schone sectoren zou ik zeggen: hoe meer groei hoe liever. Alleen moet je mensen en bedrijven dwingen, als je wilt dat ze de energiebesparende en milieuvriendelijk kant opgaan.”

Intussen is de milieu-markt booming, zo blijkt uit een onlangs gepubliceerd onderzoek dat het bureau Arthur D. Little in opdracht van Economische Zaken uitvoerde. In 1992 bedroeg de omzet 210 miljard dollar, voor 2000 wordt een bedrag van 370 miljard dollar voorspeld. “We praten dan over een markt die vergelijkbaar is met de farmacie of luchtvaartindustrie”, aldus de onderzoekers. De grootste markten zijn te vinden bij voorlopers op milieugebied als Duitsland en Japan.

Maar, zegt Opschoor: “De adoptie van nieuwe technologiën door bedrijfsleven en huishoudens bevorder je door er een duidelijk prijssignaal aan te verbinden. Ik denk dan aan vergroening van het fiscale stelsel, bijvoorbeeld via een energieheffing. Dan geef je het begrip econologie handen en voeten.” De invulling van de energieheffing zoals die onlangs door de Tweede Kamer is gefiatteerd, kan echter niet op zijn sympathie rekenen. “Die is niet echt effectief”, is zijn oordeel. “De heffing is alleen gericht op kleinverbruikers, en te gering van omvang. Het tikt niet aan in de portemonnee”.

In tegenstelling tot milieu-ambtenaar Keijzers, hekelt Opschoor het gebruik van convenanten, waarbij hij onder meer verwijst naar een onlangs verschenen rapport van de Algemene Rekenkamer, die concludeerde dat veel convenanten hun doel voorbijschieten. De afspraken tussen overheid en bedrijfsleven zouden te vrijblijvend zijn. “Het sanctiemiddel ontbreekt”, constateert ook Opschoor. “Een overheid die de rug recht houdt en met open vizier strijdt, kan veel bereiken. Dan hoef je niet te werken met 'You're ok, I am ok'-achtige convenanten. Ik vind de Nederlandse overheid wankelmoedig en zwabberig. Nederland, en dus ook de milieu-discussie, worden verlamd door de consensus-opstelling”.

Gevraagd naar een alternatief, noemt de milieu-hoogleraar Californië. De overheid van deze Amerikaanse staat heeft strenge eisen geformuleerd ten aanzien van de emissie van schadelijke stoffen, “en iedereen weet dat de overheid daaraan vasthoudt”. Dat heeft een geweldige impuls gegeven aan de produktie van auto's die minder schadelijk zijn voor het milieu. En de Californische overheid stimuleert de handel in emissie-rechten, aldus Opschoor. Econologie in de praktijk.

Bij de verhandelbare vervuilingsrechten stelt de overheid een maximum aan vervuiling, dat in de loop van de tijd daalt. Deze hoeveelheid vervuiling wordt in stukjes aan individuele vervuilers verkocht, of gegeven. Die gebruikers kunnen hun rechten gebruiken of verkopen, zodat er een marktprijs ontstaat. “Je moet de prijs van het milieu kwantificeren, dan kan er een betere afweging plaatsvinden”, aldus Opschoor. Deze benadering klinkt ook door in de regeringsverklaring van het paarse kabinet. “De maatschappelijke kosten van milieubelastende activiteiten zullen beter in de prijs tot uitdrukking worden gebracht”, zei premier Kok op 31 augustus 1994.

In veel landen breken beleidsmakers en milieu-activisten zich het hoofd over de vraag hoe het duurzaam bruto nationaal produkt, de indicator voor economische groei, kan worden berekend. De huidige methode van berekening stamt uit de jaren dertig, toen er nog volop goedkope grondstoffen waren, en regeringen zich niet druk maakten over milieu-problemen. Bij een 'groen-bnp' is de economische groei gecorrigeerd voor milieuvervuiling. Maar, relativeert Opschoor: “Een groen-bnp is een instrument, geen doel op zich. Je moet de nationale boekhouding op orde krijgen, maar daarmee heb je nog geen duurzame economie. Bij grote infrastructurele projecten delft het milieu het onderspit, daar verandert een groen-bnp niets aan.” Vanmorgen kondigde De Boer de totstandkoming van een groen-bnp voor Nederland aan.

Maar ook de milieubeweging heeft twijfels. Een groen-bnp geeft geen informatie over de 'groenheid' van de economie. Zo vindt de vereniging Milieudefensie het, net als Opschoor, zinvoller om te werken met indicatoren als grondstoffenvoorraad en ecologische diversiteit, om de ontwikkeling van de economie te evalueren en in de richting van duurzame ontwikkeling te sturen. Bij Natuur en Milieu, de belangrijkste milieu-organisatie, is deeconologie-rede van Wijers intensief gelezen. In de kantlijn van een exemplaar dat bij de stichting circuleert, staat gekrabbeld: “Samengevat: fantastisch in algemeenheden, maar wat gaat Wijers, het ministerie van EZ, het kabinet nu eigenlijk doen?” Het woordje 'doen' is dik onderstreept.

Ook Natuur en Milieu bereidt zich voor op een toekomst waarin econologie een van de belangrijkste pijlers van het milieubeleid vormt. Samen met Milieudefensie en de vakcentrales CNV en FNV is een 'ecologisch-economische structuurnota' op papier gezet en naar de regering gestuurd. Natuur en Milieu is het afgelopen jaar gereorganiseerd. Er is nu een opdeling naar thema's, waarbij “het belangrijkste thema dat eigenlijk overal doorheen loopt, economie en ecologie is”, aldus voorzitter Ria Beckers onlangs in het eigen blad.

Ook Natuur en Milieu propageert een vergaand technologiebeleid, in combinatie met een vergroening van het fiscaal stelsel. Tegelijk is de milieubeweging er niet gerust op dat van de bevolking inderdaad de “pijnlijke aanpassingen” gevraagd zullen worden, waar minister De Boer het op het lustrum over had. In de aanpak van de mobiliteit bijvoorbeeld, is ook dit kabinet weer niet erg drastisch. En wat te denken van de pietepeuterige ecotax, toch de lakmoesproef voor een kabinet dat een geëconoligiseerde samenleving wil? Eerder werden aanleg van de Betuwelijn en uitbreiding van Schiphol tot grote frustratie van de milieubeweging als 'milieu-besluiten' gepresenteerd.

Bij de milieubeweging is men bang dat VROM zichzelf te veel zal wegcijferen, al was het maar omdat econologie valt onder wat daar 'verinnerlijking' van het beleid wordt genoemd, een term uit de 'beleidslevenscyclus' in vier fasen die VROM hanteert. In de eerste fase, die voortduurde tot onder oud-minister Ed Nijpels (VVD), werd het milieu op de politieke agenda gezet, in de tweede kwam er wetgeving, in de derde, huidige fase wordt de uitvoering overgedragen aan andere ministeries en lagere overheden, en in de vierde moet het milieu de norm zijn.

Econologie, zegt Keijzers, “is de vierde fase”. In die allerlaatste fase heeft het directoraat-generaal voor het milieubeheer (DGM) alleen nog een ondersteunende rol. Ook op VROM vindt op dit moment een reorganisatie plaats, waarbij DGM drastisch wordt afgeslankt. De afgelopen tien jaar is het aantal ambtenaren daar gegroeid van 750 tot 1100. Bij andere ministeries steeg het aantal milieu-ambtenaren in dezelfde tijd van 440 tot 470, bij provincies van 1250 tot 2000 en bij gemeenten van 1500 tot 4000. Bedoeling is dat er DGM'ers gaan werken bij andere ministeries, maar ook dat er in plaats van juristen meer economen en technologisch onderlegde medewerkers komen.

Opschoor hekelt deze ontwikkeling. “Op het punt van de wetgeving zie je een stap terug. Ik ben het met Wijers en De Boer eens dat er gesnoeid kan worden in de regelgeving, maar ik vind dat ze doorschieten. Er worden taken overgeheveld van het rijk naar de lagere overheden, terwijl de greep van de rijksoverheid zou moeten toenemen.”

Keijzers is niet pessimistisch. Op zijn bureau ligt de 'Scientific American' van september, een themanummer over 'energy and environment'. Het gaat over emissie-loze auto's en treinen die vijfhonderd kilometer per uur rijden. Ook in het 'groene boekje' is een lijstje futuristische oplossingen van de milieu-problemen opgenomen. Daarbij, zegt Keijzers, “moet je wel de menselijke maat in de gaten houden”. “Het gaat immers om een zaak als leefbare, schone steden, en om zoiets als een evenwichtige relatie tussen mens en natuur. Maar het gaat ook, onontkoombaar, om een nieuw soort dynamiek. Een uitdaging, met nieuwe kansen voor economie en ecologie.”

In de woorden van Wijers op het D66-congres: “ Wij zijn geen ecologie-fundi's en geen economie-fundi's. (...) Ik geloof niet in Grand Designs, niet in holistische benaderingen, en niet in een algehele integrale Steen der Wijzen. Ik lijd niet aan apocalyptischde ecologische visioenen.”