De gelijkenis van de file

Een groot vraagstuk bereikt in het publiek bewustzijn pas die omvang als er een voldoende aantal mensen is dat er dagelijks hinder van ondervindt, terwijl daarvan nog veel meer mensen op de hoogte worden gesteld. Als, met andere woorden, het stadium van de zelfgenererende propaganda is bereikt. Een goed voorbeeld is het probleem van de files. Iedere werkdag zijn er honderden, misschien wel duizenden die 'in de file zitten'. Het aantal kilometers stilstaande auto's dat ze met elkaar vormen wordt omgeroepen door de radio. Zo weten ook ongetelde luisteraars die hun toestel hebben aangezet om nieuws of muziek te horen dat er een fileprobleem is en dat ze er ook zelf langs een omweg last van hebben.

Het fileprobleem berooft iedere luisteraar dagelijks van een paar minuten muziekgenot of, omgeslagen over het jaar, van ongeveer 31 uur. Kamerleden winden zich op ten overstaan van de minister: dit kost het land jaarlijks vele miljoenen. Niets wordt nagelaten om de verbeeldingskracht aan te spreken. Zo ontstaat langzamerhand het 'maatschappelijk draagvlak' dat noodzakelijk is om meer Nederland te asfalteren. De deskundige, de politicus, ze kunnen beschikken over de vermogens van een helderziende, maar het publiek moet eerst dagelijks door het een of ander ernstig worden gehinderd voor het gaat geloven dat er iets aan moet worden gedaan. Eerst het draagvlak, dan de daad; dat is de eenvoud van de politiek.

Doordat de noden van degenen die in 'oude wijken' van grote steden wonen niet dagelijks door de radio worden omgeroepen, en doordat de anderen die niet in die 'oude wijken' wonen daar ook nooit komen, krijgen de vraagstukken die hier in wording zijn niet het 'maatschappelijk draagvlak' dat voor het begin van een oplossing nodig is. Al heel lang wordt door iedereen met directe ervaring en verantwoordelijkheidsbesef - wijkraden, gemeentebesturen, en ook politie, justitie en reclassering - gewaarschuwd tegen gettovorming in de grote steden en verval van bepaalde buurten in de centra. Van tijd tot tijd verschijnen in de kranten reportages over 'bedenkelijke' of 'onhoudbare' toestanden. Getergde bewoners lopen te hoop en komen in het nieuws. Wie zijn ogen de kost geeft, of alleen maar de moeite neemt een paar tram- of buslijnen eens van begin tot einde te rijden, weet hoe snel de stad verandert, en niet onverdeeld in haar voordeel. Maar weinigen doen dat en dus weten alleen de experts en degenen die er zelf wonen hoe het in die 'oude wijken' is gesteld.

Zeker: er is een bouwreveil. Economische expansie en vernieuwing, de bouw van zakencentra, complete nieuwe steden, aanleg van de vijfde Schipholbaan, plannen voor kunstmatige eilanden, het wijst allemaal op optimisme. Maar het is lang niet voldoende en het is bedriegelijk, in die zin dat deze vooruitgang spectaculair is, terwijl de achteruitgang voor de grote meerderheid onzichtbaar blijft.

Nu is onder de titel Concentratie en Segregatie een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau verschenen, waarin opnieuw duidelijk wordt gemaakt dat in de 'oude wijken' getto's in gevorderde staat van wording zijn. Het aantal wijken waarin meer dan dertig procent van de bevolking tot een minderheid hoort, is in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld. Dat zou op zichzelf niemand ongerust hoeven te maken, ware het niet dat - zoals ook algemeen bekend is - onder hen de meeste werklozen en de laagst opgeleiden zijn. De openbare ruimte vervalt, de misdaad neemt toe, de kloof met de werkende maatschappij wordt groter. Wie werk heeft en het kan betalen gaat verhuizen. Als dat overbekende proces zijn point of no return heeft bereikt, is het getto een feit. Het rapport bevat dan allerlei bijzonderheden die degenen die het de afgelopen jaren enigszins hebben gevolgd, niet verrassen.

In een vraaggesprek met de Volkskrant zegt dr. P. Tesser van het SCP: “Er heerst bij de mensen die het minderhedenbeleid in Nederland maken een ongelooflijk optimisme. Ze willen niet te veel over de problemen praten en horen. Het is nu de tijd van gladstrijken, van de positieve benadering. Maar verkijk je er niet op. Er spelen structurele, negatieve ontwikkelingen waarvan je niet weet hoe ze aflopen.” Het is jammer dat hij zich niet nader uitlaat over die “structurele problemen”. De oplossing is in wezen eenvoudig: meer en beter onderwijs, meer werkgelegenheid en meer politie op straat, en dit alles consequent. Het niet nader toegelichte vraagstuk is: hoe dat moet worden georganiseerd, waar - behalve misschien bij het onderwijs - het geld vandaan moet komen, en het belangrijkste: wie het serieus, in de politieke betekenis van het woord, wil? Deze wil komt pas als het politieke draagvlak er is, en zover zijn we lang niet.

Hoe komt het draagvlak er dan wèl? Door nog geruime tijd aan te sukkelen. Tesser schat dat over een jaar of vijftien “de getto's werkelijkheid kunnen zijn”. Ik ben van mening dat ze er nu al zijn. De oorzaken (de 'structurele problemen') hebben al dusdanig wortel geschoten dat het een wonder zou mogen heten als de ontwikkeling werd omgedraaid. De werkelijkheid is dat onder de oppervlakte van de Nederlandse verzorgingsstaat en terzijde van de economische voorspoed zoals die zich uitdrukt in allerlei architectonische expansie, een onderklasse groeit, de onderkant van een kastestaat - zichtbaar voor iedereen die de moeite neemt verder te kijken dan de file lang is.

Nederland is ook op dit gebied geen uitzondering meer. Een verkeersprobleem lost men op door grote hoeveelheden beton te storten, als de politieke wil en het 'draagvlak' er eenmaal rijp voor zijn. Een diep hiaat in de opvoeding en de opleiding van een segment uit een generatie wordt nooit meer weggewerkt.