De droom van een journalist

Elke journalist heeft zijn wensdroom. Die van mij is de volgende.

Op een morgen gaat de telefoon. Met wie spreek ik? Wie zegt u? Prins Claus? Ach, dat is ook toevallig, ik zat net aan u te denken. Wat kan ik voor u doen? Nee, zegt u het maar, u stoort niet. (Gebaren van paniek naar huisgenoten: bekken dicht, in godsnaam).

U wilt een goed gesprek met mij? U bedoelt, nu, telefonisch, aan de telefoon dus? Oh, u bedoelt bij u thuis? Nee, ik val niet weg, ik haal even adem. Maar als ik u vragen mag: waar zou dat gesprek over moeten gaan? Toch niet over ontwikkelingssamenwerking? Want we hebben specialisten op de krant die dat veel beter...

Hoe zegt u? Over alles? Wat bedoelt u daarmee precies, als ik even precies mag worden, sorry, grapje? Zoals u het zegt? Dus écht alles? Dus, ik noem maar een dwarsstraat, zowel de verhoudingen binnen de koninklijke familie als uw positie als prins-gemaal door de jaren heen, inclusief uw worsteling met uw gezondheidsproblemen? En ook, als een soort toegift, uw ervaringen met de Nederlandse politiek?

Als ik overvraag, moet u het zeggen, hoor. Geen probleem, zegt u? Hoor ik het goed, want mijn lijn kraakt? Geen enkel probleem, zelfs? En als de Rijksvoorlichtingsdienst dan...Niets mee te maken? Pardon? Klojo's? U zegt het.

Snelle afpraak...u bent in de stemming, ja, ik hoor het. Als u mij toestaat, dan pak ik even mijn agenda om te zien of ik binnen afzienbare tijd een gaatje kan vinden. Even zien, wat zou u denken, van, eh, vanmiddag, schikt u dat toevallig?

Deze Claus-droom droom ik met bescheiden regelmaat, eigenlijk alleen als mij gevraagd wordt: wie zou jij nu het liefst interviewen? Een ongeclausuleerd interview met prins Claus - dat is dus wat ik zou willen. Geen taboe-onderwerpen, geen gezeur van voorlichters, gewoon: een open gesprek met iemand wiens leven altijd meer vragen en raadsels heeft opgeroepen dan beantwoord konden worden. Een geheimzinnig leven.

Deze week konden we zo'n typische journalistendroom zien uitkomen. Wat Martin Bashir, de interviewer van de BBC, overkwam, grensde aan het ongelofelijke. Nooit eerder heeft een geïnterviewde met een vergelijkbare status als Lady Di in de openbaarheid zoveel openhartigheid betracht. De besognes van het Britse koninklijk huis hebben mij nooit veel kunnen schelen, maar ik moet bekennen dat ik maandagavond ademloos heb zitten kijken. Samen met een half miljoen andere Nederlanders die normaliter die vele prachtprogramma's van de BBC gemakzuchtig over het hoofd zien.

Het was hèt televisie-evenement van het jaar. Binnen een etmaal zag ik op de diverse stations al zoveel herhalingen dat ik sommige passages inmiddels van buiten ken. Bepaalde sleutelzinnen zullen, zeker in Engeland, een soort standaardformules worden in het spraakgebruik. Vrouwen die het hun mannen extra lastig willen maken, zullen voortaan met gepaste fierheid kunnen zeggen: “I will not go quietly.” Of: “I'll fight to the end, because I believe that I have a role to fulfil.”

De vrouw die haar man van overspel verdenkt en haar achterdocht moet verklaren, kan volstaan met een simpel: “A woman's instinct”. Sterren die veel last (en plezier) hebben van de media, kunnen deze spreuk boven hun bed hangen: “The higher the media place you the bigger the drop.”

Dit was Shakespeare anno 1995. En Martin Bashir, die keurige man, zat het in te drinken alsof het zijn dagelijkse aperitiefje was. Geen spoor van triomf, zelfs niet van de meest ingehouden soort (zoals je bij David Frost nog wel eens ziet), geen zichtbare aanvechting om vragen te stellen die voorbij de schaamte gingen. Hij bleef in zijn journalistieke plooi, al moet ook zijn adem af en toe afgesneden zijn geweest door de rechtstreeksheid van de antwoorden.

Op de schaarse momenten dat Diana probeerde te volstaan met een kort antwoord, gaf hij een klein, bijna onmerkbaar duwtje, en dan stroomde zij weer leeg in een soort verbale boulimia.

Hoe vraag je een prinses of ze overspel heeft gepleegd? Dat moet toch met een zekere kiesheid gebeuren (het stellen van die vraag, bedoel ik), want anders word je als interviewer door het hypocriete publiek met verwijten overladen. Ik moest bijna applaudisseren voor Bashirs tact: “Was het méér dan vriendschap?”

Bashir verdient onze Nipkov-schijf.

Wat gebeurt er met de kijker als hij zo'n interview in korte tijd enkele malen heeft kunnen zien en zijn eerste verbijstering is gedempt? Dat is een interessant proces. In eerste instantie was ik helemaal op Diana's hand en voelde ik, om haar goddelijke woorden maar weer eens te citeren, “a deep, deep, profound sadness”.

Maar overdaad schaadt kennelijk ook bij tv-herhalingen. Je gaat extra letten op de mimiek, de stembuiginkjes en de kokette beetjes op de lip, en het valt je vooral op met hoeveel terloops raffinement ze Charles aan het einde van het interview ook als potentiële koning probeert te liquideren.

Was Diana misschien, onder het mom van ongekende openhartigheid, bezig aan de sluwste manipulatie-manoevre ooit door een autoriteit op de televisie uitgevoerd?

Het is een vraag die ik graag zou proberen te beantwoorden, maar helaas, de telefoon gaat.