Commissie Albeda put bij politie-CAO uit oud werk

DEN HAAG, 22 NOV. De ambtenaren-acties van begin jaren tachtig - en met name de actie 'Boos op Koos' - hebben een belangrijke impuls gegeven aan de oprichting van de arbitrage- en adviescommissie in 1984. In de wandelgangen beter bekend onder de naam van haar voorzitter: de Commissie-Albeda.

De toenmalige minister van binnenlandse zaken, Koos Rietkerk, tegen wie de acties zich keerden, hoopte dat de Commissie-Albeda als een 'uitlaatklep' zou gaan werken waardoor de arbeidsverhoudingen met de ambtenaren een positieve wending zouden krijgen.

Het aantal geschillen tussen werkgevers en werknemers bij de overheid dat aan de Commissie-Albeda wordt voorgelegd, is afgenomen. “Bij de oprichting van de commissie was het aanmerkelijk drukker”, zei Albeda begin dit jaar. “Ik denk dat van de commissie een preventieve werking uitgaat het overleg zorgvuldiger te voeren. In het begin kregen we nog wel eens zaken voorgelegd waarin duidelijk werd dat het geschil was ontstaan door onzuiver overleg.”

Na het gisteren mislukte overleg met de politiebonden over een nieuwe CAO voor 40.000 agenten schakelt minister Dijkstal (binnenlandse zaken) de Commissie-Albeda in. De commissie - bestaande uit de hoogleraren W. Albeda, H. Vonhoff, M. Rood, C. Fijnaut, oud-werkgeversvoorzitter C. van Veen en secretaris T. Dragt - gaat de eisen van de bonden en het aanbod van de minister 'wegen'. Het advies van de commissie is niet bindend, maar tot nu toe zijn nagenoeg alle adviezen van de commissie-Albeda opgevolgd.

Het belangrijkste geschilpunt tussen de politiebonden en Dijkstal is het voornemen van de minister van binnenlandse zaken om de inconveniënten-toeslag te schrappen. Iedere agent krijgt, of hij nu onregelmatig werkt of niet, een vaste toelage voor onregelmatigheid. Dijkstal wil deze toeslag, voor een agent 12,5 procent van het loon, alleen geven wanneer een agent onregelmatig werkt. De bonden keren zich fel tegen dit voorstel.

De Commissie-Albeda heeft in 1987 al een keer eerder geadviseerd over de 'inconveniënten-regeling politie'; saillant is dat vier van de toenmalige leden ook nu weer in de commissie zitten. De huidige regeling biedt, voornamelijk door middel van het vaste deel van de toelage, ook een inconveniëntenregeling aan politie-ambtenaren die in feite niet met specifieke inconveniënten worden belast. In het advies van 1987 staat: “Deze 'doorgeschoten' vermenging van inkomenspolitieke bestanddelen in een regeling gericht op compensatie van inconveniënten, heeft tot een in de praktijk niet werkbare situatie geleid. Een herstel van beide bestanddelen acht de commissie gewenst.”

Acht jaar later is er nog niets veranderd. Het afstand doen van 'verworven rechten' is een pijnlijk proces. Maar minister Voorhoeve kon bijvoorbeeld deze maand relatief snel een cao met de militairen afsluiten omdat afstand werd gedaan van een aantal verworven rechten. De opbrengst vertaalde zich in een hoger loon.

De administratieve en inhoudelijke ondersteuning van de Commissie-Albeda wordt gedaan door het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP). Sinds 1 januari van dit jaar is het CAOP geprivatiseerd, voor die tijd maakte het onderdeel uit van het ministerie van binnenlandse zaken. Het CAOP wordt gefinancierd door werkgevers- en werknemersorganisaties.