Amerikaanse pendeldiplomatie met een joystick

DAYTON, 22 NOV. Zondagochtend heel vroeg hadden de Amerikaanse bemiddelaars bij het vredesoverleg voor Bosnië al een fles wijn opengetrokken. In een bedompt vergaderzaaltje dronken ze om vier uur, na een dag van achttien uur intensief onderhandelen, op de goede afloop van de besprekingen. Eindelijk was het gelukt een akkoord tussen de drie partijen te sluiten dat een eind zou maken aan de bloedige oorlog in Bosnië - althans zo leek het even.

Al na 37 minuten was de vreugde voorbij en stortte het hele bouwwerk van afspraken, concessies en toezeggingen in elkaar. Opeens leek het ondenkbaar dat het overleg ooit nog tot succes zou kunnen leiden.

De episode van 'de vrede van 37 minuten' was volgens hoge Amerikaanse diplomaten tekenend voor de spannende en onvoorspelbare wendingen die zich tijdens het vredesoverleg voordeden. De laatste dagen verliepen zo grillig dat de betrokkenen heen en weer werden geslingerd tussen wanhoop en optimisme. “Er waren momenten dat ik er heilig van overtuigd was dat het gelukt was”, zei bemiddelaar Carl Bildt van de Europese Unie, “en er waren momenten dat ik er even heilig van overtuigd was dat we hadden gefaald.”

Sinds 1 november was de luchtmachtbasis Wright-Patterson, in een uithoek van de staat Ohio, het toneel van de zogenoemde 'nabijheidsbesprekingen' (proximity talks). De delegaties van de drie partijen waren elk ondergebracht in verschillende behuizingen op de basis, kale, zakelijke gebouwen waar doorgaans bezoekende officieren worden ondergebracht. De kamers voor de presidenten en de ministers waren opgeknapt tot volwaardige suites, de delegatieleden moesten het doen met het equivalent van de gemiddelde hotelkamer. Ook de Amerikaanse bemiddelaars, Bildt van de Europese Unie en de vertegenwoordigers van de landen van de Contactgroep waren in zo'n gebouw ingekwartierd. Voor groepsbijeenkomsten en de maaltijden was het nabij gelegen hotel van de basis gereserveerd, het Hope Hotel, genoemd naar de komiek Bob Hope.

De Amerikaanse bemiddelaars pendelden met voorstellen en tegenvoorstellen tussen de delegaties heen en weer, zodat de aartsvijanden niet direct met elkaar hoefden te spreken. Maar de afzondering van de buitenwereld zou op den duur, zo hoopten de Amerikaanse organisatoren, toch een soort lotsverbondenheid tussen de delegaties teweegbrengen, die het vredesproces alleen maar kon bevorderen.

Aanvankelijk leek die opzet te slagen. Leden van verschillende delegaties zaten weliswaar niet met elkaar te kaarten, vertelt een diplomaat, maar ze zagen elkaar wel dagelijks in Packy's Sports Bar, het restaurant van het hotel. Hoewel het hun vrijstond de basis te verlaten en in Dayton te gaan eten, was Packy's, omdat het zo dichtbij was, een geliefde plek. Het restaurant bestaat uit een chique gedeelte met witte tafelkleden en een informeler cafetaria met grote televisieschermen en kleine geluidsboxen op de tafeltjes. Er werden ook grapjes over gemaakt. Als een kwestie niet opgelost kon worden, riep men schertsend: daar komen we in Packy's op terug.

De omgang tussen de oorlogspartijen was zo beschaafd, dat de bemiddelaars al snel een aantal ronde-tafelbesprekingen organiseerden. “Maar we bleken hun goede manieren verward te hebben met goede relaties en we stapten maar snel weer over op pendeldiplomatie”, aldus een van de Amerikanen. Een collega zei echter zelf de effecten van de methode gemerkt te hebben. Door het voortdurende en intensieve contact kreeg hij onwillekeurig “waardering en zelfs sympathie” voor Miloševic, “ook al heb ik geen illusies over zijn morele statuur”. Vrijwel alle gesprekken tussen de delegaties en de bemiddelaars werden overigens in het Engels gevoerd.

De moeilijkste problemen tijdens de vredesbesprekingen waren territoriale kwesties, bevestigen verschillende betrokkenen, die tot een eindeloos gestudeer op landkaarten leidden. Een uitkomst daarbij was wat sommigen 'de Nintendo-kaart' noemden: een computer van de Amerikaanse delegatie waarop een gedetailleerde driedimensionale simulatie van heel Bosnië te zien was, inclusief alle bergen en dalen. Toen de Bosnische regeringsdelegatie overtuigd moest worden dat de weg die in het vredesvoorstel bestemd was als de verbinding tussen Sarajevo en Gorazde geen wassen neus was maar een aantrekkelijke verbinding, werden president Izetbegovic en zijn delegatie achter de computer gezet. Met een joystick, een soort stuurknuppeltje, konden ze als in een computerspelletje simuleren dat ze in een helikopter over de route in kwestie vlogen. Op die manier werden ze overtuigd, aldus een betrokken diplomaat.

Met dezelfde computer werd berekend of bij het bepalen van de binnengrenzen van Bosnië, tussen de federatie en de Servische republiek, de overeengekomen verhoudingen van respectievelijk 51 en 49 procent wel in tact bleven. Het drama van 04.37 uur kwam daar uit voort. Toen zaterdag een groot aantal territoriale twistpunten was opgelost, werd berekend hoe groot de delen van het nieuwe Bosnië op die manier zouden worden. De Bosnische Serviërs bleken nog maar iets meer dan 45 procent te hebben, wat voor Miloševic onaanvaardbaar was. Om niet opnieuw te moeten beginnen, besloten de Amerikanen, zoals ze het noemden, te gaan 'scheren'. Op plaatsen waar niemand woonde werd de bestandslijn wat opgeschoven, en zo brachten veel kleine stukjes het percentage van de Servische Republiek weer een heel eind in de buurt van de 49. Om echter precies op 49 procent uit te komen moest een wat groter, eivormig stuk land in het westen van Bosnië aan de Serviërs worden toegewezen. Maar daarmee was alles dan ook rond - al waren de Kroaten over dat laatste stuk land “niet helemaal geconsulteerd”, zoals een hoge Amerikaanse functionaris eufemistisch erkent.

Terwijl de Amerikaanse minister Christopher, die bekend staat als een groot wijnliefhebber, het vermeende succes van de besprekingen met zijn medewerkers vierde met een glas witte Californische wijn, kwam gisteren eerst een sombere Izetbegovic het vergaderzaaltje binnen. Hij ging met zijn jas aan zitten, en liet zich een Diet Coke aanreiken. Toen Christopher hem wilde feliciteren met het bereikte vredesakkoord, gaf hij maar een slap handje. “Feliciteer me niet, ik ben erg ongelukkig”, zei hij. De Kroatische premier Zlatko Mateša, die even later binnen kwam, was dat ook. Eén blik op de kaart was voor hem voldoende om met grote stelligheid te zeggen: “Hier kan ik nooit mee akkoord gaan, hierover bestaat 0,0 procent overeenstemming.” Daarop begonnen alle aanwezigen door elkaar te praten, in wat een van hen omschreef als een uiterst onaangename atmosfeer. Het hele samenstel van afspraken begon te desintegreren, tot ontsteltenis en verbijstering van de Amerikanen. “De ontluistering van zondag 04.37 uur was een enorm dieptepunt. We wisten even niet meer hoe we nu verder moesten.”

Maar om tien over zeven die ochtend was Christopher alweer aan de slag om de zaak te repareren. Dat verliep zondag zo voorspoedig, dat de Amerikanen het aandurfden voor maandag 11 uur 's ochtends een ultimatum aan te kondigen. Voor die tijd moest er ook over de laatste problemen overeenstemming zijn, anders zou de hele bespreking worden afgeblazen.

De termijn verstreek zonder akkoord, maar de gesprekken gingen voort omdat er toch zicht was op overeenstemming. President Clinton wist van Tudjman per telefoon een territoriale concessie los te krijgen (een deel van het 'ei'). “De Kroaten wilden het akkoord, de Serviërs wilden het akkoord, maar Izetbegovic aarzelde de hele dag, alsof hij zichzelf moest overtuigen”, aldus een betrokkene. “Hij moest erg veel opgeven, wat hij nooit had willen opgeven. Steeds weer wierp hij een nieuw probleem op, of zelfs ook oude problemen. Hij voerde een gevecht met zichzelf.” De vertraging wekte de indruk dat de besprekingen bezig waren te mislukken. Izetbegovic maakte bezwaar tegen de Poisavina-corridor, die de Servische gebieden in Noord-Bosnië verbindt met die in het oosten en met Servië.

Om de Bosnische regering over de streep te trekken gebruikten de Amerikanen een uiterste middel. Maandagavond lieten ze bij de drie delegaties een concept bezorgen van het slotcommuniqué, waarin ze stelden dat de Amerikaanse regering haar bemiddelingspogingen staakt als het laatste voorstel niet voor 23.30 uur door alle partijen geaccepteerd zou zijn.

Een Amerikaanse diplomaat ging, in een laatste poging de zaak te redden, praten met de Bosniërs. Izetbegovic wilde niet met hem praten, maar zijn minister van buitenlandse zaken Sacirbey stond de Amerikaan te woord. Hij weigerde het voorliggende plan te accepteren. “Maar dat betekent dat wij onze handen van het overleg aftrekken”, wierp de Amerikaan nog tegen. “Dat is dan maar zo”, was het antwoord. Later die avond vertelde Sacirbey enkele journalisten dat de besprekingen nu definitief mislukt waren.

Miloševic, die met alle geweld een akkoord wenste om van de internationale sancties tegen Joegoslavië af te komen, begon zich grote zorgen te maken dat het vredesakkoord inderdaad zou afspringen. De Kroaten namen de Bosnische houding minder serieus: een betrekkelijk ondergeschikte kwestie als de Posavina-corridor en de status van in die corridor gelegen stad Brcko zouden het hele akkoord toch niet kunnen ondergaven? De volgende dag bleken de drie partijen, zonder Amerikaanse aanwezigheid, met elkaar gesproken te hebben. De Kroatische en de Servische president zouden hun bereidheid hebben uitgesproken het akkoord ook te zullen tekenen als de Bosniërs dat niet zouden doen - daarmee Izetbegovic als spelbreker te kijk zettend voor de wereldopinie. Besloten werd de status van Brcko in handen te leggen van een onafhankelijke arbitrage: daarmee waren ook de Bosniërs om.