Als een propje ploft de roodkop in de wei

Op een achttal vogelsoorten mag volgend jaar niet meer worden gejaagd, tot verdriet van de verstokte eendenjager. “De een is gek op drop, ik hou van houtsnip.”

OUKOOP, 22 NOV. Weken wacht Jan Cees Vendrik al op 'goed' weer. Het moet waaien en regenen, het liefst stormen. Zaterdag stond Vendrik al om half zes 's morgens naast zijn bed. Windkracht zeven is voorspeld. Eenden en ganzen vliegen dan laag genoeg om in het bereik te komen van Vendriks dubbelloops-hagelgeweer.

Jan Cees Vendrik (47) en de ruim dertigduizend andere jagers in Nederland zullen volgend jaar tijdens de eendenjacht “meer kijken dan schieten”. De tafeleend, de slobeend, de kuifeend, de toppereend, de wintertaling, de pijlstaart, de houtsnip en de watersnip kunnen in 1996 ongestoord rondfladderen. Ze mogen dan niet meer worden bejaagd, omdat ze volgens minister Van Aartsen (natuurbeheer) geen schade aan de natuur berokkenen. “Dat is de eerste stap op weg naar een beleid waarin de natuur centraal staat”, vindt de Vogelbescherming. “Belachelijk, het is een klap in ons gezicht”, zegt de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV).

Vendrik is in het dagelijks leven werkzaam als tandarts, maar zijn vrije weekeinden vult hij met zijn grote passie: jagen. Als een klein kind ging hij al met zijn vader mee op jacht. Op zijn achttiende kocht hij zijn eerste geweer. Nu heeft Vendrik zelf een zoon van zeventien die begaan is met het jagen.

Samen met zoon Jurn en hond Tessa rijdt hij van Westbroek naar de driehonderd hectare land die hij samen met drie andere jagers pacht van een tiental boeren in het Utrechtse plaatsje Oukoop. In het aardedonker trekken ze hun pakken aan en schuifelen ze naar een strategisch plekje aan de kant van de sloot. De 'lokkers', plastic eenden en ganzen, staan al in de bevroren weilanden. Vader en zoon gaan op verschillende plekken zitten. “Om de kansen wat te spreiden.”

Met zijn laarzen maakt Vendrik een klein wak in het dunne laagje ijs dat op de sloot ligt. Hij laat zich tot zijn middel in het koude water zakken en verbergt zijn hoofd achter een hoopje gras. Zijn waterdichte camouflagepak en zijn groene pet zorgen ervoor dat hij niet opvalt in het uitgestrekte veld. Een doosje met loodvrije hagelpatronen en een thermosfles koffie staan op de rand van de sloot. Om zijn nek heeft hij drie fluitjes hangen waarmee hij het geluid van een smient, een kolgans en een grauwe gans na kan doen. De rest van de vogels lokt hij met zelfgeproduceerde kwakgeluidjes uit de mond. Binnen een paar minuten vliegt een koppel eenden vlak boven zijn hoofd in de richting van hun plastic soortgenoten. Op het juiste moment recht Vendrik zijn rug en haalt de trekker over. “Ah, net er achter”, zegt hij als hij ziet dat er niets naar beneden komt.

De voorspelde wind is niet gaan waaien en de eenden komen volgens Vendrik niet “lekker aanglijden”. Hij doodt de tijd met koffie drinken en shagjes roken. “Dit is toch prachtig”, zegt hij, “middenin de natuur. Ik kan zo wel uren zitten.” In de verte komt plotseling een flink koppel tafeleenden aanvliegen. Roodkoppen worden ze genoemd in jagersjargon. Vendrik drukt zijn hoofd tegen de slootkant en probeert de eenden met kirrende geluidjes te lokken. Langzaam vliegen ze de gevarenzone in. Vendrik pakt zijn geweer. Richt en schiet. Raak. “Pats, kijk hij valt als een propje neer”, is zijn commentaar na zijn doeltreffende schot. De 'roodkop' is in één klap dood, aan de andere kant van de sloot ploft hij op het weiland.

In het veld huppelen hazen. Zwanen en wulpen maken rondvluchtjes. Vendrik kijkt er graag naar, maar laat zijn geweer op de slootrand liggen. “Als ik op eenden jaag dan ga ik niet op hazen schieten. Anderen doen dat misschien wel, maar ik niet. Ik schiet ook niet op eenden die rustig in een slootje zwemmen. Dat is kinderachtig. Een eend moet een kans hebben en die heeft een eend alleen als hij vliegt.” Vendrik vindt dat jagers ten onrechte in een kwaad daglicht worden gesteld. “De tijd is voorbij dat jagers dikke patsers waren die uit hun auto even wat wild uit de lucht schieten. Het grootste deel van het jaar zijn wij bezig met het verzorgen van het land. Bomen snoeien, plaatsen maken waar beesten kunnen broeden, slootkanten bijhouden. Een jager is een natuurliefhebber, maar wij houden er net zoals de meeste mensen van om af en toe wild te eten. Wij nemen iets uit de natuur weg, wat die natuur best kan missen. Er wordt met ons niet eens overlegd. Vorig jaar werd er een handelsverbod op waterwildvogels afgekondigd om de jachtdruk terug te brengen, maar voordat dat geëvalueerd is worden acht vogelsoorten zomaar van de lijst gehaald”, zegt hij terwijl hij nog een sigaret opsteekt.

Vendrik jaagt voor zijn plezier, maar hij zorgt er ook voor dat schadelijke vogelsoorten “het land van de boer niet kaalvreten”. “Het schijnt in Nederland verboden te zijn om ergens plezier in te hebben”, zegt hij terwijl hij in de lucht blijft turen. “Als je op woensdag zegt dat je op eenden jaagt word je gezien als een moordenaar, maar als je op vrijdag mensen uitnodigt om eendeborst te eten staan ze in de rij. Wat dat betreft is de hetze tegen de jagers hypocriet. Tja, als volgend jaar het aantal dieren zo wordt teruggeschroefd dan ga ik wel naar Frankrijk. Daar mag je zelfs op merels of lijsters schieten. Daar zie ik geen lol in, daar heb ik een binding mee. Die zitten in mijn achtertuin. Het laat wel zien dat niet alle landen in Europa er zo over denken als Nederland.”

In Noordwest-Europa overwinteren zo'n acht miljoen eenden. Jaarlijks worden er in ons land naar schatting meer dan een half miljoen eenden door jagers afgeschoten, daarvan behoren zeventigduizend tot de acht soorten die zullen worden beschermd. De Vogelbescherming vindt dat ontoelaatbaar. “In deze tijd waarin de natuur constant achteruitgaat, moet het niet mogelijk zijn dat mensen puur voor de lol jagen. Jagers grijpen door op eenden te schieten zomaar in een populatie in. De meeste van die vogels zijn hier bovendien als overwinteraars te gast”, zegt een woordvoerder.

De acht soorten die vanaf volgend jaar beschermd worden zijn weliswaar niet schadelijk voor de natuur, maar er is ook geen sprake van dat ze in aantal teruglopen. Een aantal schadelijke soorten, zoals bijvoorbeeld de smient, de grauwe gans of de kolgans, blijft ook de komende seizoenen nog bejaagbaar. “Wij vinden dat ook deze dieren alleen bij hoge uitzondering moeten worden afgeschoten. Daar moeten duidelijke criteria voor komen, want de afschot is nu vele malen groter dan de schadepreventie”, aldus de Vogelbescherming.

Vendrik heeft geen goede dag gehad. De kleine buit, uiteindelijk heeft hij een tafeleend, een nijlgans en een wilde Hollandse eend geschoten, zal hij thuis aan de schuur hangen. “Om een beetje door te sterven. Daar wordt het mals van.” Doodzonde vindt hij het dat de houtsnip ook op de lijst van Van Aartsen staat. “Dat is één van de lekkerste vogelsoorten”, zegt hij terwijl hij terugloopt naar de boerderij waar zijn auto staat. “Als ik in België ben koop ik er gewoon een stuk of twintig en die eet ik dan lekker thuis op. De één is gek op drop, ik ben nou eenmaal dol op houtsnippen. Kijk daar zwemt een meerkoet”, zegt hij wijzend op een slootje. “Die mogen we volgend jaar nog bejagen, maar die is niet te eten.”