Afwijzing door Bosnische Serviërs; Kwartiermakers Navo naar Bosnie; Akkoord moet Bosnië vrede geven

DAYTON, 22 NOV. De presidenten van Bosnië, Servië en Kroatië zijn het gisteren na 21 dagen van intensief overleg onder Amerikaanse leiding in Dayton (Ohio) eens geworden over een vredesakkoord. Het akkoord moet een einde maken aan de Bosnische oorlog, die drieëneenhalf jaar heeft geduurd en meer dan 250.000 mensen het leven heeft gekost. De Bosnische Serviërs hebben het akkoord echter direct verworpen.

De 'vice-president' van de 'Servische Republiek' in Bosnië, Nikola Koljevic, zei dat de Bosnische Serviërs “geen vredesverdrag hebben geaccepteerd” en dat zij “noch de landkaarten, noch het akkoord hebben getekend en dat ook niet zullen ondertekenen”. De landkaart komt volgens Koljevic neer op “chantage”. Hij verweet de Servische president Miloševic het akkoord namens de Bosnische Serviërs te hebben aanvaard, zonder hen zelfs maar te consulteren.

De Amerikaanse onderhandelaar Holbrooke noemde de Bosnische Serviërs “de grote verliezers”, en hun opstelling cruciaal. “Als Miloševic er niet voor kan zorgen dat de Bosnische Serviërs het akkoord uitvoeren, dan houdt het op”.

Volgende week zullen kwartiermakers van de NAVO naar Bosnië vertrekken om voorbereidingen te treffen voor de komst van de NAVO-vredesmacht, die zal toezien op naleving van het akkoord. De Veiligheidsraad is gisteren al besprekingen begonnen over opschorting van de sancties tegen Joegoslavië en opheffing van het wapenembargo tegen de republieken in ex-Joegoslavië.

Grote internationale druk heeft ertoe bijgedragen dat de onderhandelingen, die herhaaldelijk dreigden stuk te lopen, gisterochtend omstreeks 10 uur Amerikaanse tijd toch tot een overeenkomst leidden. Behalve president Clinton hebben de afgelopen dagen ook de Duitse bondskanselier Kohl en de Britse premier Major telefonisch druk uitgeoefend op deelnemers aan het overleg.

Het akkoord werd gistermiddag tijdens een plechtige ceremonie geparafeerd door de drie presidenten. Op een conferentie op 8 en 9 december zal in Parijs de ondertekening plaatsvinden. President Clinton, die in de rozentuin van het Witte Huis bekendmaakte dat het akkoord bereikt was, zei dat de presidenten van Bosnië, Kroatië en Servië een “historische en heroïsche keuze” hebben gemaakt.

In het akkoord zijn gedetailleerde afspraken vastgelegd over de politieke structuur van het nieuwe Bosnië en de territoriale verdeling tussen de twee gebieden waaruit Bosnië zal bestaan. De staat Bosnie zal als eenheid blijven bestaan binnen de huidige grenzen, maar is opgebouwd uit twee delen: de Bosnisch-Kroatische federatie, en de 'Servische Republiek'. De hoofdstad Sarajevo zal ongedeeld zijn.

Er komt een centrale regering, een parlement en een collectief presidentschap met drie leden, twee uit de federatie, een uit de Servische Republiek. President en parlement zullen gekozen worden in democratische verkiezingen, onder internationaal toezicht. Vluchtelingen zullen naar hun huizen kunnen terugkeren of aanspraak maken op compensatie, door Bosnië zal men vrij kunnen reizen, er komt een onafhankelijke commissie die zal toezien op naleving van de mensenrechten.

Personen die in staat van beschuldiging zijn gesteld voor het plegen van oorlogsmisdaden zullen geen politieke functies mogen bekleden. De drie partijen hebben beloofd volledige medewerking te verlenen aan onderzoek van het internationale tribunaal voor oorlogsmisdaden. Krijgsgevangenen moeten onmiddellijk worden vrijgelaten.

Binnen dertig dagen moeten de partijen hun troepen terugtrekken achter een bestandslijn. Aan weerszijde van die lijn wordt een gedemilitariseerde zone gevormd met een breedte van twee kilometer. Het akkoord voorziet behalve in de vredesmacht van de NAVO, IFOR geheten, ook in een civiele ondersteuning van de afspraken: een programma voor humanitaire hulp, reconstructie van de infrastructuur en de economie, en bijstand aan vluchtelingen bij de terugkeer naar hun woonplaats. Het akkoord is 150 pagina's dik, heeft elf annexen, en bevat meer dan honderd gedetailleerde landkaarten.

De Posavina-corridor, die in het noordoosten van Bosnië de verbinding vormt tussen de gebieden van de Bosnische Serviërs in Noord-Bosnië met die in het oosten en Servië, blijft zo breed als hij nu is, vijf kilometer op zijn smalste punt. Internationale arbitrage moet de status van de stad Brcko in de corridor bepalen.

Pagina 4: 'Alleen Navo kan klus in Bosnië aan'

De Bosnische Serviërs eisten dat die corridor 20 kilometer breed zou worden. Een andere corridor, die van Sarajevo naar de moslim-enclave Gorazde, wordt acht tot vijftien kilometer breed. De Bosnische Serviërs hebben zich tot het eind verzet tegen het bestaan van die corridor, maar ook op dit punt kregen ze hun zin niet.

President Clinton prees zijn diplomaten met het resultaat van hun inspanningen. “De bevolking van Bosnië, het Amerikaanse volk, ja de hele wereldbevolking zou bijzonder dankbaar moeten zijn voor de gebeurtenis van vandaag.” Amerikaans leiderschap heeft het vredesakkoord mogelijk gemaakt, aldus de president. En doelend op de in het Congres omstreden deelname van Amerikaanse troepen aan de NAVO-vredesmacht, voegde hij daar aan toe: “En nu is Amerikaans leiderschap nodig om deze vrede werkelijk en duurzaam te laten worden. Onze waarden, onze belangen en ons leiderschap in de hele wereld staan op het spel”.

Clinton beklemtoonde dat alle Bosnische partijen gevraagd hebben om een krachtige internationale vredesmacht, die de troepen die elkaar zolang bestreden hebben uit elkaar moet houden en die hun het vertrouwen moet geven dat elke partij zich aan haar afspraken houdt. “Alleen de NAVO kan die klus aan. En als leider van de NAVO moeten de Verenigde Staten een essentiële rol in die missie spelen. Zonder ons zou de moeizaam bereikte vrede verloren zijn, zou de oorlog weer oplaaien en de slachtpartij van onschuldige mensen weer beginnen,” aldus de Amerikaanse president. Hij voegde daaran toe dat in dat geval “het conflict dat al zoveel levens heeft geëist zich als gif door de hele regio zou verspreiden.”

De presidenten Slobodan Miloševic van Servië, Franjo Tudjman van Kroatië en Alija Izetbegovicvan Bosnië zaten tijdens de ceremoniële ondertekening van het akkoord naast elkaar, Izetbegovic in het midden. Ze hielden alle drie een korte toespraak in het Engels. Miloševic zei dat er in een burgeroorlog geen overwinnaars zijn. “De oplossingen die hier bereikt zijn bevatten voor alle partijen pijnlijke concessies.” Tudjman zei te geloven dat de overeenkomst tot een einde van de vijandelijkheden en de oorlog zal leiden. Izetbegovic, die zich het meest gereserveerd toonde en die ook het langs heeft dwarslegen tijdens de onderhandelingen, zei dat het akkoord “de ontwikkeling van een open maatschappij mogelijk maakt, gebaseerd op verdraagzaamheid en vrijheid”. Tot zijn eigen volk zei hij: “Deze vrede mag dan niet rechtvaardig zijn, zij is rechtvaardiger dan een voortzetting van de oorlog. Een betere vrede was niet haalbaar.” De drie presidenten drukten elkaar na de ondertekning vreugdeloos de hand.

De Amerikaanse bemiddelaar Holbrooke, de voornaamste architect van het akkoord, zei tijdens de ceremonie: “Op papier hebben we vrede, onze volgende en grootste uitdaging is nu te zorgen dat het werkt.” In een televisie-uitzending voegde hij daar later nog aan toe: “De besprekingen waren moeilijk, maar het moeilijkste gedeelte ligt misschien nog voor ons.” Hij waarschuwde met name tegen een afwijzing van het akkoord door de Bosnische Serviërs.

De vredesbesprekingen begonnen op 1 november, en werden gehouden in de betrekkelijke afzondering van de Amerikaanse luchtmachtbasis Wright-Patterson bij de stad Dayton, in Ohio. Ze waren een uitvloeisel van een diplomatiek offensief dat aan het eind van de zomer werd ingezet onder leiding van de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken Richard Holbrooke. De afgelopen drie dagen heeft de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, de onderhandelingen persoonlijk geleid.

De bespreking in Ohio stonden onder auspiciën van de Contactgroep (de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland) en Holbrooke werd formeel bijgestaan door de voormalige Zweede premier Carl Bildt, bemiddelaar namens de Europese Unie.