Veteranenrel in het amateurvoetbal

Ook de voetbalzeden onder de amateurs zijn al geruime tijd aan verruwing onderhevig. Wie als toeschouwer gesteld is op een potje Bloedig Beuken, kan tegenwoordig langs de lijnen van menig amateurclubje zijn hart ophalen. Kantoorfrustraties, fabrieksmisère en huwelijksleed worden er wekelijks met daverend ongenoegen afgereageerd.

Soms loopt het écht uit de hand, zoals bij de wedstrijd tussen een Haags en een Schevenings team die uitkomen in de veteranen-tweede klasse van een onderafdeling van de KNVB. De wedstrijd was een kwartier in de tweede helft oud, toen de aanvoerder van Scheveningen een stomp gaf in de maag van een Turkse speler van Den Haag. De getroffen speler zeeg in elkaar en bleef bewegingloos liggen. De dader zou daarop hebben geroepen: “Het is toch maar een Turk, laat hem lekker doodgaan.”

Vandaag staat deze aanvoerder, Rein Weesman, terecht voor de Haagse politierechter. Weesman is een struise, blonde man van 34 jaar, keurig gekleed en met een diplomatenkoffertje in de hand. Hij is het type van de ouderwetse stopperspil: stroeve techniek, maar sterk in de kuiten. Rinus Terlouw.

“De scheidsrechter had de wedstrijd niet in de hand”, zegt de rechter, mevrouw mr. A. van Haeringen, tegen hem.

“Het is te gemakkelijk om de scheids in de zeik te zetten”, zegt Weesman.

“Scheveningen zou zeer ruw hebben gespeeld en steeds de zes spelers van buitenlandse afkomst van Den Haag hebben geschopt als er geen bal in de buurt was.”

“Ziet u dat voor u”, zegt Weesman minachtend. “Er zijn 22 spelers op dat veld en alleen de buitenlanders worden geschopt. Dus dat ik zeg: ik gaat nu een sliding maken op een buitenlander? Onmogelijk.”

“Uw ploeg stond voor op dat moment?”

“Ja. Wij zijn al drie jaar kampioen. De trammelant kwam van beide kanten. Er is zoveel mishandeling op de voetbalvelden. Ik zette wat grof in, en ik weeg nu eenmaal 115 kilo, maar ik raakte hem onopzettelijk in zijn maag. Als we allemaal van dit soort kwesties een rechtszaak maken, krijgt u overwerk, dat verzeker ik u.”

De rechter confronteert hem met het feit dat twee getuigen op de tribune hem de gewraakte belediging hebben horen zeggen.

“Dat is niet mis”, zegt Weesman. Woede kleurt zijn nek paarsrood. Hevig geëmotioneerd barst hij los: “Het is een schande dat ik hier zit. Een schande voor mijn familie. Ik ben de kop van Jut! Als wij buiten Scheveningen spelen, horen we overal: 'Ha, schollekoppen!' Daarvoor gaan wij ook niet naar de politie.”

“De scheidsrechter heeft niet gehoord dat u het gezegd heeft”, zegt de rechter sussend.

“Ik zweer het u: ik heb het niet gezegd. Ik heb die man alleen wat fors, oké, geraakt. Als ik het gezegd had, had ik hier mijn excuses aangeboden.”

“U bent nooit eerder in aanraking gekomen met justitie?”

“Nee, en ik voetbal al 24 jaar. Ik heb hoog gevoetbald. Ik werk op een verzekeringskantoor, maar voetbal is mijn passie. Ik heb na dit incident overwogen om te stoppen. Mijn aanvoerdersband heb ik ingeleverd. Ik wil niet meer de kop van Jut zijn.”

“U voelt zich de zondebok?”

“Precies, dat ben ik. Ik zit er heel erg mee. Op 3 mei heb ik de dagvaarding gekregen en vanaf die dag loop ik ermee rond. Mijn zoon is jarig, acht jaar, maar ik heb het niet gevierd. Want papa moet naar de rechter! Terwijl ze op het politiebureau tegen me gezegd hadden: 'Hier hoort u nooit meer iets van'. Ik ben al genoeg gestraft. Ik heb dagen met mijn advocaat gepraat, ik heb een dag op het politiebureau moeten zitten. En dan praat ik niet eens over de kosten.”

Al die tijd heeft een kleine Turkse man, geflankeerd door twee meisjes, roerloos op een van de achterste bankjes zitten luisteren. Het is meneer Ozkan, de speler van Den Haag die door de vuist van Weesman geveld werd. Hij heeft destijds een aanklacht tegen Weesman ingediend. De rechter vraagt hem als getuige naar voren te komen.

“Hoe kwam u op de grond terecht?”

“Ik kreeg een stomp in mijn maag.”

“Van wie?”

“Ik zag een aanvoerdersband om de arm.”

“Had u de bal?”

“Nee, die was vier meter verder. Ik lag op de grond, iemand zei: 'Bel een ambulance'. Toen zei een andere stem - ik weet niet wie - : 'Het is toch maar een Turk, laat hem maar doodgaan'.”

“De scheidsrechter heeft gezegd dat de spelers van uw ploeg hem vanaf het begin voor elke beslissing uitscholden.”

“Dat weet ik niet meer.”

“Heeft u blijvend letsel”, vraagt de officier van justitie, mevrouw mr. A. van Nederpelt.

“Ik heb alleen een maagzweer, maar die heeft daar niets mee te maken.”

Volgens het team van Den Haag zou Scheveningen het tijdens deze wedstrijd vooral hebben gemunt op de buitenlandse spelers: niet alleen Turken, maar ook Surinamers. “Vijf spelers waren zwaar geblesseerd”, zegt Ozkan, “ze waren allen van buitenlandse afkomst.”

“Zijn de Nederlandse spelers van uw team óók geschopt”, vraagt Weesmans advocaat, mr. E. van der Spoel, aan Ozkan.

“Dat weet ik niet meer.”

De rechter vraagt Weesman of hij nog iets te vragen heeft aan Ozkan. “Als ik hem zo zie zitten”, zegt Weesman, “dan kunnen we samen zó naar buiten. Ik heb niets tegen hem. Ik ben tegen discriminatie.”

De officier acht de mishandeling en de discriminatie bewezen. “Twee getuigen bevestigen het. Er wordt heel wat gescholden, ook bij de amateurs, en het wordt tijd dat er een kentering komt. Aanzetten tot haat en discriminatie is uiterst kwalijk.” Zij eist een boete van 750 gulden of vijftien dagen hechtenis.

De advocaat vraagt vrijspraak. “Er is grote twijfel over wat er gebeurd is. De scheidsrechter stond er bovenop. Hij zegt dat de overtreding door mijn cliënt plaatsvond toen Ozkan in balbezit was, en hij heeft daarna geen belediging gehoord. De twee getuigen zaten op de tribune. De spelers van Den Haag hebben overgevoelig gereageerd, ze kunnen dingen verzonnen hebben.”

De rechter vertrekt voor een korte denkpauze en zegt na terugkomst tegen de verdachte: “Ik ben ervan overtuigd dat er iets discriminerends is gezegd en dat meneer Ozkan een stomp heeft gekregen, maar ik ben er niet van overtuigd dat ú het gezegd heeft en dat u hem met opzet heeft gestompt. Ik twijfel te veel en moet u vrijspreken.”

Ozkan verlaat de zaal, zonder zijn vroegere tegenstander nog een blik waardig te keuren. De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.