Verkoop nikkelgigant ontaardt in onderonsje

MOSKOU, 21 NOV. Het begon met 'Wow Wow Voucher!' maar het dreigt uit te lopen op 'ons kent ons'. De verkoop van staatsbedrijven in Rusland, drie jaar geleden ingeluid met een popliedje over de waardebon voor iedereen, wordt vaak beschouwd als het grootste succes van de economische hervormingen. Maar 'de grootste privatisering uit de geschiedenis van de mensheid', zoals de operatie in binnen- en vooral in buitenland is genoemd, krijgt volgens critici steeds meer het karakter van een onderonsje.

Afgelopen vrijdag werd op een veiling een groot belang in de grootste nikkelproducent ter wereld voor een op het oog schappelijke prijs verkocht aan de bank die de veiling zelf uit naam van de overheid organiseerde. Uneximbank betaalt 170,1 miljoen dollar voor 38 procent van de aandelen van Norilsk Nikkel, het bedrijf dat 90 procent van de Russische nikkelproduktie voor zijn rekening neemt en ongeveer een derde van de wereldvoorraad van dit metaal bezit. De prijs per aandeel kwam volgens analisten omgerekend op 3,60 dollar, hoewel de marktprijs 4,50 dollar bedraagt en een aandeel afgelopen zomer zelfs nog 9,50 dollar opbracht.

Een concurrerend consortium rondom de kleinere bank Rossiski Kredit had 355 miljoen dollar voor Norilsk Nikkel geboden, maar dit bod werd ter zijde gelegd omdat er onvoldoende financiële garanties zouden zijn. Het bod van Uneximbank werd gedekt door International Finance Company, een van Ruslands grootste bedrijven. International Finance Company - geen relatie van de International Finance Corporation van de Wereldbank - deed zelf ook een bod, dat weer werd gedekt door de Uneximbank. De verliezende Rossiski Kredit heeft inmiddels juridische stappen aangekondigd om de volgens haar 'onderhandse' verkoop ongeldig te laten verklaren.

De verkoop van Norilsk Nikkel is onderdeel van een omstreden nieuwe fase in het privatiseringsprogramma, een fase die door oud-minister van financiën Boris Fjodorov al is veroordeeld als 'het verdelen van bedrijven onder vrienden'. De gekozen procedure is inderdaad zo complex dat zij bijna alleen door ingewijden kan worden doorgrond. Het is echter wel de manier waarop op dit moment in Rusland enorme hoeveelheden publiek eigendom worden herverdeeld.

Het verhaal van de privatisering in Rusland is vaak verteld, het eerste deel althans. Vanaf 1992 zijn duizenden staatsbedrijven overgegaan in particuliere handen, een proces dat door de Wereldbank tot een 'verbluffend succes' is bestempeld. In veel gevallen blijken de nieuwe eigenaren de leden van het zittende management en de arbeiderscollectieven te zijn, waardoor de werkwijze van de geprivatiseerde fabrieken nog niet zoveel efficiënter is geworden als aanvankelijk werd verwacht. In deze zogeheten eerste fase van de privatisering werden aandelen geruild tegen vouchers, die elk volwassen lid van de bevolking gratis uitgereikt kreeg. Dus de 'verkoop' van de staatsbedrijven leverde evenmin veel geld op, noch voor de fabrieken noch voor de staat. Maar aan dit soort bezwaren zou de 'tweede fase' tegemoetkomen, als aandelen gewoon voor geld aan de hoogste bieder zouden worden verhandeld.

Die tweede fase van de privatisering, officieel op 1 juli vorig jaar begonnen, kwam minder snel van de grond dan verwacht. Er zijn bedrijven te koop aangeboden waar helemaal niemand op af kwam, zelfs het eigen personeel niet. De geringe belangstelling had onder meer te maken met enkele 'schandalen' die het vertrouwen van investeerders hebben aangetast. Eind vorig jaar bijvoorbeeld sprak de destijds nieuwe minister van privatisering ineens over de noodzaak van 're-nationalisering' van al verkochte bedrijven. Ook bleek dat de directie van de oliemaatschappij Komineft voor 7 miljoen gulden nieuwe aandelen had uitgegeven zonder de bestaande aandeelhouders te informeren.

De verkoop van staatsbedrijven dreigde veel minder op te leveren dan de drie miljard gulden die de regering er dit jaar van had verwacht. Dat was aanleiding voor een groep van zeven banken om dit voorjaar met een plan te komen: zij zouden de overheid die drie miljard gulden lenen. Als onderpand zou de overheid de in haar bezit zijnde aandelen van een aantal bedrijven in beheer geven aan de banken. De banken zouden de aandelen na verloop van tijd verkopen, als de markt eenmaal weer was aangetrokken en zij als tijdelijke aandeelhouders de ondernemingen zouden hebben geherstructureerd. Met de opbrengst zou de regering haar lening kunnen afbetalen. Wat de verkoop méér zou opbrengen, zou tussen banken en overheid worden verdeeld.

Na maanden van stilzwijgen en beraad achter de schermen is het voorstel in iets gewijzigde vorm begin september door president Jeltsin overgenomen. De pakketten aandelen worden niet zomaar in onderpand gegeven, maar 'geveild' aan de geldschieter die de hoogste lening biedt. Voor het organiseren van de veilingen is een klein aantal banken aangetrokken. Buitenlandse investeerders mogen in een beperkt aantal gevallen ook meebieden. De omvang van de operatie wordt voorlopig beperkt tot aandelen in 23 ondernemingen, die samen voor eind volgend jaar ongeveer een miljard gulden aan leningen zouden moeten opbrengen. Bij definitieve verkoop van de aandelen later (op een tijdstip naar keuze van de geldschieter na 1 september volgend jaar) gaat van een eventuele meeropbrengst 70 procent naar de staat en dertig procent naar de verkoper.

Aan het 'leningen voor aandelen'-plan kleeft een aantal fikse bezwaren, zo hebben critici de afgelopen weken opgemerkt. Zo komt de opbrengst van de privatisering nog steeds niet ten goede aan de ondernemingen zelf, zoals juist de bedoeling van de tweede fase was. Het geld van de leningen zal worden gebruikt om de gaten in de begroting te dichten. Daarnaast is er het gevaar dat Michail Berger, de economisch commentator van het dagblad Izvestija, onlangs de 'derde fase' van de privatisering noemde: het uitkleden van in onderpand gegeven ondernemingen.

Pag.18: 'Bedrijven worden nu verdeeld onder enkele vrienden'

Uitgangspunt van het nu in gang gezette plan is dat een bank zal proberen de waarde van de in onderpand gekregen aandelen te doen stijgen, zodat ze vervolgens met winst kunnen worden verkocht. Daarbij moet echter wel zeventig procent worden afgedragen aan de overheid. Het kan voor de tijdelijke bestuurders voordeliger zijn, vreest Berger, het betreffende bedrijf niet te moderniseren maar het juist verliesgevende transacties te laten sluiten. En dan natuurlijk wel ten gunste van een dochteronderneming van de tijdelijke eigenaar. Het leveren van goedkope olie zou een voorbeeld kunnen zijn, of om dichter bij de actualiteit te blijven: het leveren van nikkel uit Norilsk aan een dochter van de Oneximbank.

“Waarom überhaupt de prijs van de in onderpand gekregen aandelen opdrijven als zeventig procent van de opbrengst aan de overheid moet worden afgedragen”, vraagt Berger zich af. “De aandelen kunnen beter eerst tegen hun oorspronkelijke waarde worden verkocht, zodat aan de overheid slechts zeventig procent van 0 hoeft te worden betaald. Bij voorkeur aan een onderneming die nauwe banden onderhoudt met de bank. Die kan vervolgens echt met de herstructurering beginnen, waarna de aandelen kunnen worden verkocht met winst die niet hoeft te worden gedeeld.”

Het bezwaar van Berger is nog niet van overheidszijde weerlegd. Het sluit aan bij de typering van Boris Fjodorov dat bedrijven worden verdeeld onder vrienden. Leiders van communistische en nationalistische partijen hebben inmiddels beloofd 'oneerlijke' privatiseringen terug te draaien.

De indruk van 'ons kent ons' en 'oneerlijkheid' is alleen maar versterkt sinds het 'leningen voor aandelen'-plan deze maand daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Op de eerste veiling op 4 november kwamen de aangeboden aandelen van de oliemaatschappij Soergoetneftegas terecht bij het pensioenfonds van dat bedrijf. Afgelopen vrijdag won de bank die door de overheid was aangewezen om de veiling van Norilsk Nikkel te organiseren de hoofdprijs zelf. Begin volgende maand staat de veiling van Yukos, weer een oliemaatschappij, op de agenda maar de organisator van die veiling, de Menatep-bank, heeft al laten weten dat ze zelf ook biedt en dat ze zeker weet dat zij zal winnen.

The Moscow Times rekende vanmorgen voor dat de prijzen die tot nu toe in het 'leningen voor aandelen'-plan zijn betaald, gemiddeld dertig procent onder de marktwaarde liggen. “Onze banken hebben gewoon nog niet genoeg geld om al deze ondernemingen te kopen”, verklaarde een analist. “Maar er spelen ook politieke factoren een rol. Buitenlanders worden praktisch uitgesloten van de veilingen en sommige transacties zijn al vantevoren bepaald.” De krant, doorgaans enthousiast voorstander van economische hervormingen, concludeerde eerder al in een hoofdartikel: “Dit is geen privatisering, het lijkt meer op economische misdaad.”