Van der Valken reageren geschokt op eisen celstraf

DEN HAAG, 21 NOV. Met strakke gezichten en hier en daar een paar tranen reageerde een aantal leden van de horecafamilie Van der Valk gisteren voor de Haagse rechtbank op de eisen van de officier van justitie. Tegen een aantal eiste de officier deels onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en forse geldboetes. De drie vrouwen van de zeven verdachten kwamen er met eisen van voorwaardelijke straffen van af.

Achteraf toonden enkele Van der Valken zich “geschokt” over de mogelijkheid dat een aantal van hun verwanten wellicht enige tijd de gevangenis in moet. Cooördinerend raadsman mr. L. Spigt was minder verrast. “Als het openbaar ministerie zo'n zaak opzet, kan je dit soort eisen verwachten”, meende hij.

Evenals in zijn voorlopige verweer liet Spigt weinig heel van de tenlasteleggingen (onder andere het uitbetalen van zwart loon, belastingontduiking en valsheid in geschrifte). Volgens de verdediger klopt er niets van de berekeningen van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) waarop de aanklachten zijn gebaseerd. Op basis van eigen onderzoek, uitgevoerd door KPMG, komt de verdediging tot aanzienlijk lagere bedragen voor het door justitie berekende nadeel dat Van der Valk de fiscus zou hebben berokkend. Mr. Spigt meent dat de FIOD veel zaken verkeerd heeft geïnterpreteerd. “Ze hebben zich schuldig gemaakt aan een grote-stappen-gauw-thuis onderzoek”, aldus de raadsman.

Spigt zei dat de FIOD-inval bij een aantal Van der Valk-vestigingen in februari vorig jaar “als een volslagen verrassing” kwam. “Tot de week voor de inval was tussen het concern en de belastingdienst sprake van constructief overleg over een aantal gerezen problemen.” Vandaag zou de raadsman details bekendmaken over de naheffing die de fiscus het Van der Valk-concern zou willen opleggen.

De raadsman verzette zich tegen het feit dat slechts zeven leden van de familie Van der Valk worden vervolgd. “Het doel van de FIOD was het hele concern aan de oren te trekken. Het lijkt erop dat de familieleden die nu terechtstaan aansprakelijk worden gesteld voor de daden van het hele concern.” Volgens mr. Spigt is daarmee het gelijkheidsbeginsel van het rechtsstelsel in het geding. Hij pleitte daarom voor het niet ontvankelijk verklaren van de aanklachten. “Je kunt niet de erflast van het hele concern op het bordje van deze drie Valken leggen”, zo verwees de verdediging naar de al jaren durende slag van het concern met de fiscus.

Ook de overige verdedigers vroegen in hun pleidooien op de meeste punten vrijspraak, omdat hun cliënten volgens hen geen opdracht hadden gegeven tot de vermeende verboden gedragingen. Zij waren niet op de hoogte van de wijze waarop het centrale administratiekantoor in Voorschoten gegevens over omzet en werknemers verwerkte. Daar werkten administrateurs en waakte Arie van der Valk over de financiën van de groep.

De rechtbank en het openbaar ministerie toonden zich ontstemd over het late tijdstip waarop de stukken van de verdediging (onder andere een eigen getuigenonderzoek en het KPMG-rapport) in het proces werden ingebracht. Na beraad liet de rechtbank toch toe dat de stukken werden ingevoegd. Uit het nieuwe onderzoek blijkt volgens mr. Spigt dat niet eenderde aan omzet werd afgeroomd, waarvan de FIOD uitging, maar slechts zeven procent. “De verzwegen omzetpercentages zijn dan dezelfde als wat gemiddeld in de horecabranche wordt verzwegen.”

Officier van justitie mr. H. van Verschuer eiste achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, tegen Ben, Lucas en Gert-Jan van der Valk. Tegen ieder van hen eiste de officier bovendien een geldboete van 750.000 gulden. Topman Arie van der Valk hoorde twaalf maanden cel, waarvan de helft voorwaardelijk, tegen zich eisen en een boete van anderhalf miljoen gulden.

Volgens Van Verschuer is bewezen dat Ben van der Valk van Motel Akersloot zich in de periode 1990 tot februari 1994 schuldig heeft gemaakt aan het verzwijgen van omzet waardoor te weinig omzetbelasting is betaald. Ook acht zij bewezen dat een groot aantal werknemers zwart heeft gewerkt, waardoor te weinig premies en loonbelasting zijn afgedragen. Hierbij zouden de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan valsheid in geschrifte. Het nadeel voor de staat schat zij voor Akersloot tussen de een en vier miljoen gulden.

De officier van justitie schat dat Lucas van der Valk de overheid door zijn beheer van het wegrestaurant Burgerveen heeft benadeeld voor een bedrag van 750.000 tot drie miljoen gulden en bij motel Haarlemmermeer voor een bedrag van 300.000 gulden tot 1,5 miljoen gulden. Gert-Jan van der Valk, de zoon van topman Gerrit, zou met zijn Motel Tiel tussen de 450.000 en drie miljoen gulden hebben gefraudeerd.

Tegen de echtgenotes van Ben, Gert-Jan en Lucas van der Valk eiste de officier wegens medeplichtigheid zes tot negen maanden cel voorwaardelijk. Van Verschuer vond het onredelijk om in een gezin zowel tegen de man als de vrouw een onvoorwaardelijke celstraf te eisen. De drie echtparen hebben vele kinderen en bovendien moet het bedrijf blijven draaien. De officier acht de vrouwen in staat de leiding enige tijd over te nemen.

Topman Arie van der Valk is volgens de officier van justitie medepleger van de ten laste gelegde feiten in de genoemde vestigingen. Bovendien zou hij voor ruim anderhalve ton aan zwarte lonen hebben uitbetaald in zijn zilverfabriek in Voorschoten, waarvan hij directeur is. Verdediger mr. R. Stokman betwistte dat Arie als topman moet worden aangemerkt en feitelijk leiding heeft gegeven aan wat er in de verschillende vestigingen gebeurde.

De officier van justitie zei dat de werkelijke omvang van de fraude nooit meer exact valt te achterhalen, omdat het bedrijf veel belangrijke stukken heeft weggegooid. “Maar dit mag nooit in het voordeel van de verdachte werken.” Overigens voerde zij als verzachtende omstandigheid aan dat het horecaconcern overleg voert over naheffingen van de belastingen.