Privatisering Eni moet Italië 7 mld gulden opleveren

ROME, 21 NOV. In Italië is vanmorgen de belangrijkste privatisering tot nu begonnen, die van het staatsbedrijf Eni. De verkoop van 15 procent van deze energie- en chemiekolos moet de schatkist ongeveer zeven miljard gulden opleveren.

Omdat deze operatie de toon kan zetten voor verdere privatiseringen, heeft het kabinet van premier Lamberto Dini zaterdag besloten de prijs laag te houden. Dini hoopt zo meer interesse te wekken. Succes bij de privatisering van de Eni kan helpen het geschonden vertrouwen in de Italiaanse economie te herstellen.

Drie weken geleden had Dini aangekondigd dat de prijs zou schommelen tussen 5250 en 6000 lire per aandeel. Zaterdag is de prijs vastgesteld op 5250 lire, ongeveer 5,25 gulden. De Eni, eigenaar van het benzinemerk Agip, is een van de tien grootste oliebedrijven ter wereld.

Volgens het kabinet bestaat er bij banken en buitenlandse institutionele beleggers grote belangstelling, maar laat de interesse van de Italiaanse spaarders te wensen over. De privatisering vorig jaar van de staatsbanken Credito Italiano en Banca Comerciale Italiana was voor veel kleine beleggers een teleurstelling. De aandelen daarvan staan nu ruim onder de prijs waarvoor ze zijn aangekocht. Het kabinet had een vergoeding aangeboden voor prijsdalingen tot tien procent in het eerste jaar na aankoop.

“Wij zijn tevreden, want het gaat om de grootste privatiseringsoperatie die ooit is uitgevoerd in Italië, en de keuze van een lage prijs dient om het succes van de toekomstige verkopen te garanderen,” zei Dini.

Voor volgend jaar staat de privatisering van het elektriciteitsbedrijf Enel, in het voorjaar, en de telecommunicatieholding Stet, eind van de zomer, op het programma. Om die niet in gevaar te brengen, had het kabinet al eerder haar doelstellingen naar beneden bijgesteld. Het was aanvankelijk de opzet ongeveer een kwart van de Eni op de markt te brengen. Dat had de schatkist tien miljard gulden moeten opleveren.

Het kabinet hoopt dat de als genereus beschouwde aankoopprijs zal leiden tot een duidelijke koersstijging op de beurs, waar Eni volgende week wordt genoteerd. Ook in New York en Londen kan vanaf 28 november in aandelen Eni worden gehandeld.

“Met deze operatie hebben we onze internationale geloofwaardigheid hersteld,” zei minister van industrie Alberto Clò. “De prijs is gecorreleerd aan het belang van het politieke doel.”

Dini heeft bezworen dat de inkomsten uit privatisering niet gebruikt zullen worden om lopende uitgaven te dekken, maar om de staatsschuld terug te brengen.