Parkeerbiljet hoeft niet langer achter voorruit te liggen

DEN HAAG, 21 NOV. Gemeenten kunnen parkeerders niet verplichten het kaartje van een parkeerautomaat achter de voorruit te leggen. Een eventuele parkeerbon moet worden ingetrokken als de parkeerder achteraf een geldig kaartje kan tonen.

Dat heeft het Amsterdamse gerechtshof op 8 september in een vonnis uitgesproken waarvan de tekst vandaag openbaar is gemaakt. Parkeerheffingen zijn volgens de rechter formeel belastingen. De heffing gaat vaak via parkeerautomaten die een kaartje produceren. Het voorschrift dat dit betaalbewijs goed zichtbaar achter de voorruit moet liggen, is door de rechter naar de prullenbak verwezen.

Als het kaartje ontbreekt of de parkeertijd is verstreken, schrijven de parkeercontroleurs een naheffingsaanslag (de parkeerbon) uit en kunnen ze een wielklem plaatsen. Maar volgens de Amsterdamse belastingrechters Rensema, Groeneveld en Onnes is met de afwezigheid van een kaartje nog niet alles gezegd. Het bewijsstukje kan op de grond zijn gevallen. Een parkeerder die tijdens een proefprocedure aan de rechters een geldig kaartje kon tonen, krijgt op last van het gerechtshof zowel de kosten van de parkeerbon als van de wielklem van de gemeente terug. Het hof verwerpt de stelling van de gemeente Amsterdam dat zo het hek van de dam is omdat kwaadwillende parkeerders gemakkelijk aan het parkeerkaartje van een andere auto kunnen komen. Met de nieuwste uitspraak in de hand kunnen ze dan aan de parkeerheffing ontsnappen. Het vonnis is voor vrijwel alle gemeenten van belang. Als ze dit lek in hun parkeerregeling willen dichten, moeten ze hun parkeerautomaten zo ombouwen dat er bijvoorbeeld het vaknummer of het kentekennummer van de betrokken auto op wordt afgedrukt. Andere oplossingen om deze maas te dichten vergen een wetswijziging.

De gemeente Amsterdam is het niet eens met de uitspraak van het gerechtshof en heeft de zaak inmiddels voorgelegd aan de Hoge Raad.