Mattheus-effect (1)

In NRC Handelsblad van 14 november stelt Flip de Kam dat volgens het regeerakkoord degenen die al een goed inkomen hebben, het meest zullen profiteren van de door de overheid tot stand gebrachte voorzieningen. Hij noemt dat het Mattheus-effect, verwijzend naar de tekst: 'Wie heeft, hem zal gegeven worden'.

Een gangbare mis-interpretatie. Ook in het leesonderwijs wordt voor de groeiende kloof tussen zwakke en goede lezers dezelfde term gebruikt en laatst las ik in een sportverslag dat een voetbaltrainer een beslissing van de scheidsrechter als een Mattheus-act betitelde. De Amerikaanse socioloog Robert K. Merton beschrijft in het artikel 'The Matthew Effect in Science' het verschil in waardering voor publikaties van wetenschappers die de Nobelprijs ontvangen hebben en minder bekende wetenschappers eveneens als het Mattheus-effect.

Waar gaat het nu over? Wat De Kam citeert zijn enkele woorden uit de parabel over het gebruik der talenten (Mattheus 25, 14:31, een vergelijkbare parabel in Lucas 19, 11-28). De op één na laatste zin daarin luidt: “Want aan ieder die heeft zal gegeven worden, zelfs in overvloed gegeven worden: maar wie niet heeft zal hem nog ontnomen worden wat hij heeft”. Wie de context niet in aanmerking neemt zal denken dat het hier gaat om een eeuwenoude wrede wet die vooral de zwakken treft; een zeer onbijbels idee. Het evangelie bevat immers een blijde boodschap voor arme sloebers en vreemdelingen, voor de tollenaar en de overspelige vrouw; met de rijken heeft de bijbel weinig op.

De parabel over het gebruik der talenten beschrijft echter dat degenen die verantwoordelijkheid nemen en handelend optreden, daarvoor een beloning ontvangen. Wie dit vertrouwen door nalatigheid niet waarmaakt - de onnutte knecht - blijft buiten spel staan; het vertrouwen wordt hem ontnomen.

De Kam wekt de indruk dat de regering rijken beloont omdat ze rijk zijn. Dat mag hij best vinden, maar de bijbel heeft hier niets mee te maken, er kan dus geen sprake zijn van een Mattheus-effect.