Jeugd is bereid illegaal meer te helpen dan kabinet lief is

Zeventig jongeren bezetten gisteren de zetels in de Tweede Kamer. Daar adviseerden ze bewindslieden en Kamerleden tijdens het eerste Nationale Jeugddebat.

DEN HAAG, 21 NOV. “De echte Kamerleden zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen”, zegt Kamervoorzitter Deetman nadat een meisje zenuwachtig, doch tevergeefs stond te wachten achter de interruptiemicrofoon in de Tweede Kamer. Ze wilde minister Borst (volksgezondheid) een vraag stellen, maar haar buurvrouw was haar net eerder af met dezelfde vraag. Teleurgesteld loopt ze terug naar haar plaats.

Op initiatief van staatssecretaris Terpstra (welzijn) hadden kinderen in de leeftijd van tien tot achttien jaar gisteren in de Tweede Kamer het een dagje voor het zeggen. Zes bewindslieden, 35 Kamerleden en zeventig jongeren deden mee aan het eerste Nationale Jeugddebat dat samenviel op de Internationale Dag voor de Rechten van het Kind. Ze debatteerden over de thema's leefomgeving, omgang met elkaar, onderwijs, werk en jeugdbeleid. Eerst werden de jongeren verdeeld in Kamercommissies, waar ze in een algemeen overleg met de ministers en staatssecretarissen discussieerden over zelf verzonnen stellingen. Vervolgens moest in de Kamer over de voorstellen worden gestemd.

“Wij vinden dat er alleen vluchtelingen naar Nederland mogen komen die in hun eigen land gevaar voor eigen leven lopen. Economische vluchtelingen hebben het goed in hun eigen land, die moeten bij de grens worden tegengehouden”, vindt de 14-jarige Sabrina Beer uit Alkmaar. Een commissie 'omgang met elkaar' van zestien kinderen in de leeftijd van twaalf tot veertien jaar bindt in de Marcus Bakkerzaal de strijd aan met minister Borst (volksgezondheid) en staatssecretaris Schmitz (justitie). Een aantal Tweede-Kamerleden staat de jongeren bij.

Schmitz wijst de jongeren erop dat in sommige landen mensen heel arm zijn en dat het “logisch is dat die naar het Westen komen”. “Wij proberen de illegaliteit te bestrijden, maar we willen geen heksenjacht op die mensen openen”, aldus Schmitz. De kinderen stellen voor om in de arme landen de mensen te vertellen dat ze in Nederland niet welkom zijn. “Daar los je de armoede niet mee op”, zegt Kamerlid Oudkerk (PvdA). “Nou dan geven we toch ontwikkelingshulp”, zegt een jongen. De illegalen die toch in ons land verblijven moeten wel dezelfde rechten op medische zorg hebben als de mensen die in het ziekenfonds zitten, vinden de kinderen. De standpunten worden opgeschreven en ingediend bij Kamervoorzitter Deetman.

Na de commissievergaderingen wordt in de grote zaal van de Tweede Kamer gedebatteerd en gestemd over de voorstellen. Bijna de voltallige Kamer steunt het voorstel om illegalen ver gaande medische zorg te geven. Minister Borst constateert dat de jongeren daarin veel verder gaan dan het kabinet, dat alleen hulp wil verstrekken bij besmettelijke ziekten of levensbedreigende situaties. Ze zegt toe om het voorstel in het kabinet “te bespreken”.

De tienjarige Loes Amperse voert het woord voor de commissie 'Leefomgeving'. “Het is nodig dat er meer speelparken voor jong en oud komen van milieuvriendelijk materiaal. Staatssecretaris Terpstra (welzijn) zegt “achter het voorstel te staan”. “Maar”, zo zegt ze, “dat moeten jullie aan de burgemeesters vragen, want die gaan daar over.” Daar neemt Loes geen genoegen mee: “U moet dat aan de burgemeesters vertellen. Wij zijn maar gewoon mensen. U ook wel, maar u bent toch belangrijker.” Terpstra belooft daarop dat zij dat zal doen. “Je hebt dit debat gewonnen”, zegt ze tegen Loes die vol trots weer op haar blauwe Kamerstoel gaat zitten.

Staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) moet reageren op de stelling dat er een betere campagne tegen pesten moet komen. Leraren moeten een cursus krijgen om het pesten beter te herkennen, vinden de 'Kamerleden'. Nog voordat Netelenbos de kans krijgt te antwoorden hebben zich al twintig kinderen bij de interruptiemicrofoons verzameld. “Je kunt wel een cursus willen, maar die kost geld”, zegt een jongen van nog geen vijftien. Anderen zeggen dat pesten toch niet op te lossen is. Netelenbos vindt dat pesters “zich moeten schamen”. “Zowel de mensen die gepest worden als de pesters zelf hebben hulp nodig”, aldus de staatssecretaris. De meerderheid van de Kamer was het daar mee eens.

Ook een sportknipkaart voor jongeren wordt door de Kamer gesteund. Daarmee mogen kinderen uit arme gezinnen gratis sporten. Terpstra belooft dat ze het besluit doorgeeft aan een speciale stuurgroep voor het jeugdbeleid. “Als ze daar nou niets mee doen”, wil een jongen weten. “Dan ontsla ik ze gewoon”, antwoordt Terpstra.

Tijdens het debat kreeg Terpstra van Kamervoorzitter Deetman het laatste woord. De staatssecretaris zei het belangrijk te vinden om de communicatie tussen de politiek en jonge burgers te bevorderen. “Ik ben er trots op dat zo'n jeugddebat mogelijk is”, zei ze. Niet alle kinderen zijn van die mooie woorden overtuigd. “Tijdens het voorbereidingsweekeinde was mevrouw Terpstra er niet”, interrupeerde een jongen nog even aan de microfoon. “Ze vond het belangrijker om met de prinsen te gaan voetballen.” Terpstra reageerde daarop licht geïrriteerd: “Dat is een kwestie van goed fatsoen. Ik had al maanden beloofd om met de prins een straatvoetbaltoernooi bij te wonen. Maar goed, dit debat was een geslaagd initiatief. Met praten kom je tot je recht.” Deetman hamerde daarop een einde aan de dag.