In de strafkolonie van het brave asielbeleid

AMSTERDAM. “'Het is een eigenaardig apparaat', zei de officier tegen de ontdekkingsreiziger en bekeek met een onmiskenbaar bewonderende blik het apparaat dat hem toch welbekend was.” Zo begint het verhaal In de strafkolonie dat Franz Kafka in 1914 schreef en dat zich grotendeels afspeelde rondom een uiterst ingenieuze executiemachine. Het onderste gedeelte van de machine heette het Bed. Het was een donkere kist, gevuld met speciale watten en een prop vilt om het geschreeuw van de veroordeelde te dempen. Twee meter daarboven hing de Tekenaar, eveneens een kist, maar met daarbinnen een uiterst geraffineerd mechaniek. Tussen die kisten hing de Eg. De Eg bestond uit een glazen plaat met een reeks naalden, waarmee het gebod dat de veroordeelde had overtreden hem letterlijk op het lijf werd geschreven. 'Het mag natuurlijk geen eenvoudig schrift zijn', zei de officier. 'Het mag de man niet onmiddellijk doden, maar over het algemeen pas na twaalf uur.'

In de vier jaar dat de Joegoslavische oorlog heeft geduurd zijn behalve een paar honderdduizend mensen ook enkele mythen verloren gegaan, schreef Henk Hofland onlangs op deze pagina. Hij noemde de mythe van de westelijke vastberadenheid, de Servische onoverwinnelijkheid en de Nederlandse dapperheid. Daar zou nog een vierde mythe aan kunnen worden toegevoegd: die van het politieke asiel - met de nadruk op het woord 'politiek'.

Vorige week had in de Doopsgezinde schuilkerk aan het Singel in Amsterdam een unieke bijeenkomst plaats. Voor het eerst werd door advocaten, hulpverleners en andere betrokkenen openlijk gedebatteerd over het lot van de politieke vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië, nu de kansen op vrede toenemen. Wat zal er met name gaan gebeuren met de honderden, zo niet duizenden deserteurs en dienstweigeraars die hun toevlucht in ons land hebben gezocht? Deze mensen, die temidden van de nationalistische massahysterie hun fatsoen overeind hielden, lopen grote risico's. Op dienstweigering of desertie staat in Servië een gevangenisstraf van één tot vijftien jaar. “Het is een bekend feit dat er geen garantie is voor een eerlijk proces en men moet er rekening mee houden dat er bij rechters van het militaire gerechtshof weinig stabiliteit bestaat”, schrijft het Servische Helsinki-comité voor Mensenrechten in een rapport dat eind vorig jaar verscheen. Gevangenen, vooral als het gaat om nationale minderheden, worden volgens de rapporteurs regelmatig mishandeld. Bovendien valt niet uit te sluiten dat teruggekeerde dienstweigeraars het slachtoffer zullen worden van 'niet-rechterlijke repressie'.

Hoe ging Nederland met deze stille helden om? De eerste golf deserteurs en dienstweigeraars die zich hier in 1991 en 1992 meldde kreeg, net als de andere Joegoslavische vluchtelingen, meestal zonder veel problemen een verblijfsvergunning. De tweede groep, uit 1993 en daarna, werd compleet anders behandeld: weigering werd regel, een verblijfstitel een hoge uitzondering. Maar vooral was het wachten en wachten voor deze politieke vluchtelingen, en ondertussen werden ze onderworpen aan alle methoden waarover een beschaafde welvaartsstaat beschikt om iemand op subtiele maar effectieve wijze te vernederen. Ze mochten niet werken, ze kregen nauwelijks geld in handen, hun bewegingsvrijheid was minimaal en van hun kwaliteiten werd op geen enkele manier gebruik gemaakt. Niet zelden werd een vluchteling halfgek van deze situatie, niet zelden keerde ook iemand terug, of zocht zijn heil elders. Dat was ook de bedoeling, al werd dat nooit openlijk uitgesproken: het wachten was een effectieve afschrikking, het diende om al te enthousiaste brieven naar huis te voorkomen. Het was de Eg waarmee de Nederlandse samenleving haar stempel op de vluchteling drukte.

Maar nu is de machine een fase verder, en daarover ging het die avond. De woordvoerder van Justitie had op de valreep verstek laten gaan, maar de Haagse advocaat Jan Hofdijk nam namens het ministerie de honneurs waar. Hoewel de vrede nog moet uitbreken, wordt in alle Europese landen, inclusief Nederland, ten aanzien van deze groep tegenwoordig een strak terugzendbeleid uitgevoerd danwel voorbereid. Wanneer dienstweigeraars afkomstig zijn uit Slovenië en Macedonië worden ze nu al daadwerkelijk teruggestuurd. Wat betreft Kroatië is er een zogenaamd 'positief ambtsbericht' op handen, wat betekent dat er volgens Buitenlandse Zaken geen beletsel meer is om ze terug te sturen. Bosnische vluchtelingen - dus ook deserteurs - krijgen sinds 1 juli van dit jaar niet meer automatisch een verblijfsvergunning, maar ze worden nog wel getoetst. Ten aanzien van Servië was er in mei al een positief ambtsbericht verschenen, maar dat heeft de staatssecretaris wijselijk naast zich neergelegd, omdat ze de boel niet vertrouwde. Waarschijnlijk komt er deze week echter een nieuwsbericht van Buitenlandse Zaken over Servië, en de betrokken ambtenaar die ik sprak was ervan overtuigd dat de inhoud opnieuw positief zou zijn. De eerste voorgenomen uitzetting is trouwens al gemeld: Trouw berichtte op 28 oktober dat de Servische deserteur Mile Bolanovic, die een jaar in een bos zat ondergedoken voordat hij naar Nederland vluchtte, binnenkort samen met zijn vrouw Rosa naar Servië zal worden teruggestuurd.

De redenering achter dit alles is simpel: het is normaal dat je straf krijgt als je deserteert, en mochten de maximumstraffen in Servië of Kroatië al een jaar of drie hoger liggen, dan zijn die gevangenisstraffen gegeven de andere cultuur van het land in kwestie in elk geval 'niet onevenredig zwaar'. Aan de rest, aan de motieven van de desertie en de dienstweigering, aan het misdadige gedrag van talrijke legeronderdelen, aan dergelijke subtiliteiten hebben ze op de Haagse departementen geen boodschap. Amnestie voor deserteurs en andere politieke vluchtelingen zou een onderdeel moeten zijn van welke vredesregeling dan ook, maar ook dat staat tot nu toe laag op de prioriteitenlijst.

En zo kan het deze weken gebeuren dat de Kroatische chef-staf generaal Tihomir Blaškic voor het Haagse VN-tribunaal in staat van beschuldiging wordt gesteld wegens oorlogsmisdaden, terwijl een paar straten verderop de ambtenaren van Buitenlandse Zaken en Justitie blijven volhouden dat het om gewone legers gaat, en dat er geen bijzondere redenen waren om te deserteren. Blaškic en de zijnen worden met veel tromgeroffel aangeklaagd, degenen die weigerden om aan hun misdrijven mee te doen worden in stilte weggepest. Zo doen de Tekenaar, het Bed en de Eg in dit brave land gezamenlijk hun werk.