In de afgelopen tien jaar; Verdubbeling van stadswijken met veel minderheden

ROTTERDAM, 21 NOV. Het aantal wijken met meer dan 30 procent minderheden is in de vier grote steden de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld.

De allochtonen wonen veelal bij elkaar in zogenoemde concentratiewijken. De openbare ruimte verloedert in deze wijken meer dan elders, maar er is nog geen sprake van getto's naar Amerikaans voorbeeld. Dit schrijft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in de rapportage Minderheden 1995, die vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden.

In de concentratiewijken wonen vooral kansarme, weinig op de Nederlandse samenleving georiënteerde allochtonen. Ook wonen er autochtonen die evenals hun allochtone buren weinig verdienen of van een uitkering leven, maar wel beter zijn opgeleid.

Uit het onderzoek van het SCP blijkt dat de concentratie van minderheden zich vooral in de vier grote steden heeft voorgedaan: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. In 1986 telde bijna tien procent van de wijken in deze steden meer dan 30 procent minderheden. Dat is nu opgelopen tot een kwart van de wijken. In Den Haag wonen allochtonen het meest bij elkaar. Hier is de segregatie (de mate waarin bevolkingsgroepen ongelijk zijn verspreid over de stad) het grootst.

Het planbureau ziet weinig in het voorstel van staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) om duurdere huizen te bouwen in wijken met alleen goedkope huurwoningen om zo meer bevolkingsgroepen te mengen. De staatssecretaris schreef dit gisteren in een brief aan de Tweede Kamer. Het planbureau wijst erop dat tegelijk wordt gestreefd naar meer marktwerking in de volkshuisvesting. En autochtonen met hogere inkomens willen nu eenmaal niet in de concentratiewijken wonen.

De allochtonen, die zich in eerste instantie in de binnenstad hebben gevestigd, blijken steeds vaker naar naoorlogse wijken te trekken. Dat past in de theorie over stadsontwikkeling die uitgaat van een concentrische groei van steden, schrijft het SCP. Daarin vertrekken de hogere inkomensgroepen naar de buitenkant van de stad. In de verlaten wijken vestigen zich migranten.

Daarbij wonen allochtonen in de oude binnenstad vaker in betere huizen omdat zij hebben geprofiteerd van de stadsvernieuwing, aldus de onderzoekers van het SCP. De allochtonen in de naoorlogse wijken wonen in de slechtste huizen. Ook vertrekken veel allochtonen, vooral Surinamers en Antillianen, naar wijken met veel hoogbouw aan de buitenkant van de stad. Een voorbeeld is de Amsterdamse Bijlmer.

Het SCP wijst ook op het ontstaan van zwarte en witte scholen. Autochtonen in concentratiewijken brengen hun kinderen naar scholen buiten die wijk, omdat ze denken dat een groot aantal allochtone leerlingen een negatieve invloed heeft op de prestaties van hun kind, zo schrijft het SCP. Het bureau stelt voor scholen te verplichten tot een openbare rapportage over de vorderingen van hun leerlingen. “Zo kunnen ouders hun schoolkeuze niet langer baseren op de kleur van de school maar op het werkelijke prestatieniveau”, aldus de onderzoekers.

Daarnaast pleit het SCP voor meer politie op straat en verbetering van het wijkbeheer. Het buurtwerk en wijkopbouwwerk zouden in ere moeten worden hersteld. Aan meer werk geeft het SCP echter absolute prioriteit, in samenhang met meer en hogere scholing van allochtonen.

De PvdA dient deze week in de Tweede Kamer een motie in waarin de totstandkoming van zogenoemde inkomenswijken “niet aanvaardbaar” wordt genoemd. De fractie vraagt het kabinet samen met de gemeenten maatregelen te treffen om de segregatie effectief tegen te gaan. De concentratie van de laagste-inkomensgroepen in bepaalde wijken maakt deze gebieden tot “potentiële getto's”, aldus het Tweede-Kamerlid A. Duivesteijn vandaag bij de behandeling van de begroting van volkshuisvesting in de Tweede Kamer. Hij noemde het “bijna niet voorstelbaar” dat Nederland met zijn rijke traditie op het gebied van volkshuisvesting “dit proces van sociale opdeling laat gebeuren”.