Grieken vragen zich af waar 'de staat' is gebleven

Geschokt door een bloedige gevangenisopstand en gewelddadige studenten, vragen de Grieken zich bezorgd af waar het gezag van de overheid is gebleven, nu bovendien hun fragiele premier met longontsteking in het ziekenhuis moest worden opgenomen.

ATHENE, 21 NOV. De longontsteking van premier Andreas Papandreou (76) volgt haast symbolisch op een week waarin machteloosheid troef was en waarin de vraag 'waar is de staat?' op ieders lippen lag. De ziekte van de premier doet zich voor op het moment dat het land geconfronteerd is met eerst een bloedige opstand in 's lands grootste gevangenis, Korydallós bij Athene, en daarna met troebelen rond de Polytechnische Hogeschool. In beide instellingen hadden bezetters urenlang vrij spel en werd alles kort en klein geslagen, dan wel verbrand, waarvan volijverige televisieploegen - een stuk of vijf, met elkaar concurrerend - een nacht lang bijna gretig verslag gaven.

De vraag 'waar blijft de staat?' werd bij de gevangenis wat laat gesteld. Burgers die pleitten voor een inval van de mobiele eenheden in de door de gevangenen bezette gebouwen, hadden waarschijnlijk ongelijk. Zo'n bestorming van het enorme en gecompliceerde complex had vrijwel zeker tot een bloedbad geleid en tot nog meer slachtoffers dan de vier die de gedetineerden nu zelf veroorzaakten (door het innemen van drugs en door moord).

De afwezigheid van de staat moet men in het geval van de gevangenis in de afgelopen jaren zoeken, en dan niet alleen in die waarin de PASOK regeerde. Opeenvolgende kabinetten van rechts en links hebben passief toegezien hoe Korydallós een soort autonoom gedrocht werd. Twee ministers die er het mes in wilden zetten en de interne 'circuits' wilden aanpakken - een van de rechtse Nieuwe Democratie, een van de PASOK - moesten meteen het veld ruimen. En de post van minister van justitie bleef maar al te vaak een soort sluitpost op de begroting van de te vergeven portefeuilles, ook in het geval van de huidige ministers.

Zo kon Korydallós door de jaren heen uitgroeien tot een oncontroleerbare burcht met een bevolking driemaal groter dan waarvoor zij was gebouwd, en waarin alle categorieën, die gescheiden zouden moeten zijn, door elkaar heen liepen: oud en jong (diefjes van twaalf jaar), Grieken en buitenlanders (bijna veertig procent), drugsverslaafden en niet-drugsverslaafden (de eersten bijna vijftig procent), lang- en kortgestraften plus lieden die nog op hun veroordeling wachtten.

Griekse gedetineerden, vooral de jongeren onder hen, voelden zich bedreigd door Roemenen en Albanezen die kleren en schoenen stalen omdat zij niets van hun familie kregen. Maar het grootste probleem was dat van drugs. Experts vragen zich af waarom het methadonproject dat zojuist in Athene en Thessaloniki is gestart zich niet uitstrekt tot de gedetineerden.

Dan was er nog het probleem van de bevolking van de omliggende voorstad die het vertrek van de hele gevangenis eiste. Dit is nu weer plechtig door de regering beloofd, maar niet voor de eerste keer.

Wat de Polytechnische Hogeschool betreft, velen zijn van mening dat de regering al eerder de moed had moeten hebben, hier een inval te doen, maar theoretisch kan deze inbreuk op het academisch asiel alleen plaatsvinden na goedkeuring van de senaat van de universiteit, die in de nacht van 17 op 18 november eindelijk werd gegeven. Voor het eerst sinds 1973, toen een tank de poort forceerde tijdens de geheiligde opstand tegen de kolonels-junta, betraden exponenten van de staat dit beladen terrein.

Het was niet meer te vermijden. Enkele honderden anarchistische jongeren, de zogenaamde 'bekende onbekenden' maakten er een soort folklore van elk jaar bij de herdenking van de 17e november verwoestingen aan te richten in en om het gebouw. In 1991 ging een groot deel ervan in de vlammen op, inclusief talrijke kunstwerken op de Faculteit van Schone Kunsten. De overkoepelende studentenorganisatie die voor de ordedienst verantwoordelijk was, bleek ook dit jaar niet in staat, het vandalisme te verhinderen. Het zou wel eens het eind van de jaarlijkse Polytechnion-herdenking kunnen zijn. In dit geval betoonde heel Griekenland zich machteloos.