Europa ziet af van beperking 'Hollywood'-quota op de tv

BRUSSEL, 21 NOV. De Europese ministers van cultuur hebben gisteren een akkoord bereikt over quota voor televisieprogramma's. De overeenkomst betekent een gevoelige nederlaag voor Frankrijk, dat zich opwerpt als voorvechter van de Europese filmindustrie in de strijd tegen het 'Amerikaans cultuurimperialisme'.

De huidige regeling, die bepaalt dat ten minste de helft van de programma's van Europese makelij moet zijn, blijft gehandhaafd. Ook de clausule dat deze bepaling geldt 'voor zover mogelijk', blijft bestaan. Met deze clausule kunnen specifieke zenders, die bijvoorbeeld enkel oude westerns uitzenden, van de 51-procentsverplichting worden ontheven. Frankrijk wilde de bestaande quotaregeling aanscherpen, door de clausule te schrappen. Maar andere landen van de Europese Unie, waaronder Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland, zouden liefst de hele quotaregeling schrappen. Zij zien niets in protectionistische maatregelen om 'Hollywood' buiten de deur te houden.

De onderhandelingen over de gewraakte wetgeving, die de Europese richtlijn 'televisie zonder grenzen' uit 1989 moet opvolgen, hebben ruim twee jaar geduurd. Frankrijk had het aanscherpen van de televisiequota met veel aplomb bestempeld als een van de prioriteiten van zijn voorzitterschap van de EU, in de eerste helft van dit jaar. Maar, hoewel gesteund door de Europese Commissie, slaagde Parijs er niet in dit voornemen door de ministerraad te loodsen. Steeds meer landen, met uitzondering van België, keerden zich tegen het aanscherpen van de televisiequota.

Om enigszins aan Frankrijk tegemoet te komen, besloten de Europese cultuurministers gisteren een raadgevend comité in het leven te roepen, dat de Europese Commissie moet adviseren over de toepassing van de nieuwe televisierichtlijn. Diplomaten in Brussel verhullen niet dat dit comité, waarin vertegenwoordigers uit de lidstaten zullen plaatsnemen, vooral wordt opgericht “om niet te bruusk te zijn naar de Fransen”.

Staatssecretaris Aad Nuis (cultuur) beaamde gisteren dat het nu bereikte akkoord een nederlaag betekent voor Frankrijk. Hij prees Spanje, momenteel voorzitter van de EU, dat de lidstaten tot een compromis heeft weten te brengen. “De tegenstelling was hoog opgelopen.” Nederland ziet weinig in aanscherpen van de quotaregeling omdat “ook commerciële zenders nu al met glans de 51 procent halen”.

Nuis tekende gisteren bezwaar aan tegen een juridische toevoeging aan de televisierichtlijn, die bepaalt dat het land van uitzending de richtlijn moet toepassen. Nederland vreest dat het op die manier bijvoorbeeld een station dat vanuit Luxemburg zendt, niet zou kunnen aanpakken wegens majesteitsschennis omdat niet de Nederlandse wetgeving maar die van het land van uitzending geldt. Daarom is op verzoek van Nuis in de nieuwe richtlijn de voorwaarde opgenomen dat het strafrecht van het ontvangend land van toepassing is, voor zover het niet gaat om uitvoering van de richtlijn. Ook is op aandrang van Nederland vastgelegd dat het juridische artikel geen precedent mag vormen voor andere richtlijnen over dienstverlening.

Nu twee gevoelige politieke kwesties zijn opgelost, is de televisierichtlijn bijna rond. Voor het bereiken van afspraken over teleshoppen, bescherming van minderjarigen en over reclame, worden minder moeilijkheden verwacht. Over vijf jaar moet de richtlijn 'televisie zonder grenzen' opnieuw worden geëvalueerd. “Alle opties zijn dan weer open”, aldus Nuis. “Misschien denken de regeringen er dan anders over.”