Barbaren

In het plantsoen van het Plaza de Colon in Cordoba staat een tuinhuisje dat op een moskee lijkt en het ook blijkt te zijn. Kom binnen, vreemdeling, wenkt de man die op het huisje past. Aarzel niet! Ik ben in Cordoba omdat ik het idee heb dat dit de plek is waar in West- Europa voor het eerst geschaakt werd, in de negende eeuw, door de Arabieren die het spel uit Bagdad hadden meegekregen. Het Arabische heeft hier mijn volle aandacht. Ik aarzel niet. De moskeebewaker vertelt me iets over de geschiedenis van het gebouwtje. Het was gebouwd in opdracht van Franco, voor zijn Marokkaanse troepen. Later was het een tijd gebruikt als opslagplaats voor de werktuigen van de tuinlieden van het plantsoen, nog later als een schooltje, en sinds een jaar of tien vervulde het weer zijn oorspronkelijke functie als gebedshuis voor de gelovigen, voornamelijk immigranten en ook wat Spaanse bekeerlingen. Ik vraag of er ook afstammelingen van de Moren bij zijn, die door de eeuwen heen hun geloof hebben behouden. Zeer onwaarschijnlijk. Er blijkt in Malaga een keer een familie te zijn opgespoord die eeuwenlang in diep geheim, uit vrees voor vervolging door de christenen, de voorschriften van de Islam was blijven opvolgen. Van zulke families zijn er niet veel, denkt de moskeebewaarder.

Ik heb een bandrecorder bij me en zou graag de oproep tot gebed opnemen. Dat doen we niet, we hebben toch geen minaret, zegt de man, een beetje verbaasd, alsof ik dat zelf wel had kunnen bedenken. Hulpvaardig legt hij uit waar ik een bandje met de door mij gewenste geluiden kan vinden, maar dat is me niet echt genoeg, ik wil het zelf opnemen. Dat moet wel een verachtelijke indruk maken. Een ongelovige barbaar die de oproep tot gebed wil gebruiken als sfeerscheppend muzelmangeluid en dan ook nog drukte maakt over de zogenaamde authenticiteit. Maar als de moskeebewaarder zo denkt laat hij het niet merken en hij wijst me op de stadskaart een moskeetje waar ze wel een minaret hebben.

Ja, ze zijn bijzonder uitnodigend, de moslims van Cordoba. Er is ook een koffiehuisje dat als moskee dient en ook daar word ik vriendelijk naar binnen gewenkt. De derde moskee is in een Arabisch studiecentrum. Het is gesloten. Ik bel aan, omdat ik een boek zoek dat daar misschien in de bibliotheek aanwezig is. Alweer ontmoet ik grote hulpvaardigheid, maar helaas, de bibliotheek is niet op orde en zal pas over een paar maanden geraadpleegd kunnen worden. Dat is me ook al in het conservatorium verteld, waar ik hetzelfde boek zocht. Karel van het Reve heeft wel eens uitgelegd dat een toerist altijd aan twee voorbeelden genoeg heeft om een algemene wet af te leiden. Mijn wet is: de bibliotheken in Cordoba zijn op slot en worden beheerd door vriendelijke bibliothecarissen zonder sleutel.

Uit het beroemdste gebouw van Cordoba zijn de moslims verjaagd. De grote moskee, waaraan van de achtste tot de elfde eeuw gebouwd is. Van buiten een imponerende burcht, binnen van een grote verstilde schoonheid. Reisschrijvers hebben het over een woud van elegante zuilen, over de in steen vormgegeven idealen van reinheid, ascese en regelmaat en over het stralend innerlijk licht dat uit de gebedsnis die naar Mekka wijst lijkt te komen. Ademloos geniet de bezoeker de schoonheid. En verbluft aanschouwt hij het resultaat van een daad van woest vandalisme die in de zestiende eeuw heeft plaatsgevonden. Midden in de moskee hebben de overwinnende christenhonden een kathedraal gebouwd. Ook toen waren er heemschutters die de moskee wilden beschermen, maar ze verloren de strijd. Ik ben normaal niet ongevoelig voor de schoonheid van een kathedraal, maar hier in de moskee is het kermiskarakter van de katholieke kerk opeens stuitend. Al dat realistisch uitgebeelde lijden, de gepijnigde Christus, de heiligen met de pijlen in hun lichaam, het neergeschoten hert, de gouden pronk en praal, moet dat religie heten? Het is al te menselijk. Het moeten wel heel verschillende goden zijn die in de moskee en in de kathedraal aanbeden werden. In de moskee de God van de wis- en natuurkunde, in de kathedraal de God van het grandguignol. Zoals iedere daad van vandalisme geeft het bestaan van deze kathedraal een prettig gevoel van opwinding. Vroeger las je wel eens dat in de buurt van Moskou een kerk stond die door de zegevierende communisten was omgebouwd tot pindakaasfabriek. Die kerk heb ik altijd willen zien. Gewone orthodoxe kerken zijn er genoeg in Europa. Die pindakaasfabriek was een uniek historisch monument dat de adem zou doen stokken. In Cordoba is de kathedraal de pindakaasfabriek.

De God van de moskee lijkt moderner dan de Kermisbaas van de kathedraal, ook al is die kathedraal eeuwen later gebouwd. Modern in de zin waarin het woord tot voor kort gebruikt werd. Zo modern als Mondriaan of Wittgenstein, die in de karigheid van hun middelen een ethiek uitdrukten. Die God van de moskee kan nog wel even mee, denk ik, maar misschien heb ik het mis, want de postmodernistische rommelkamer van de kathedraal is strikt genomen veel eigentijdser. Hoe dan ook, je kan je in dit gebouw niet aan de indruk onttrekken dat met de verdrijving van de islam uit Spanje de barbaren aan de macht zijn gekomen.

In de Torre de la Calahorra, vlak buiten de stadsmuren, is de Stichting Roger Garaudy gevestigd. Die Garaudy meen ik te kennen als een communistisch filosoof, maar als dat zo is heeft zijn denken op zijn levensavond een wending genomen, want in het museum van de stichting wordt op discrete en vriendelijke manier reclame gemaakt voor de islam. Met tableaus en maquettes wordt de glorietijd van het emiraat van Cordoba opgeroepen, toen kunst en wetenschap bloeiden en moslims, joden en christenen in vrede met elkaar leefden, en aan het eind van de rondgang is er een klank- en lichtspel met tekst van Garaudy. Hier wordt de eenheid van de menselijke cultuur bezongen, een schitterend koor van alle volken, met slechts één dissonant, de westerse beschaving. De achtergrondmuziek wordt schril en agressief, iedere keer als de westerse cultuur aan de orde komt. De cultuur van de kruistochten, de slavenhandel, de agressieve techniek die de wereld dreigt op te blazen, de cultuur van Prometheus. Hier in Cordoba ben ik wel vatbaar voor deze propaganda. Ik denk me in de plaats van de moslimschakers uit de tijd van het emiraat, loop nog eens langs de grote moskee en mompel: slopen die kathedraal, dat wangedrocht. Terug die moskee, uit de handen van de barbaren, want ze is van ons.