Arnhem 'doodziek' van drugs

ARNHEM, 21 NOV. Zware hekken voor de portieken, honkbalknuppels bij de deur-met-dubbele-sloten, gebarricadeerde ramen. Tuinslangen om de drugsverslaafden van de stoep te spuiten en vervolgens hun ontlasting te verwijderen. Hartelijk welkom in het Spijkerkwartier, centrum van de Arnhemse drugshandel en in toenemende mate toneel van overlast door dealers, runners, tippelaars en hoerenlopers.

Het Spijkerkwartier is, zoals een bewoner het verwoordt, “een riool met allerlei gespuis”, een volstrekt onleefbare buurt met alle mogelijke soorten overlast tot in de vroege ochtenduren. Het is een wijk zoals die in het nieuwste rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt beschreven: bijna een getto. In sommige straten heeft meer dan negentig procent van de bewoners overlast van drugsverslaafden. Een kwart van alle bewoners van de wijk, waar in totaal 4.300 mensen wonen, heeft verhuisplannen. Een kwart is dit jaar verbaal, fysiek of met een wapen bedreigd door drugsverslaafden.

In de buurt bevinden zich 240 prostitutieramen, terwijl er ook nog eens een zeventig verslaafden tippelen. Van de 1.000 'structurele drugsgebruikers' in Arnhem veroorzaken er 200 overlast, en dan met name in het Spijkerkwartier. De politie is dit jaar meer dan 2.000 keer gebeld door bewoners met een melding van overlast. In twintig procent van die gevallen, zo klagen de bewoners van de wijk, is de politie echter niet zichtbaar opgetreden.

De drugsoverlast kan voor een belangrijk deel teruggedrongen worden door een nieuwe tippelzone aan te leggen bij het geplande bedrijventerrein IJsseloord II aan de rand van de stad, zeggen drie architecten die op verzoek van stichting De Dialoog de locaties voor de voorzieningen voor drugsverslaafden en de tippelzone hebben onderzocht. De stichting wil met het rapport de 'vastgelopen discussie over drugsoverlast weer helpen vlot trekken'.

Gisteravond werd het rapport van de architecten in het gemeentehuis aangeboden aan burgemeester Scholten op een discussieavond met bewoners uit verschillende wijken. Zij grepen de bijeenkomst aan om te klagen over de gemeentelijke politiek, die het thema weliswaar jaar na jaar 'op de agenda' zet, maar niet tot daden zou komen. “Arnhem was een mooie stad, maar moet je nu toch eens kijken”, zo riep een bewoonster. “Ik word doodziek van die gemeenteraad, wanneer gebeurt er nu eens iets? We hebben nu wel genoeg plannen gehoord, nu willen we dat er wat aan gedaan wordt.”

Ook gisteravond werd weer duidelijk dat er niet zomaar een oplossing bedacht kan worden. Volgens de betrokken wethouder Van Doorne is het “heel erg moeilijk voor deze problemen beleid te ontwikkelen”. “We hebben nu eenmaal geen pasklaar antwoord voor de ellende van de mensen in het Spijkerkwartier.” Van Doorne heeft de afgelopen jaren een aantal harde aanvaringen gehad met bewoners van andere wijken toen ze probeerde de tippelzone te verplaatsen.

De architecten hebben onafhankelijk van welke partij dan ook gekeken naar de meest geschikte locaties in de stad. Wat betreft de tippelzone zeggen de drie dat eerder voorgestelde locaties van het gemeentebestuur ook geschikt waren. “Het is er niet van gekomen, omdat er vanuit de omgeving grote weerstand kwam. De mogelijkheden om die weerstand weg te nemen waren niet beschikbaar”, schrijven de architecten in hun rapport. De keuze voor IJsseloord II heeft al tot woede geleid bij de ontwikkelaars van het bedrijventerrein. Die wijzen er op dat IJsseloord II een private onderneming is, waar de gemeente niets te zoeken heeft.

Tot echte oplossingen komt ook het rapport niet. Er wordt niets bedacht voor de dealers en de criminele verslaafden. “Dat kan ook niet, omdat de overheid het dealen van drugs niet mag bevorderen of stimuleren”, zei gisteren een woordvoerder van het Arnhemse Dotterteam, dat in het leven is geroepen om drugsoverlast tegen te gaan. “Dealers en criminelen kun je alleen maar bestrijden. Daarvoor is een nieuw landelijk beleid nodig. De gemeente heeft geld nodig om verslaafde criminelen op te sluiten en onder dwang af te laten kicken. Anders zijn ze zo weer terug.”