Amerika moet leren leven met Japanse suprematie in Azië

Japan staat als economische, financiële en industriële mogendheid op gelijke voet met de Verenigde Staten. Maar Japan is inmiddels ook 's werelds grootste crediteur, terwijl de Verenigde Staten juist de grootste debiteur zijn. Als gevolg van de economische dynamiek in Azië zal Japan de VS over enkele jaren overvleugelen. Azië wordt de facto een yen-zone en Amerika zal daarmee moeten leren leven.

Na een periode van haast ongekend directe en heftige onenigheid over economische, financiële en commerciële belangen tussen Japan en de Verenigde Staten, twee landen die toch tot de trouwste bondgenoten ter wereld behoren, is een vreemde stilte neergedaald over de betrekkingen tussen beide landen. Maar onder de oppervlakte ontstaat door de diepgaand tegenstrijdige belangen aan weerszijden van de Stille Oceaan een steeds krachtiger spanningsveld, zodat de huidige rust achteraf wel zal worden gezien als een korte stilte voor een des te heviger storm. Slechts zeer ingrijpende veranderingen in de economische krachten die in beide landen en in de internationale verhoudingen werkzaam zijn, en voorts een uitzonderlijk krachtig leiderschap in zowel Washington als Tokio kunnen het tij wellicht nog keren.

Dat de betrekkingen tussen Japan en de Verenigde Staten na tien jaar van serieuze pogingen om zowel tussen beide landen als mondiaal een krachtiger, vollediger en meer algemeen mondiaal handelsstelsel op te bouwen op dit punt zijn aangeland, geeft aan hoe sterk het krachtenveld is dat de Stille Oceaan overspant. De voortschrijdende fragmentatie van het politieke gezag in beide landen, de voortdurende betrokkenheid op binnenlandse kwesties en de toenemende complexiteit van de transpacifische economische betrekkingen wijzen alle in de richting van steeds verder oplopende spanningen.

Handelsconflicten en economische spanningen kenmerken de betrekkingen tussen Japan en de Verenigde Staten reeds sinds anderhalve eeuw geleden de eerste 'zwarte schepen' vanaf de kust van Edo landden. Maar de afgelopen vijftig jaar bleven de ontstane spanningen altijd beheersbaar binnen het grotere raamwerk van sterk convergerende strategische belangen. Zoals de NAVO tijdens de Koude Oorlog de hoeksteen van Amerika's strategie in het Atlantisch bekken vormde, zo werden alle andere belangen en spanningen aan de Pacifische zijde ondergeschikt gemaakt aan de overkoepelende strategische prioriteit van de Amerikaans-Japanse veiligheidsbetrekkingen.

Toch waren er handelsconflicten te over in de periode toen Japan herrees uit de as van de Tweede Wereldoorlog. Al eind jaren '40 waren er diepgaande meningsverschillen over hervorming en management van Japans economie. Begin jaren '50 was er het geschil over de 'blouse van één dollar' die Japanse textielexporteurs 'dumpten' op de Amerikaanse markt. Later, medio jaren '80, kreeg men het aan de stok over de 'vrijwillige' exportbeperking in de automobielsector, en door alles heen speelden de problemen met wisselkoersen en kapitaalstromen, en meer in het algemeen de openstelling van de Japanse markt en de liberalisering van het investeringsklimaat. Nooit echter liet men de hierdoor opgewekte spanningen overlopen naar het domein van de veiligheidsvraagstukken. Zoals ex-premier Nakasone placht te zeggen: “Japan was Amerika's onzinkbare vliegdekschip in de Stille Oceaan.”

Het strategisch raamwerk van de Koude Oorlog en de relatieve omvang van beide economieën dicteerden in die periode de globale tendens van de bilaterale economische betrekkingen. Tokio richtte zich op groei door export, en Amerika's reusachtige markt werkte als naverbrander voor de raket-matige expansie van Japan. Japans welwaart vergrootte Amerika's veiligheid en de gewaarborgde veiligheid stond het Japan toe om zich vrijwel geheel toe te leggen op de wederopbouw van zijn economie, en vervolgens op de inhaalslag.

Hoewel ook nu en in de nabije toekomst nog cruciaal, begint het primaat van de veiligheid als het kernpunt van de Amerikaans-Japanse betrekkingen toch langzaam aan belang in te boeten. Naarmate de Koude Oorlog verder achter ons komt te liggen, zal deze onwikkeling zich versnellen.

Weliswaar is het Aziatisch-Pacifisch gebied in politiek opzicht nog even complex en vol diepe, gevaarlijke breuklijnen als welk gebied ter wereld ook, maar de machtsverhoudingen in de regio zijn met het einde van de Koude Oorlog wezenlijk veranderd. Niettemin zijn er als voorheen kwesties van economische aard, van marktopenstelling, van investeringsklimaat, tot en met de vragen die de geometrie van China oproept - stuk voor stuk zaken die serieuze veiligheidskwesties aan de orde stellen en waarbij Japan en de VS vitale en gelijk gerichte belangen hebben. Maar door de overgang van Koude Oorlog naar wat zich in de toekomst wellicht uitkristalliseert tot een meer traditioneel machtsevenwicht, beginnen nu al nieuwe krachten in de regio aan de oppervlakte te treden.

Naarmate het stramien van de Koude Oorlog verbrokkelt, wordt langzaam duidelijk hoe ver het economische evenwicht tussen de beide oevers van de Stille Oceaan de afgelopen halve eeuw is opgeschoven. Nergens is die verschuiving sterker dan in het economisch evenwicht tussen de VS en Japan, en in de concurrentiepositie die beide landen innemen op de opkomende Aziatische mega-markten.

In tal van opzichten maakt de Japanse economie thans de stuipachtige groei- en implosiefase door die Amerika heeft ondergaan toen het voor de grotere verantwoordelijkheden kwam te staan die bij zijn internationale economische overwicht hoorden. Net al voor de VS toen, geldt voor Japan thans dat de problemen waarmee het land worstelt, ons niet de ogen mag doen sluiten voor Japans overweldigende economische positie en de nog aanzienlijker vooruitzichten van dat land in de toekomst. In zekere zin is de overgang waarin Japans economie thans verkeert, te vergelijken met het moeizaam openbreken van de schaal die het land de afgelopen tientallen jaren heeft beschermd en gevoed.

Tijdens de Koude Oorlog werd de Japanse economie strategisch geleid, op dezelfde wijze als de VS hun veiligheidsbelangen behartigden. Daar zijn militaire veiligheid grotendeels in handen was van de Verenigde Staten, concentreerde Japan zich op de versterking van zijn 'algemene veiligheid', wat niet alleen inhield de wederopbouw van wat in de oorlog verwoest was, maar ook het onderbouwen van een geslaagde terugkeer op het wereldtoneel, geketend als het land was door zijn naoorlogse constitutie en de trauma's die het bedrijven van staatkunde met traditionele middelen had achtergelaten. Japan wist deze doelstellingen even goed te realiseren als het Westen de zijne, waarbij de VS, gewikkeld in een strijd op leven en dood met de inmiddels ineengestorte Sovjet-Unie, de centrale rol speelden.

Maar zowel de kosten als de resultaten van dit tweevoudige succes legden de basis voor de dramatische economische evenwichtsverschuiving in het Stille-Oceaangebied - een verschuiving die de oorzaak werd van de huidige groeiende spanningen en oplopende belangenconflicten tussen Tokio en Washington.

Japans succes betekende dat het land als onbetwiste economische, financiële en industriële supermogendheid op gelijke voet is komen te staan met de Verenigde Staten. Geen belangrijk internationaal economisch besluit kan zonder Japan genomen worden. Of het nu gaat om de ontwikkeling van valutamarkten, de hervorming en beleidsuitvoering van IMF en Wereldbank, grote wereldhandelskwesties, zaken van economische expansie, technologische innovatie, ontwikkelingshulp of de financiering van het nieuwe 'openbaar bezit' van de wereldeconomie, zoals milieu of volksgezondheid - altijd bevindt Japan zich wel ergens in het middelpunt. En dit geldt wel heel in het bijzonder voor alles betreffende de ontwikkeling van de APEC, voor de opkomst van China, of voor dat reuzenproject, de opbouw van Aziës infrastructuur. Niet alleen Japans economische macht verzekert dat land van de spilpositie die het thans inneemt, maar ook, en a fortiori, het feit dat het land veruit de grootste geldschieter ter wereld is.

Een vergelijking: de bruto nationale schuld van de OESO-landen is van iets meer dan 40 procent van het BNP in 1980 opgelopen tot iets meer dan 70 procent van het BNP nu. Er wordt veel gepraat over terugdringen van het begrotingstekort om de nationale schuld te verkleinen; maar daarvoor is een financieringsoverschot nodig. Hoe worden al die tekorten gefinancierd? Het antwoord is in toenemende mate: door Japan.

Het afgelopen jaar was bijvoorbeeld rond drie vijfde van 's werelds totale netto kapitaalexport afkomstig uit Japan. Zowel de Europese Unie als de NAFTA-landen zijn netto-kapitaalimporteurs. De NAFTA alleen al leent per dag dat de markten geopend zijn, meer dan een miljard dollar van de rest van de wereld. Of dit nu gebeurt in een situatie van financiële kracht of, zoals thans, van zwakte, in beide gevallen zijn Japanse besluiten van groot belang voor het wel en wee van mondiale kapitaalmarkten en daarmee ook voor dat van de internationale economie.

Over de jaren '90 gemeten lijkt Japan een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans van ruimschoots een biljoen (duizend miljard) dollar te gaan behalen. Omdat die fondsen moeten terug vloeien in de wereldeconomie - immers, in laatste instantie moeten betalingsbalansen in evenwicht zijn - zullen ze worden geïnvesteerd conform Japans strategische belangen. Omdat aan patronen in Japans internationale investeringen valt af te lezen wat die belangen zijn, wordt al heel snel duidelijk dat Japan, wat betreft zijn directe investeringen, steeds meer prioriteit geeft de mega-markten van Oost-Azië. Maar niet alleen op het gebied van investeringen verlegt Japan zijn aandacht naar Azië: hetzelfde patroon tekent zich af over een breed front van economische activiteiten, van handel tot onderwijs, technologie-overdracht en nationale ontwikkelingshulp. Deze verschuiving is zelfs zo sterk dat Japan thans meer handel drijft met Korea, Taiwan en Hongkong dan met de gehele Europese Unie.

Tegelijkertijd heeft Japan zijn rechtstreekse afhankelijkheid van zijn handel met de Verenigde Staten aanmerkelijk verkleind. Ten tijde van het Plaza Akkoord, in 1985, bedroeg Japans handelsoverschot met de Verenigde Staten bij voorbeeld nog meer dan 80 procent van het totale Japanse handelsoverschot. Thans, tien jaar later, is dat cijfer gedaald tot minder dan 40 procent. In 1985 maakte export naar de Verenigde Staten ruwweg 5 procent van Japans BNP uit; nu is dat nog ruim 2 procent.

In dezelfde periode is een steeds groter deel van de Japanse export naar Azië gegaan: in 1985 was dat nog maar een kwart, nu bijna 45 procent. Weliswaar wordt de economische dynamiek in Azië voor een niet gering deel veroorzaakt door de enorme importbelustheid van Amerika, maar toch is de Japanse produktie in Azië meer dan eenvoudig de verplaatsing naar Azië van een deel van 's lands overschot met Amerika: rond viervijfde van de in Oost-Azië vervaardigde Japanse produkten worden elders in Azië geconsumeerd.

Terwijl Japans economische macht immens is gegroeid, is de machtspositie van Amerika verhoudingsgewijs verzwakt. In 1950 was de Amerikaanse economie meer dan twintig keer die van Japan. Thans is ze nog maar een kwart groter. Maar veel en veel belangrijker nog is het feit dat Amerika 's werelds grootste debiteur is geworden, en Japan de grootste crediteur. Een groot deel van die stijging van de Amerikaanse schuld is het rechtstreeks gevolg van de enorme extra lasten die Amerika tijdens de Koude Oorlog voor zijn rekening heeft genomen. Maar wat ook de oorzaak is geweest, het gevolg is dat de Verenigde Staten financieel wankel uit de Koude Oorlog komen, en dat ze, althans tot ze hun financiële balansen weer in evenwicht brengen, een groot deel van hun manoeuvreermarge zijn kwijtgeraakt. Het is zelfs zo dat het financieringsvraagstuk thans bovenaan de Amerikaanse politieke agenda staat.

Aangezien de Verenigde Staten thans een gecombineerde (privé-, bedrijfs- en overheids-) schuldenlast hebben - die ten opzichte van het BNP niet meer zo hoog is geweest sinds het begin van de deflatie-nachtmerrie die Grote Depressie heet - bevindt het land zich in een economische dwangbuis, hetgeen tot een sterk defensieve opstelling noopt. Onder die omstandigheden genereert een groei al te ver boven het huidige niveau een zo krachtige en competitieve kredietvraag dat de rentestand omhoog zou schieten. Maar bij de huidige hoog opgelopen schuldenlast brengt die hoge rentestand het zeer reële gevaar met zich mee dat wordt overgegaan tot agressieve liquidatie van schulden. Aan de andere kant brengt een te trage groei met zich mee dat de economie onvoldoende cash flow genereert om zich de nog steeds toenemende schulden te blijven permitteren.

Hierdoor zien de Verenigde Staten zich gedwongen hun economie door een steeds nauwere beleids-vaargeul te loodsen, en hun internationale verplichtingen terug te brengen. Nergens blijkt dat duidelijker dan in Azië, waar de roep om meer buitenlands kapitaal gelijke tred houdt met het groeiend aandeel dat deze regio heeft in het mondiale economische en politieke systeem. De komende tien jaar zal meer dan de helft van 's werelds nieuw gecreëerde rijkdom in Azië worden geproduceerd. Kort na het jaar 2000 zal de Aziatische economie zowel de NAFTA als de Europese Unie zijn voorbijgestreefd.

Kortom, juist nu Japan zich in pijlsnelle vaart heroriënteert op Azië, blijkt Amerika het tempo niet te kunnen bijhouden. De gevolgen van deze dynamiek zijn nu nog maar van marginaal belang voor het evenwicht ter weerszijden van de Stille Oceaan. Maar zet deze tendens zich door, en daar ziet het naar uit, dan zal dat op termijn verder strekkende en dieper ingrijpende consequenties krijgen. Zo zal er in Azië de facto een yen-handels- en -valutazone ontstaan, met als gevolg dat centrale banken minder dollarreserves gaan aanhouden, wat Amerika's leidende rol in organisaties als de APEC, de Wereldhandelsorganisatie en zelfs het IMF en de Wereldbank zal aantasten.

Terwijl Japan zijn afhankelijkheid van de Amerikaanse handel heeft weten in te perken, is het omgekeerde niet het geval. In 1985 kwam een vijfde deel van de import in de VS uit Japan; dat cijfer is nauwelijks veranderd. In 1985 kwam ongeveer 20 procent van Japans import uit de Verenigde Staten, en ook dat cijfer is thans maar weinig hoger, ondanks tien jaar van heftige politieke geschillen en vrijwel continue besprekingen over het openbreken van de Japanse markt. Maar terwijl de totale waarde van de Japanse handel in die tien jaar meer dan verdubbeld is, heeft de stagnerende positie van Amerikaanse ondernemingen op de Japanse binnenlandse markt tot gevolg dat het handelstekort van de VS met Japan is verdubbeld tot een bedrag boven de 65 miljard dollar per jaar. En een nog precairder gegeven is dat naarmate de schuldenlast opliep, de stabiliteit van de Noordamerikaanse economie steeds afhankelijker is geworden van een soepele recycling van overtollig Japans kapitaal.

Ziehier de belangrijkste dynamiek van de economische en financiële krachten die werkzaam zijn in de betrekkingen tussen VS en Japan. Geen van beide landen is nog ten volle bereid om de politieke consequenties van het nieuwe evenwicht-in-wording te onderkennen.

Niets in de economie is ooit onvermijdelijk, behalve verandering. De structuur van de economische macht zoals die bezig is te ontstaan aan gene zijde van de Stille Oceaan, verschilt hemelsbreed van die uit het verleden. Met het einde van de Koude Oorlog treden deze krachten steeds vrijer aan de oppervlakte. Maar het raamwerk waarbinnen de Japans-Amerikaanse betrekkingen worden geregeld, is nog grotendeels gebaseerd op realiteiten uit een voorbije tijd.

Visionair staatsmanschap in beide landen zal nodig zijn om de ontstane discrepantie geleidelijk te beheersen en te overwinnen. Het gevaar daarbij is dat de bestaande trans-pacifische spanningen tot nieuwe moeilijkheden zullen leiden. Aangezien het gaat om 's werelds belangrijkste economieën, is het duidelijk dat het niet alleen in het belang van Washington en Tokio is dat het heft op kundige wijze in handen wordt genomen. Het zeer reële gevaar bestaat echter dat de spanningen over en weer zullen blijven oplopen terwijl het beleid in beide landen op zijn beloop gelaten wordt.