Zes tot 18 maanden geëist tegen leden familie v. d. Valk

DEN HAAG, 20 NOV. De officier van justitie in Den Haag heeft vanochtend in het fraudeproces tegen zeven leden van de horeca-familie Van der Valk gevangenisstraffen geëist variërend van 18 maanden (deels voorwaardelijk) tot 6 maanden voorwaardelijk. Ook werden geldboetes geëist van 750.000 gulden tot anderhalf miljoen gulden.

Tegen topman Arie van der Valk (65) eiste officier mr. H.C. van Verschuer een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, plus een geldboete van anderhalf miljoen gulden. Twee van Aries zoons, Ben (37, motel Akersloot) en Lucas (32, brugrestaurant Schiphol, motel Haarlemmermeer) van der Valk, en hun neef Gert-Jan (34, motel Tiel) hoorden straffen tegen zich eisen van 18 maanden, waarvan zes voorwaardelijk. In alledrie de gevallen geldt een proeftijd van twee jaar. Verder eiste de officier tegen alledrie een boete van 57.000 gulden. De eisen tegen de echtgenotes van de drie vestigingsdirecteuren luidden voor twee van hen negen maanden voorwaardelijk en tegen een zes maanden voorwaardelijk.

In haar requisitoir concludeerde de officier van justitie dat gezien ernst en omvang van de feiten (het betalen van zwarte lonen, belastingfraude door het verzwijgen van omzet en valsheid in geschrifte) het opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraffen op zijn plaats is. Maar de officier zag af van eisen voor jarenlange straffen, omdat dit geen goed zou doen aan de continuïteit van de betrokken horecavestigingen. Bij de eisen tegen de echtgenotes van de betrokken directeuren zag de officier af van onvoorwaardelijke straffen omdat in alledrie de gevallen sprake is van gezinnen met veel kinderen.

Arie van der Valk kan, aldus de officier, als grote baas van het concern verantwoordelijk worden gesteld voor de gang van zaken bij het familiebedrijf. Als hij wat jonger zou zijn geweest zou de officier een hogere straf tegen hem hebben geëist dan tegen de jongere generatie. De officier schatte de omvang van de fraude per onderzochte Van der Valk-vestiging op bedragen die variëren tussen enkele tonnen en 3 à 4 miljoen gulden per jaar. Zij achtte de volgens haar bewezen fraude maatschappelijk niet acceptabel. Opsporing en vervolging hebben volgens haar ook een preventief karakter. Zij achtte het symbool van de toekan (“een vogel met een grote snavel, die erop uit is de nesten van anderevogels leeg te roven”) volkomen treffend voor de familie en het concern Van der Valk. Zij wees erop dat in het verleden vele pogingen van de fiscus om bij Van der Valk tot een betere administratie te komen hebben gefaald.