Vrouw mag geen priester zijn

ROME, 20 NOV. Het Vaticaan heeft het verbod op vrouwelijke priesters zaterdag “definitief en onherroepelijk” genoemd en gezegd dat dit deel uitmaakt van de onfeilbare en onveranderbare rooms-katholieke doctrine.

Deze uitspraken zijn vervat in een document waarin de Congregatie voor de Geloofsleer ingaat op vragen die zijn gerezen naar aanleiding van de apostolische brief Ordinatio sacerdotalis (De Priesterwijding), waarin de paus vorig jaar zijn afwijzing van de vrouw in het ambt herhaalde.

“De bisschop van Rome heeft, rekening houdend met de huidige omstandigheden, opnieuw uiteengezet wat altijd, overal en door iedereen aanvaard moet worden”, zo staat in het document dat zaterdag is gepubliceerd door de congregatie. “De gelovigen zijn gehouden hun volledige, definitieve en onherroepelijke instemming te geven met de doctrine die uiteen is gezet in de pauselijke brief.”

De congregatie beroept zich hierbij niet op het principe van de pauselijke onfeilbaarheid, een belangrijk twistpunt in de contacten met andere godsdiensten. De pauselijke brief valt volgens de congregatie niet onder de onfeilbare uitspraken, maar de in die brief aangehaalde rooms-katholieke doctrine dat vrouwen geen priester mogen worden, moet wel als onfeilbaar worden beschouwd. In zijn brief van mei vorig jaar had de paus al geschreven dat het om een definitief oordeel ging, maar onder theologen was discussie ontstaan over de vraag of het hierbij om een onfeilbare pauselijke uitspraak ging.

Het is een subtiel verschil dat verloren kan gaan in de discussie met andere godsdiensten over de vrouw in het ambt. Volgens de congregatie hoeft het definitieve 'nee' hiertegen van Rome geen belemmering te zijn voor de oecumene. Deze eist juist “volledige oprechtheid en duidelijkheid in de presentatie van de identiteit van het eigen geloof”.

De paus heeft steeds gezegd dat vrouwen geen priester mogen worden omdat Christus zelf alleen maar mannen heeft uitgekozen als apostelen. Theologen van bijvoorbeeld de Anglicaanse kerk, waar een aantal vrouwen tot priester is gewijd, zeggen dat deze keuze was ingegeven door de toenmalige conventies. Volgens de paus was dit een bewuste keuze.

De uitspraken van de congregatie, die wordt geleid door de Duitse kardinaal Joseph Ratzinger, zijn een poging een einde te maken aan het debat in de roooms-katholieke kerk over vrouwelijke priesters. Zij maken het voor toekomstige pausen moeilijker om terug te komen op de afwijzing ervan.

Een woordvoerder van het rooms-katholieke kerkgenootschap in Nederland wijst erop dat de uitspraken van de paus in Ordinatio Sacerdotalis niet het karakter van de formulering van een dogma dragen. De kwestie van vrouwen in het ambt betreft in formele zin niet de geloofsschat van de kerk, maar de uitwerking daarvan. Een officiële formulering van een dogma doet een paus door deze na consultatie van het wereldepiscopaat ex cathedra vanaf zijn troon plechtig te declameren. Voor het laatst gebeurde dat in 1854 door paus Pius IX. Het betrof toen het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria.

De vernieuwingsgezinde Acht Mei Beweging heeft vorige week de Nederlandse bisschoppen gevraagd met Rome in discussie te gaan over het definitieve karakter van de uitsluiting van vrouwen tot het priesterambt. De beweging nodigt de bisschoppen uit gebruik te maken van het 'ius remonstrandi', een uit de Middeleeuwen daterend recht van bisschoppen indien een bepaalde wet ernstige schade of zwaar nadeel berokkent aan de gemeenschappen die aan de bisschoppen is toevertrouwd. De bisschoppen hebben nog geen reactie op de verklaring van Ratzinger gegeven.

Aartsbisschop kardinaal A. Simonis verklaarde vorig jaar na het verschijnen van de brief dat de paus in deze kwestie “niet iets nieuws” verkondigde. Simonis schreef dat velen de paus dankbaar zouden zijn om de uitspraak maar dat de brief anderen pijnlijk treft. “Onder hen zijn talrijke vrouwen die zich met groot elan en toewijding inzetten voor onze geloofsgemeenschap. Ze zullen het moeilijk vinden in te zien hoe de fundamentele gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen die ook in de Apostolische brief wordt beklemtoond, te verenigen is met de uitsluiting van het ambtelijk priesterschap.”