STRAF VOOR WERDERS VIJFDE KOLONNE

Mario Basler is bij Werder Bremen tegelijkertijd volksheld en vijfde kolonne, beste speler en beste lanterfanter. Hij kan in zijn eentje een wedstrijd winnen, maar ook als een verdwaalde recreant door de Duitse stadions wandelen. Tegen PSV mag hij morgen niet meedoen. Als straf voor het wegblijven van de training.

Let op, PSV. Vorige week woensdag speelde hij nog in het Duitse elftal dat voor ruim 70.000 toeschouwers in Berlijn, vooral dank zij een zeer goede tweede helft, met 3-1 van Bulgarije won en zich daardoor plaatste voor het Europees kampioenschap 1996. Zaterdag werd hij door zijn trainer Aad de Mos in het volgepakte stadion van Bayern München na een half uurtje naar de kant gehaald. Hij reisde daarna niet met zijn elftal terug naar Bremen, maar bezocht een vriendin in Mannheim - zijn huwelijk liep de afgelopen maanden op de klippen - en ontbrak gistermorgen op de training.

Morgen speelt de 26-jarige Mario Basler voor straf in Eindhoven niet mee in het UEFA-Cupduel PSV - Werder Bremen. Als er tenminste vandaag of morgen niet alsnog ongewone dingen gebeuren tussen deze Super Mario en de bedaagd-voorzichtige leiding van zijn Noordduitse club. Wie weet immers of het nieuws dat PSV dit weekeinde De Graafschap met 8-0 aan flarden speelde, de leiding van Bremen niet alsnog op andere gedachten brengt.

Het is een bijzondere voetballer, die Basler. Er zijn wedstrijden die hij in zijn eentje met prachtig-snelle slaloms, haarzuivere voorzetten, knallende schoten, effectvolle vrije trappen en wat niet al niet voor Werder Bremen wint. Maar er zijn ook wedstrijden waarin hij als een verdwaalde recreant of mokkig-miskende ster obstinaat door Duitse stadions wandelt, veelvuldig naar een van zijn gekwetste benen grijpend.

Want, dat is ook bijzonder, de man heeft korte aanhechtingsspieren in rug en bovenbenen en is bijna altijd wel een beetje geblesseerd. Voor hem geldt bij Werder Bremen bovendien voortdurend een uitzonderingsregime. Hij rookt graag en drinkt graag een biertje en maakt daarvan in tv-interviews zichtbaar geen geheim. Als hij geen zin heeft om te trainen of als de matige conjunctuur van zijn spierstelsel hem dat ingeeft, blijft hij weg, in het beste geval na een telefoontje, maar soms ook zonder bericht. Tot woede van zijn trainer en zijn medespelers, van wie hij velen qua jaarsalaris - 1,2 miljoen mark volgens een pas herzien contract tot 2000 - óók ver achter zich laat.

Zo is hij bij Werder tegelijkertijd volksheld en vijfde kolonne, beste speler en beste lantefanter. Een soort exoticum, veel meer dan de evenveel verdienende Argentijn Roberto Cardoso, een linksbenige middenvelder die Werder afgelopen zomer overnam van Freiburg en die tot nu toe nogal teleurstelt.

Basler is nu eenmaal Super Mario, on-Duits artistiek binnen het veld en een buitengewoon horkerige en platte man daarbuiten. Interview-afspraken laten schieten, cameramensen aanvallen (na een verloren wedstrijd), racistische pesterijen tegen gekleurde tegenstanders, het uitkafferen van medespelers, scheldkanonnades tegen zijn clubbestuurders - het is maar een greep uit wat hij alleen al de eerste drie maanden van dit seizoen in de aanbieding had. Bij zijn enigszins provinciale Noordduitse club, die in het vaak hectische klimaat van de Bundesliga opvalt door zijn voorzichtige bedrijfsvoering en zijn voor continuïteit en kalmte, waren Baslers extrasportieve kunsten tot nu toe getolereerd met de gelatenheid die de moeder van een groot gezin haar liefste en moeilijkste kind gunt.

Sinds vorige zaterdag lijkt het tolerantieniveau jegens Basler ingrijpend veranderd. De twee jaar geleden voor maar twee miljoen mark van de kwijnende Berlijnse tweede-divisieclub Hertha BSC overgenomen speler heeft voor Werder namelijk intussen niet alleen een tienvoudige marktwaarde gekregen, maar is ook een permanente pain in the ass geworden. De verhalen van de afgelopen weken over zijn aanstaande transfer naar Italië, naar hetzij Inter of AC Milan, of anders toch minstens naar Fiorentina of Parma, de pakkende artikelen in Duitse kranten over zijn geheime onderhandelingen met die clubs, bleken op weinig meer dan de fantasie van Basler en zijn zaakwaarnemer te berusten, maar ze zijn de leiding van Werder Bremen toch niet in de koude kleren gaan zitten. Uli Hoeness, de manager van CSU-club Bayern München - geografisch, psychologisch en atmosferisch dé grote tegenpool van de SPD-angehauchte club uit Bremen - had ook al pesterig geroepen dat Basler waarschijnlijk alleen contact had gehad met 'Italiaanse pizzabakkers'.

Hoe dat zij: Werder-manager Willy Lemke had slechts laten weten dat Basler 20 miljoen mark moest kosten en dat geen enkele Italiaanse club zich na het horen van die prijs tot hem had gewend. Basler had in zijn herziene contract een clausule opgenomen gekregen die hem de helft van een transferbedrag boven zes miljoen mark garandeert. Anders gezegd: van de gevraagde twintig miljoen waren er zeven voor Werder geweest. Werder, al jaren succesvol met zuinige inkopen en dure verkopen - de transfers van Rudi Völler (acht miljoen, 1987) en Karl-Heinz Riedle (elf miljoen, 1990) naar Italië waren voorbeelden van grote financiële 'klappers' voor de club - leek zijn bekomst van Basler te hebben gekregen.

De sportwereld is hard, dat is bekend. Toen de tussentijds even geopende Italiaanse transfermarkt begin deze maand weer was gesloten, heette het in Duitse kranten dat niet de FC Parma, maar alleen de FC Parmesan (het Duitse woord voor die Italiaanse kaas) twintig miljoen voor Basler had willen betalen. Bij Werder was bovendien een spottende fax binnengekomen van de regionale club TSV Taunusstein-Bleidenstadt waarin Basler als 'financiële houthakker' hartelijk werd uitgenodigd om er 'in onze gezonde boslucht' te komen spelen. Kortom: de recalcitrante ster van Werder Bremen, de topscorer van vorig seizoen, was intussen Duitslands Kasperle (Jan Klaassen: lachsucces) geworden.

Mischien ook wel daarom had Werder-trainer Aad de Mos, de man die ooit vooral in de C-teams van ADO en Excelsior furore maakte, maar er nu geen bezwaar tegen heeft om in Duitse kranten als ontdekking van de grote Ernst Happel en als een vroegere crack van 'Den Haag' en 'Rotterdam' vermeld te worden, zaterdag in de uiteindelijk met 2-0 van Bayern verloren wedstrijd al na een half uurtje genoeg van zijn vedette.

De Mos, die Basler tot nu toe als 'uitzonderlijke en onmisbare speler' steeds de hand boven het hoofd had gehouden, had hem deze keer opgesteld als centrumspits. Dat is een plaats die Basler niet behaagt, en dat liet hij ook zien. En horen voor de Duitse tv: “Ik wil niet in de spits spelen, ik laat me niet na een half uur vervangen, als Werder behoefte heeft aan een centrumspits, moet er maar een worden gekocht, als men mij niet naar Italië wil verkopen, is er kennelijk geld genoeg om een nieuwe spitsspeler te betalen.”

Aad de Mos, die Zuiderparkse Hagenaar die sinds een paar maanden trainer bij Werder Bremen is (en het daar qua taalvaardigheid soms nogal kaus bausen heeft) zag zijn club de afgelopen acht wedstrijden niet meer winnen. Zaterdag werd hij na zijn gedecideerde optreden jegens Basler telefonisch bedreigd en kreeg extra politiebeveiliging. Sommige spelers van PSV, zijn vorige club, hebben niet zulke goede herinneringen aan hem. Het waarom daarvan werd een jaar geleden door de vroegere PSV-spits Wim Kieft treffend toegelicht in een interview met Vrij Nederland. Vorig jaar schakelde Feyenoord Werder Bremen uit voor verder Europees voetbal. PSV maakt zich op om hetzelfde te doen. Mario Basler is er niet bij, dat scheelt. Maar De Mos wel, en dat scheelt ook, zij het anders. Wat dat betreft behoeft men als liefhebber geen Eindhovenaar te zijn om PSV succes te wensen.