Stokpaardje

De heer Verkijk is met zijn reactie (NRC Handelsblad, 14 november), op het interview met zangeres Gré Brouwenstijn, weer eens zijn oude stokpaardje gaan berijden. Hij liet indertijd een lijvig boekwerk verschijnen waarin het reilen en zeilen van vele omroepmedewerkers gedurende de Tweede Wereldoorlog aan de kaak werd gesteld.

Thans, vijftig jaar na bezettingstijd, kan Verkijk het niet nalaten de tachtig jaar geworden operaster na te trappen, door zich erover te verbazen dat het interview met haar pas begint na 1945. Hij voelt zich genoodzaakte enkele 'aanvullingen' te geven. Gré Brouwenstijn begon haar carrière vóór 1945 als vocaliste in het koor van de omroep alvorens later als gevierd operazangeres door te groeien. Verkijk somt feiten en consequenties op van de omroep in bezettingstijd en insinueert hiermee in zekere zin dat iemand die toen voor een omroepbaan een arbeidscontract tekende, hiermee tevens het odium van collaboratie voor de Duitse bezetter op zich laadde. Wat had zij en vele anderen die bij de omroep werkzaam waren dan anders moeten doen? Ontslag nemen omdat het dienstverband bijvoorbeeld inhield dat ook aan een concert voor de Wehrmacht in november 1944 moest worden meegewerkt? Er diende in die tijd voor hen, net als zij die in andere beroepen werkten, toch ook brood op de plank te komen? Bovendien betekende een carrière-onderbreking voor veelbelovende, aankomende musici een slechte zaak. Zelf ben ik achteraf blij, als jongen Mengelberg nog te hebben zien dirigeren ondanks de aanwezigheid van hooggeplaatste Duitse militairen die als sierduiven op de eerste rij zaten. Aan goede concerten hadden ook 'goede Nederlanders' behoefte in duistere dagen. De later verguisde Mengelberg wordt weer volop geëerd en het zwartboek van Verkijk over de omroep tijdens de oorlogsjaren kwam al lang geleden in de ramsj terecht.