Pure kracht die met muziek niets te maken heeft; Van Eijndthoven glanst in solo met bas

Voorstelling: De Contrabas van Patrick Süskind door Theater van het Oosten. Vertaling: Hans W. Bakx; regie: Mark Timmer; spel: Jan van Eijndthoven. Gezien: 18/11 Theater a/d Rijn Arnhem. Tournee (in combinatie met De Caracal te zien) t/m 19/2.

Als contrabassist kent hij zijn plaats. Helemaal achteraan in het orkest leidt hij een vrijwel onopgemerkt bestaan. Zijn status is gering en geen wonder: aan het onhandelbare ding, “meer een obstakel dan een instrument”, valt met de beste wil van de wereld geen mooie noot te ontlokken: “contrabas spelen is een kwestie van pure kracht, met muziek heeft het allemaal niets te maken.”

De contrabassist zit naast zijn ontzagwekkende instrument. Hij moet straks met zijn orkest optreden, maar nu wij er toch al zijn wil hij ons wel even in vertrouwen nemen. Samenleven met een contrabas, zo valt uit zijn tirade op te maken, betekent je schikken in een eenzaam vrijgezellenbestaan. Een contrabas staat een relatie letterlijk in de weg, het ding dringt zich tussen mensen in. De laatste keer dat er een vrouw bij hem over de vloer was had hij zijn instrument daarom in de badkuip verstopt. Maar hij heeft zich nu voorgenomen dat, mocht het ooit iets worden tussen hem en een jonge sopraan uit het orkest op wie hij heimelijk verkikkerd is, hij naar haar zal gaan, ver van de contrabas vandaan.

De contrabas van de Duitse schrijver Patrick Süskind is het relaas van een verbitterd musicus die zijn instrument haat maar er toch geen afstand van kan doen, als was het een oude lastige minnares. Jan van Eijndthoven weet die tegenstrijdige emoties in zijn monoloog schitterend uit te drukken. De cynische buien van zijn personage liggen hem goed, merk je, dan is hij scherp en geestig, maar hij toont ook zijn verlegen, kwetsbare kant en dat levert roerende momenten op.

Zijn presentatie maakt hem eveneens kwetsbaar. Hij neemt de tijd voor zijn verhaal, last pauzes in en staart soms stil voor zich uit. Als hij opschrikt uit zijn gemijmer wendt hij zich rechtstreeks tot het publiek aan wie hij zijn intiemste gedachten prijsgeeft. Zo naar hem luisterend krijg je het gevoel niet alleen de contrabassist te leren kennen, je gaat ook Van Eijndthoven zelf met andere ogen zien.

Mark Timmer die twee weken na De Caracal van Judith Herzberg nu deze monoloog van Süskind bij Theater van het Oosten regisseert, heeft in Jan van Eijndthoven onvermoede talenten naar boven gehaald. Nooit eerder althans heb ik hem zo overtuigend zien spelen. Het kan ook zijn dat Van Eijndthoven niet eerder een kans als deze heeft gehad - ik heb zijn gezicht al in vele voorstellingen gezien zonder dat hij me bijzonder opviel. Het was, naar nu blijkt, hoog tijd dat daar verandering in kwam.