Poolse kiezers bang dat slechtste van twee kwaden zou winnen

Miljoenen Polen kampten gisteren met het probleem, te moeten kiezen uit twee kandidaten die hun niet bevielen, en met de angst dat de slechtste van de twee kwaden zou winnen.

GUZOWATKA, 20 NOV. Marian Irkowski heeft drie kilometer door de sneeuw gelopen om bij het stembureau te komen. De oude, grijze boer, 73 is hij, zegt hij, stelt zich voor met de woorden: “Ik ben van het Thuisleger”, het partizanenleger in de oorlog. Hij heeft in 1944 nog in Majdanek gezeten, daar heb ik de hel gezien, zegt hij, nadat hij de leden van het stembureau een hand heeft gegeven, en de enige vrouw onder hen een handkus, en nadat hij achter het oude gordijn zijn stembiljet heeft ingevuld.

Die drie kilometer had hij er wel voor over, want, zegt hij, het communisme moet worden gestopt, en dus heeft hij in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen op Lech Walesa gestemd. Waarom? Hij is een beetje verbaasd over de vraag: “Op wie anders? Aleksander Kwasniewski?” Nee, zegt Marian Irkowski, op die man met die vreselijke ideologie zal ik niet stemmen, Walesa is de toekomst van Polen, Kwasniewski betekent de terugkeer van het communisme en dat hebben we te lang gekend, al mijn vrienden, aldus Marian Irkowski, hebben in Siberië gezeten.

Dat Aleksander Kwasniewski een communist is, is voor Marian Irkowski duidelijk. Aleksander Kwasniewski, zegt hij, wil het probleem van de werkloosheid oplossen. “En weet je hoe? Hij zou die drie miljoen werklozen naar het platteland sturen, en wij boeren moeten die mensen dan aan werk en onderdak helpen. Maar dat zijn mensen met zand in hun mouwen, ze zijn lui, ze werken niet. Nee, zegt Marian Irkowski, de oude president moet blijven, zo is het goed, en nu moet hij verder, Dzien Dobry, en God zegene u.

Guzowatka is een gat met veel berken en dennebomen op het Poolse platteland, een platteland met sneeuw en kraaien, op een kilometer of dertig ten noordoosten van Warschau. Geen arm dorp: de huizen zijn groot en ruim. Langs de weg staat op elke honderd meter een kruisbeeld, met linten die wapperen in de gure wind. Het is een Walesa-dorp, zegt Wieslaw Wilkowski, een ruige boer, burgemeester van Guzowatka en voorzitter van het stembureau, dat is ondergebracht in de gymzaal van de school. Hier komen de kiezers uit vijf dorpen in de omtrek in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen hun stem uitbrengen. Er zijn zeshonderd stemgerechtigden geregistreerd hier, driehonderd van hen kwamen twee weken geleden in de eerste ronde stemmen. Walesa won met een straatlengte, hij kreeg tweehonderd van de driehonderd stemmen, en Aleksander Kwasniewski, de leider van de ex-communistische SLD, kreeg er maar veertig. Wieslaw Wilkowski weet zeker dat Walesa weer gaat winnen. De Poolse boeren willen maar twee dingen, zegt hij, ze willen rust en veiligheid, meer willen ze niet, en ze weten zeker dat Walesa daar eerder voor kan zorgen dan Kwasniewski. Die veertig mensen die in de eerste ronde op Kwasniewski hebben gestemd, die kent iedereen wel zo'n beetje in het dorp, zegt Wilkowski, maar wij zijn er niet minder goede vrienden om, we zijn hier heel vreedzaam, zegt hij.

Een van de Kwasniewski-stemmers in Guzowatka komt even later het stemhokje uit, geeft een slap handje: Piotr Pisarek, een spichtige jongen van 24 met blauwe ogen en een dun blond snorretje. Hij is boswachter. “Walesa heeft vijf jaar de tijd gehad”, zegt hij. “Maar hij heeft er niet veel van terecht gebracht. Zijn programma bevalt me niet. Hij heeft misbruik gemaakt van zijn reputatie, als hij van die reputatie nog iets wil redden, moet hij nu opstappen.” Wat hij van de jonge rivaal van Walesa kan verwachten kan Piotr Pisarek niet precies onder woorden brengen, maar in elk geval wordt het “iets nieuws”. Kwasniewski is niet zijn ideale kandidaat, zegt hij, in de eerste ronde heeft hij op de ex-dissident Jacek Kuron gestemd, maar die heeft helaas verloren. Maar in elk geval is hij niet, zoals zoveel andere Polen, bang dat met Kwasniewski het communisme terugkeert: “De natie zal dat niet toelaten.” En wie weet, misschien zal Kwasniewski meer geld ter beschikking stellen voor de gezondheidszorg en voor de woningbouw, en misschien komen er goedkope leningen. Mijn ouders, zegt Piotr Pisarek, wachten al achttien jaar op een woning.

De Poolse bisschoppen hebben de afgelopen weken herhaaldelijk duidelijk gemaakt wie de Polen in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in elk geval niet moeten kiezen: Aleksander Kwasniewski, want, zo hebben ze keer op keer laten weten, Polen behoort een goede katholiek als hoogste leider te hebben. Na de eerste ronde, die door Kwasniewski met een kleine voorsprong op Walesa werd gewonnen, hebben ze dat nog eens herhaald.

Wat zegt de Kerk hier eigenlijk, in Guzowatka? De Kerk, dat is Andrzej Rusinowski, een joviale, grijze vijftiger met een stem als een brulboei, die zelf de bakstenen kerk uit komt om de klokken te luiden die op deze dag van heinde en verre de gelovigen naar de kerk roepen: oude vrouwen, dik ingepakt en een enkele oude man. Andrzej Rusinowski heeft niemand aangeraden op Walesa te stemmen, de mensen weten zelf wel wie ze moeten kiezen, zegt hij. “Ik probeer mijn mensen de juiste waarden bij te brengen, Poolse waarden, Europese waarden”, zegt hij. “De Aziatische waarden, de Aziatische cultuur hebben we lang genoeg gehad.” Maar zijn die Aziatische waarden dan zes jaar na de val van het communisme nog steeds een probleem in Guzowatka? Natuurlijk, zegt Andrzej Rusinowski, er is nog sprake van druk uit het oosten, dat is in 1989 niet zomaar afgelopen, die druk bestaat al vijftien eeuwen. “De Oosterse cultuur bestaat uit roofovervallen en oorlog”, zegt hij. “En de Westerse cultuur bestaat uit denken en werken. En Polen ligt daar precies tussenin.”

Vandaar die Europese waarden, zegt hij. Ach, hij wil niet beweren dat met Aleksander Kwasniewski het communisme terugkomt, maar je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Wat hij voor de Kerk verwacht als Kwasniewski wint? Andrzej Rusinowski lacht: “Het zal de Kerk alleen maar beter gaan. Ging het met de Kerk niet prima onder het communisme? De kerken zaten vol.” En hij wijst op de mensen in zijn kerk: zeven oude vrouwen, die samen een gebed hebben aangeheven, in afwachting van het begin van de mis.

In grote delen van het Poolse platteland geeft de Kerk nog in hoge mate de doorslag. Bovendien zegt de jonge, intellectuele, welbespraakte Kwasniewski de mensen hier gewoon minder dan de volkse Walesa.

Ursus is een arbeiderswijk in het zuidwesten van Warschau, hier staat de tractorfabriek met dezelfde naam, waar in 1976 de arbeiders massaal in opstand kwamen tegen het bewind van Edward Gierek, een opstand die vier jaar later leidde tot het ontstaan van Solidariteit. Ursus is sinds de fluwelen revolutie van 1989 in de problemen geraakt. Geprivatiseerd is de fabriek nog steeds niet, want niemand wil die schroothoop, en van de meer dan 15.000 arbeiders is meer dan de helft ontslagen. Nergens, zegt men in Polen, is de frustratie over de hervormingen zo groot als hier, in Ursus.

Maria Jaron is voorzitter van stembureau nummer twee in Ursus. Zelf is zij accountant, een struise vrouw van halverwege de vijftig. In de eerste ronde won Walesa hier, gevolgd door ex-premier Jan Olszewski en daarna kwam Aleksander Kwasniewski, vertelt ze, maar het verschil tussen die drie was maar heel klein. Zelf heeft zij in de eerste ronde Kwasniewski gestemd, en in de tweede ronde natuurlijk ook. Zij heeft het niet zo op Walesa, nooit gehad, ze vond hem als leider van Solidariteit al niks en bij de vorige presidentsverkiezingen heeft ze ook niet op hem gestemd. Niet dat zij vroeger lid van de Communistische Partij was, zij was nooit lid van welke partij dan ook, maar stemt nu SLD, sociaal-democratisch, zo heeft zij zich altijd gevoeld: sociaal-democratisch.

Zij denkt wel dat Kwasniewski gaat winnen, ook hier in Ursus, de fabriek zit zo diep in de schulden dat de arbeiders niet meer kunnen worden betaald, de mensen hier, zegt Maria Jarón, zijn heel ontevreden.

Czeslaw Koszka, een grijze veertiger met een zwarte snor, gekleed in een joggingpak, heeft niet op Kwasniewski gestemd, maar op Walesa, “om de communisten tot zwijgen te brengen”. Hij gelooft niet dat met Kwasniewski het communisme terugkomt, “als dat gebeurt, gebeurt het met een staatsgreep”, maar je weet maar nooit, hij zal in elk geval heel wat van zijn communistische vrienden in belangrijke instanties neerzetten, in het Privatiseringsbureau bijvoorbeeld. En Walesa is misschien niet zo'n goede president, maar hij heeft in elk geval getoond het communisme de baas te kunnen. En verder moet u niet alles geloven wat Kwasniewski zegt, zegt Koszka, dat is verkiezingstaal, dat verwaait vandaag nog met de wind.

Miljoenen Polen kampten met het probleem dat ze moesten kiezen uit twee kandidaten die hun niet bevielen, en met de angst dat de slechtste van de twee kwaden zou kunnen winnen. Magda Gorecka is zo'n kiezer. De 22-jarige studente sociologie heeft in de eerste ronde op Jacek Kuron gestemd. Nu is het Walesa geworden, maar met de allergrootste tegenzin. “Na het eerste van de twee televisiedebatten besloot ik om in de tweede ronde al helemaal niet te gaan stemmen. Walesa was walgelijk. Hij was arrogant. In het tweede debat hield hij zich koest en bood zelfs zijn verontschuldigingen aan. Ik heb nu op hem gestemd, maar ik voel me verschrikkelijk, nog slechter dan vijf jaar geleden, toen ik in de tweede ronde ook op Walesa stemde. Het is alsof ik mijn geweten heb verkracht.”

Ook het echtpaar Pachalski stemt in Ursus. Zij zijn samen gekomen, zeggen ze, om “een oorlog” bij te leggen. De afgelopen twee weken is het in huize Pachalski oorlog geweest. In de eerste ronde waren Maciej, 75, gepensioneerd stadsplanner, en Elzbieta, 69, gepensioneerd journaliste, het nog roerend met elkaar eens geweest: Jacek Kuron moest president worden, de vroegere dissident die onder het communisme negen jaar gevangen heeft gezeten en die na 1989 jarenlang minister van sociale zaken is geweest, een man met een hart, aldus Maciej Pachalski.

Maar Kuron werd in de eerste ronde derde en daarmee uitgeschakeld, en wie nu president moet worden, wel, daarover hebben Maciej en Elzbieta het met elkaar aan de stok gekregen: hij moet niets hebben van Walesa, Walesa is een egoïst en een boer, hij is onopgevoed en hij is een vernietiger, hij maakt alles kapot, zegt Maciej. Lech Walesa is een bandiet in de politiek. Zij, Elzbieta, is ook niet zo van Walesa gecharmeerd, maar zij is bang dat met Kwasniewski het communisme terugkomt, Kwasniewski is niet te vertrouwen. Wij hebben niet na vijftig jaar het communisme omver geworpen om het nu democratisch weer aan de macht te laten komen. Het liefst zou Maciej vandaag helemaal niet stemmen, maar helaas, zegt hij, en hij wijst op zijn vrouw naast hem, zij wil per se op Walesa gaan stemmen, en daarom ben ik ook maar gekomen, om op Kwasniewski te stemmen. Zo hebben onze stemmen weliswaar geen enkele zin, maar dat geeft niet, beide kandidaten zijn een ramp, en wij hebben tenminste onze oorlog bijgelegd. En zo wandelen ze het stembureau uit, arm in arm, twee oude, dikke mensen in een besneeuwd Ursus.