Partijtje moddergooien in Washington

ROTTERDAM, 20 NOV. Een partijtje moddergooien over de hoofden van achthonderdduizend federale ambtenaren. Zo werd het gevecht over de Amerikaanse begroting dat de afgelopen week woedde vaak betiteld. Zowel president Bill Clinton als de Republikeinse leiders in het Congres hebben hierbij schrammen opgelopen. Clinton en de Republikeinen kunnen nu tot 15 december onderhandelen over de begroting voor volgend jaar.

De twee partijen moeten streven naar een gezamenlijk doel: het in evenwicht brengen van de federale begroting in het jaar 2002, drie jaar eerder dan Clinton zelf van plan was. Het voornemen van de president zou volgens de Republikeinen de overheid een biljoen dollar kosten. Zij willen daarom een biljoen dollar bezuinigen en de belastingen verlagen met 245 miljard. Deze verlaging is volgens Clinton in het voordeel van de rijken. Hij ziet daarom liever de belastingen met slechts 105 miljard dollar dalen.

Dit meningsverschil staat nog altijd overeind. Het akkoord van gisteren verplicht de president het bezuinigingsdoel van de Republikeinen te onderschrijven, maar de invulling ervan is nog niet geregeld. “Nog niet alle moeilijkheden zijn opgelost. Het zware werk moet in feite vannacht beginnen”, zei de Democratische senator James Exon direct nadat het akkoord was bereikt. Clinton liet weten dat hij serieuze twijfels heeft over de mogelijkheid de begroting binnen zeven jaar in evenwicht te brengen volgens de Republikeinse voorstellen. “Maar ik heb me hoe dan ook verplicht te bekijken of we het eens kunnen worden”, zei Clinton.

Critici verwijten de president een gebrek aan ruggegraat, nu hij heeft toegegeven aan het snelle tijdpad voor begrotingsevenwicht. Zijn Democratische achterban vreest dat er nu een eind komt aan vele sociale programma's die door vorige Democratische presidenten waren ingesteld. Volgens de voorzitter van het begrotingscomité in de Senaat, Pete Domenici, komt het akkoord inderdaad in de richting van wat de Republikeinen willen.

Maar ook de Republikeinen hebben politieke schade opgelopen. Volgens opiniepeilingen zien de kiezers hen eerder als de hoofdschuldigen in de begrotingsaffaire dan de president. Voor senator en presidentskandidaat Robert Dole is dat geen goed vooruitzicht. Ook de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Newt Gingrich, kwam onder vuur te liggen. “Cry baby”, werd hij genoemd, nadat hij zei dat hij zich beledigd voelde door Clinton tijdens een gezamenlijke vlucht naar de begrafenis van de Israelische premier Rabin. Clinton zou Gingrich toen genegeerd hebben.

Clinton en het Congres hebben nu tot 15 december de tijd een begroting voor 1996 op te stellen. Als dat niet lukt, ontstaat er een tweede begrotingscrisis. Het moddervechten kan dan opnieuw beginnen.