Ook de musici verrast door de nieuwe Harris

Concert: Emmylou Harris (zang, gitaar) en Daniel Lanois (gitaar, mandoline, zang) met Daryl Johnson (bas, percussie, zang) en Brady Blade (drums). Gehoord: 18/11 Paradiso, Amsterdam.

De enkeling die het aandurfde om met een cowboyhoed naar het concert te komen, liep behoorlijk voor aap. Op haar laatste album Wrecking Ball maakt Emmylou Harris een welbewuste zijsprong van het voorspelbare country & westernpad. Producer/muzikant Daniel Lanois toont zich na zijn bijdrage aan platen van U2 en Bob Dylan opnieuw een meester in het oproepen van een onheilszwangere sfeer, met muziek waarin de klanken door elkaar vloeien als kleuren op een vlekkerig palet. Meer dan twintig jaar nadat Harris vooral in Nederland wereldberoemd werd door haar duetten met de countryrocker Gram Parsons, stond ze zaterdag voor het eerst in een uitverkocht Paradiso.

Niet al haar oude fans waren voorbereid op de voornamelijk op rock en folk geënte muziek die hen daar te wachten stond, te meer omdat Lanois en zijn uit New Orleans meegebrachte, zwarte ritmesectie niet veel affiniteit toonden met de weinige countrysongs op de speellijst. Het meest duidelijk werd dat in Wheels van de Flying Burrito Brothers, waarbij Brady Blade bijkans de slappe lach kreeg van het platte boem-klapritme dat hij als funky drummer geacht werd te spelen. Al bij het tweede nummer, een overigens bijzonder subtiele versie van Jimi Hendrix' May this be love, joeg Lanois het publiek de schrik om het lijf met een vervormd uit de speakers knetterende gitaarsolo.

Niettemin leverde de combinatie van Harris' snik-in-de-stem met de omfloerste voodoo-rock van Lanois enkele fantastische momenten op. De tijdloze folkrock van het met elektrische mandoline opgeluisterde Where will I be en een gospelsong in messcherp a capella werden afgewisseld met een zwoel funkritme in Deeper well en een bewogen versie van Bob Dylan's Every grain of sand. Ongemakkelijker werd het toen Emmylou Harris haar akoestische gitaar aan de kant zette. Lanois' langgerekte bayou-funksong The maker, die als de enigszins merkwaardige afsluiter diende van een concert van meer dan twee uur, onderstreepte dat Emmylou Harris zich in het middelpunt van de belangstelling beter op haar gemak voelt dan als het onwennig huppelende achtergrondzangeresje, een rol die ze met haar grijze haar en statige uitstraling niet zo makkelijk op zich neemt. Zo uniek als de samenwerking mocht zijn, Daniel Lanois is het best op zijn plaats in een dienende functie achter de groten van de popwereld. Dat de al aardig tegen de vijftig lopende Emmylou Harris daartoe behoort, wordt door deze gewaagde combine nog eens benadrukt.