Onderzoek moet uitwijzen of Shell zich aan eigen gedragscode houdt

Shell zit in het nauw na de ophanging van negen Nigerianen die actie voerden tegen de vervuiling van Ogoni-land door het olieconcern. Shell doet er volgens Sylvie van Eyk verstandig aan, mee te werken aan een onafhankelijk onderzoek naar milieuverontreiniging in Nigeria, opdat kan worden nagegaan of en in hoeverre het concern zijn eigen gedragscode heeft nageleefd.

De 'macht' van een multinational is voor sommigen een gegeven, voor anderen een veronderstelling en volgens multinationals slechts een fictie. Shell stelt dat het met gebonden handen heeft moeten aanschouwen hoe negen van zijn tegenstanders door het Nigeriaanse regime werden geëxecuteerd. Dit roept de vraag op of Shell daadwerkelijk niets kon ondernemen. Zo stelde M. van den Berg (NOVIB), mijns inziens terecht, dat Shell had kunnen dreigen met het terugtrekken van investeringen uit Nigeria. Het gaat hier immers om het redden van mensenlevens en daarvoor kan men nooit 'genoeg' ondernemen.

Het gaat Shell de laatste tijd niet voor de wind. Deze kat in het nauw heeft nu daadwerkelijk negen levens geofferd. De hoogste tijd voor Shell om zijn eigen gedragscode uit de kast te halen en na te leven. In juni 1990 publiceerde Shell een Statement of General Business Principles. Mooie, gevleugelde uitspraken over tal van beginselen die Shell bij zijn activiteiten in acht neemt. Zo stelt Shell in de paragraaf over 'Verantwoordelijkheden' dat de onderneming een verantwoordelijk lid is van de samenleving en dat zij rekening houdt met de veiligheid, de milieu-normen en de aspiraties van de samenleving waarbinnen zij actief is.

De paragraaf 'Economische Beginselen' zal de heer Van den Berg bijzonder aanspreken. Hierin stelt Shell, onder andere, dat investeringsbesluiten hoofdzakelijk op economische gronden worden genomen, maar dat ook sociale overwegingen en het milieu een rol spelen in de besluitvorming. Van groot belang in de Nigeriaanse kwestie is de paragraaf over 'Politieke Activiteiten'. Zeer terecht stelt Shell dat het niet zal deelnemen aan de plaatselijke partij-politiek. Echter, het bedrijf vindt het zijn recht èn verantwoordelijkheid om uitspraken te doen “on matters of general interest, where they have a contribution to make that is based on particular knowledge”. Mijn persoonlijke kennis over hetgeen er in Nigeria is gebeurd reikt niet verder dan de berichtgeving erover in de pers. Shells kennis reikt echter veel verder.

De zevende paragraaf zal, met name, milieu-activisten aanspreken. Hierin stelt Shell, onder andere, dat het op de juiste wijze rekening zal houden met het behoud van de natuur. Shell belooft plechtig dat het niet alleen zal handelen in overeenstemming met bestaande nationale milieuwetgeving, maar verdergaande maatregelen ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu zal aanmoedigen voor een ieder die direct of indirect wordt getroffen door de activiteiten van Shell. Dit roept de vraag op hoe het staat met de veiligheid van Nigeriaanse milieu-activisten.

Tenslotte, stelt Shell in de paragraaf over 'Toepassing' van de gedragscode, dat zijn reputatie afhankelijk is van het bestaan van duidelijke beginselen en verantwoordelijkheden en de dagelijkse naleving daarvan in de verschillende samenlevingen waarbinnen zij werkzaam is. Deze beginselen dienen, aldus Shell, als basis voor alle Shell-ondernemingen.

Wat is de waarde van deze gedragscode? Sommigen beweren dat dergelijke codes waardeloos zijn, omdat ze niet in rechte kunnen worden afgedwongen. Het Hof van Amsterdam heeft in de Batco-zaak anders geoordeeld. Het bestuur van British American Tobacco Ltd. had destijds gesteld dat de OESO-richtlijnen voor multinationals werden gezien als beleid van de onderneming. Dit leidde uiteindelijk in 1979 tot een veroordeling van Batco op grond van sociaal mismanagement, omdat het concern bij de voorgenomen sluiting van de dochteronderneming in Amsterdam in strijd had gehandeld met de OESO-richtlijnen en dus met het beleid van de onderneming. Indirect kunnen gedragscodes wel degelijk een rol spelen.

Opvallend is dat Shell in zijn gedragscode stelt dat het beleid van de onderneming in overeenstemming is met de OESO-richtlijnen. De OESO-richtlijnen zijn, in beginsel, bedoeld als richtlijnen voor het gedrag van multinationals binnen de 25 geïndustrialiseerde OESO-lidstaten. Echter, in deze richtlijnen staat uitdrukkeljk dat de lidstaten pogingen zullen ondernemen om de samenwerking met niet-lidstaten (met name ontwikkelingslanden) te bevorderen met als doel de positieve bijdragen van multinationals voor de welvaart en levensomstandigheden aan te moedigen en de negatieve effecten sterk te reduceren.

De richtlijnen bieden aanknopingspunten op het gebied van het algemeen beleid van ondernemingen inzake economische en sociale vooruitgang, regionale ontwikkeling en milieubescherming. Het zou te ver gaan om hier een link met de Batco-zaak te leggen. Daarvoor zou uitgebreid onderzoek nodig zijn naar zowel de milieu-aspecten als de juridische merites van de zaak. In het kader van deze bijdrage is het niet mogelijk om in te gaan op de rechtskracht van de OESO-richtlijnen. Eén ding staat echter vast: deze richtlijnen zijn in ieder geval een duidelijk signaal van de OESO-lidstaten aan de multinationals. De lidstaten voelden zich destijds moreel verplicht een dergelijke code in het leven te roepen.

Shell moet actie ondernemen om zijn aangetast imago op te poetsen. Het lijkt niet onmogelijk dat de chauffeurs van ministers weer elders benzine zullen tanken en dat dit voorbeeld gevolgd zal worden. Shell zal er goed aan doen openheid van zaken te geven en een onderzoek naar de mate van verontreiniging toe te staan, opdat er aan de hand van objectieve gegevens zal kunnen worden nagegaan of en in hoeverre Shell in de Nigeriaanse kwestie zijn eigen beleidsbeginselen heeft nageleefd.

Er moet een onderzoek komen naar de aard en mate van verontreiniging in Ogoni-land. Dit moet gebeuren aan de hand van criteria zoals wij die in Europa hanteren. Indien Nigeria lagere eisen stelt, is dit geen reden om de onderzoekscriteria naar beneden te schroeven, omdat Shell immers zelf stelt dat het bereid is maatregelen te treffen die verder kunnen gaan dan de Nigeriaanse wetgeving vereist.

Ter afsluiting een citaat uit de gedragscode: “Shell companies depend on winning and maintaining customers' support”.

Shell moet actie ondernemen om zijn aangetast imago op te poetsen