Metaalsector heeft slecht imago dat dringend verbetering behoeft; Gebrek aan vakmensen bedreigt techniek

Technische beroepen hebben een slecht imago. De sector kampt met te veel ontslagen en een te lage beloning. Het bedrijfsleven zelf moet het imago van deze bedrijfstak verbeteren om een tekort aan vakmensen te voorkomen.

ROTTERDAM, 20 NOV. De voorzitter van de werkgevers in de metalektro, J.L. van den Akker, waarschuwde vorige week tegen de eis van de vakbonden voor een 36-urige werkweek? Korter werken leidt volgens de FME onder meer tot een tekort aan technisch geschoold personeel. Maar een eventueel tekort aan technici hebben de werkgevers deels zelf veroorzaakt, vindt W. Vossen, de personeelsmanager van scheepsbouwer IHC Holland.

Uit onderzoek dat de Rijksuniversiteit Leiden verrichtte in opdracht van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA), blijkt dat technici minder verdienen dan niet-technisch personeel. Dit geldt vooral voor laag opgeleiden: in deze groep verdienen de niet-technici twaalf procent meer dan de technici. Bij de middelbaar opgeleiden is dat verschil zeven procent en bij de hoog opgeleiden anderhalf procent.

“De beloning moet omhoog”, vindt Vossen. Bij zijn onderneming werken achttienhonderd mensen. Maar met hogere lonen is een tekort aan technici nog niet opgelost. Uit het OSA-onderzoek naar De arbeidsmarktperspectieven van technische opleidingen blijkt dat de meeste scholieren voor een opleiding kiezen die zij interessant vinden. Arbeidsmarktperspectieven - de kans op werk en de salariëring - hebben daar maar weinig invloed op.

“De relatief sterke groei van de dienstverlenende sector heeft ertoe geleid dat de vraag naar niet-technisch opgeleide werknemers de afgelopen decennia relatief sterker is gestegen dan de werkgelegenheid voor technici”, schrijven de onderzoekers W. Groot en E. Mekkelholt. “Ondanks dat leeft bij velen de overtuiging dat er sprake is van een tekort aan technisch geschoolde werknemers. Aanwijzingen hiervoor zijn onder meer het relatief grote aantal (moeilijk vervulbare) vacatures voor technisch personeel.”

Als er meer technici moeten komen, is het vooral zaak de techniek interessanter te maken. “De metaalsector is niet altijd even populair”, zegt personeelsmanager Vossen. “De salariëring kan en moet beter, maar dan heb je de idee nog niet omgedraaid.” Het beeld van de sector - zware, vuile en eentonige arbeid - kan beter. Vossen: “Wij doen aan socio-techniek. Vroeger was de werknemer een willoos slachtoffer dat zijn hersens thuisliet. Maar hij moet nu zijn hersens en vrije wil behalve thuis ook op zijn werk gebruiken.” Een lasser die in dienst is bij IHC Holland, moet niet alleen lassen, maar ook het werk van zijn collega's kunnen overnemen: pijpen monteren, ijzerwerken en de produktie plannen. Deze zogeheten multi-skill en multi-inzetbaarheid vergen meer capaciteiten van de werknemer, en zo wordt zijn werk volgens Vossen interessanter.

Maar tegelijkertijd belemmert volgens Vossen het lager en middelbaar beroepsonderwijs IHC's socio-techniek. LBO en MBO leiden scholieren te weinig in de diepte op, waardoor de specialistische kennis afneemt. Ook het niveau van de leerlingen is afgenomen, waardoor ze nauwelijks meer doorgroeien naar hogere functies. Vossen: “De instroom van LBO en MBO haalt tegenwoordig niet meer de top. Vroeger kon je er een directeur aan overhouden, maar dat hoef je nu niet meer te verwachten. Tegenwoordig zeggen we tegen een MTS'er dat hij hooguit achter de tekentafel belandt.” Volgens Vossen heeft dit ook met het slechte imago van de sector te maken, waardoor de meeste ouders hun kinderen naar het algemeen voortgezet onderwijs sturen. “Pas als ABN Amro flink in het witte-boordenproletariaat begint te snijden, wordt de metaal weer aantrekkelijker.”

Maar ook het bedrijfsleven zelf is debet aan het tekort aan technici, zei D. Terpstra, voorzitter van de Industrie- en Voedingsbond CNV, onlangs. Volgens hem worden er te vaak mensen ontslagen als het slechter gaat met de economie. En als het weer beter gaat, komen ze ineens mensen tekort en huilen de werkgevers “krokodilletranen”, aldus Terpstra.

Ook steken de werkgevers jaarlijks minder geld in opleidingen. FME-voorzitter Van den Akker erkende dat afgelopen woensdag in zijn jaarrede. Hij introduceerde daar een plan “ter redding van het lager technisch beroepsonderwijs”. Zo wil hij een nieuwe ambachtsschool, meer impulsen voor bedrijfsscholen en nieuwe, moderne vakopleidingen in het beroepsonderwijs.

Aan die bedrijfsscholen schort het vaak, weet Vossen. Vooral kleine ondernemingen doen volgens hem weinig tot niets aan de opleidingen voor hun werknemers. “Bedrijven hebben zelf een verantwoordelijkheid voor de bijscholing van al hun werknemers, van de directie tot de lassers. Je kunt niet denken dat iemand met zijn schoolkennis voor altijd verder kan.”

Deze kleinere bedrijven spelen een steeds belangrijker rol als toeleverancier voor de grote ondernemingen. Deze proberen een kleine kern vast personeel in dienst te houden, en de rest van het werk uit te besteden of door uitzendkrachten en contractarbeiders te laten verrichten. Volgens Vossen zorgt dit voor behoud van werkgelegenheid in de conjunctuurgevoelige metaalsector, wat de zekerheden voor werknemers en dus het imago van de bedrijfstak verbetert. “Door het instellen van een kernbemanning proberen we gedwongen ontslagen tijdens een recessie te voorkomen. Wij besteden uit aan kleine werfjes rond Dordrecht, die zich niet zo sterk hoeven te specialiseren als wij.” Hierdoor zijn ze volgens Vossen minder conjunctuurgevoelig.

Van een reëel tekort aan vaklieden lijkt vooralsnog geen sprake te zijn. “Het is eerder het tegengestelde”, zegt P. van Driel, voormalig directeur van installatiebedrijf Verhagen Elektrotechniek in Vlaardingen. “We krijgen wekelijks vele sollicitatiebrieven.”

Ook het servicecentrum van Sony Nederland in Badhoevedorp heeft geen zorgen. R. Visser, chef personeelszaken: “Vijf jaar geleden hadden we wel een probleem. Een technisch beroep was toen veel minder in trek.” Sony, waar tachtig mensen in de reparatie werkzaam zijn, werft nieuwe mensen via uitzendbureaus en de MTS in de regio.