La forza del destino in typische Van Eijk-stijl

Voorstelling: G. Verdi: La forza del destino door de Nationale Reisopera en het Orkest van het Oosten. Gezien: 18/11 Twentse Schouwburg Enschede. Tournee t/m 9/1.

Corina van Eijk, befaamd om de operavoorstellingen die zij geeft in de Friese weilanden rond haar woonplaats Spanga, regisseert na De parelvissers en Ariadne auf Naxos voor de derde keer in ons land een opera in het theater: Verdi's La forza del destino gaat nu bij de Nationale Reisopera. Zelf vindt Van Eijk haar ideeën niet goed te realiseren in het theater, waar ze zich moet houden aan allerlei regels en taakverdelingen. Ze werkt liever met gelijkgestemden dichtbij huis.

Die voorstellingen in het weiland gaan in informele sfeer, waardoor het samengaan van het grote operawerk (zoals Rigoletto en Samson et Dalila) met haar vaak komische en relativerende aanpak vanzelfsprekender is. In het officiële theater wringt die vrijmoedigheid en impulsiviteit al gauw met de conventies van het lijsttoneel.

In La forza del destino lijkt Van Eijk dat probleem nog aan te punten. Ze combineert de stijl van ouderwets statische en symmetrische opera, zoals de Scala die brengt, met haar eigen altijd onverbloemd erg stoute invallen. Dat leidt tot de geheel eigensoortige Van Eijk-opera: niet zozeer opera maar licht-absurdistisch theater mèt opera. Niet iedereen houdt daarvan, bleek uit boe-geroep bij de première in Enschede.

Een goed voorbeeld is de kloosterscène in de vierde acte, als Fra Melitone de bedelaars en daklozen moet spijzigen. De mopperende Melitone heeft er absoluut geen zin in, maar een levend Christusbeeld grijpt in en herhaalt wat bijbelse wonderen: er is plotseling brood en vis in overvloed. En er is wijn voor iedereen, als Christus fles na fles vult door te wateren uit een gouden slangetje dat ter plaatse van zijn kruis uit zijn gewaad steekt.

De half-komische side-stories zorgen voor veel vulling in deze door Verdi onevenwichtig opgezette noodlots-opera. De Kroaat Niksa Bareza, die het Orkest van het Oosten uitstekend dirigeert, zal met verbazing hebben gekeken naar de Brecht-achtige anti-oorlogsscènes: hoerige marketentsters produceren worstjes uit hun borstjes naast fallische kanonspijpen, aangepunt met rode neon-lippen. In de hele voorstelling zijn opvallend veel licht-effecten, soms verrassend, soms fraai, zoals de kruizen van de kloosterlingen.

De kern van de handeling - de moord van Alvaro op de vader van zijn geliefde Leonore en de jaren later door broer Carlo volvoerde wraak op zijn zuster - wordt weer erg traditioneel uitgebeeld. Daarbij moet de kracht van de voorstelling vooral ontstaan door de muzikale dramatiek die de zangers opbrengen. Dat lukt vaak, zoals in de scènes waarin Alvaro (Robert Woroniecki) en Carlo (Robert Bork) vocaal duelleren. Woroniecki heeft onmiskenbaar veel Verdi-stijlgevoel en passie. Bork, af en toe wat zwak intonerend, leek in zijn soli iets minder gemotiveerd.

Ellen van Haaren blijkt een zeer respectabele Leonore, een lastige rol omdat ze alleen in het begin en aan het slot optreedt. Haar vertolking van Pace, pace mag er zijn. Zeer uitstekend is Jaco Huijpen als Padre Guardiano: een riante bas met een voorbeeldige uitstraling van welwillendheid tegenover al dat wereldse aardse.