In Vicky Brown-huis lijden patiënten met kanker niet langer alleen in stilte

De psycho-sociale zorg bij kanker wint terrein. Voor versterking van de psychische draagkracht kunnen patiënten onder andere terecht bij het Vicki Brown-huis in Den Bosch. “Ik leef weer. Wat ben ik al die tijd dood geweest.”

DEN BOSCH, 20 NOV. Een gespreksleider wiens stem zo zacht is als de schakeringen waarmee het interieur is geschilderd roze zijn. Aan de wand schilderijen van Sonja Brusse die zelf aan kanker lijdt. Vijf kankerpatiënten - deze middag allemaal vrouwen - zijn bijeen in het Vicki Brownhuis in Den Bosch.

Een van hen vertelt van problemen op haar werk door haar ziekte. Ze barstte deze week na “een snauw” bij terugkomst thuis uit in een huilbui, die niet eens verlossend was. Veler gemoed zit zo vol dat ze, zoals deze vrouw, “bang zijn erin te stikken”. Een andere vrouw van 41 jaar heeft longkanker. Ze zegt na haar ziekte een stuk sterker te zijn geworden, maar ze “knapte af” op haar vriend die er niets van wil horen. Een andere bij wie een borst werd geamputeerd: “Gisteravond hoorde ik nog een bekende televisiester vertellen dat ze haar borsten had laten behandelen zodat ze er mooier uitzagen. Dan denk ik: meiske, waarom laat je er zo aan prutsen, ben blij dat je ze nog hebt.”

Als ze na twee-en-een-half uur praten weer op straat staat, zo vertelt een vrouw die tijdens het gesprek bijna altijd naar de grond zit te kijken, “dan ben ik een stukje opgeluchter dan toen ik binnenkwam”. “Ik ben hier niet omdat ik thuis geen begrip ondervind, maar omdat ik hier dingen van anderen hoor die ik bij mezelf herken. Je zit niet meer alleen met je zorgen.” Veertien dagen wachten op het volgende groepsgesprek vinden ze allemaal erg lang.

Wat in het Vicki Brown-huis gebeurt valt onder “psycho-sociale zorg”. Het is een betrekkelijk nieuw begrip in de kankerbestrijding. Een jaar of vijf geleden werd ontdekt dat daar een 'gat' zat. Sindsdien is er een veelheid ontstaan aan instanties die zich ermee bezighouden. Men kan terecht op een 06-nummer bij de Nederlandse Kankerbestrijding of bij de over het land verspreide integrale kankercentra, die allemaal wel een maatschappelijk werker of psycholoog in dienst hebben. Maar ook bij verenigingen van kankerpatiënten die zich met lotgenotencontact bezighouden. Verder bij 'inlopen' zoals ze worden genoemd, bij ziekenhuizen en ten slotte bij een aantal speciaal ervoor ingerichte huizen: het Taborhuis in Groesbeek, het Helen Dowling Institute in Rotterdam, en het Vicki Brown-huis aan het Hinthamereinde in Den Bosch.

De naam is in bronzen letters aan de gevel bevestigd. Vicki Brown was een Engelse popzangeres die enige jaren geleden aan kanker overleed. Ze maakte van haar ziekte geen geheim.

Er is - de hemel zij geprezen - geen balie. In wat wordt genoemd een 'huilkamertje' kan men terecht voor een persoonlijk gesprek met een psycholoog. In de zitkamer hebben de groepsgesprekken met kankerpatiënten of nabestaanden plaats. Het huis heeft tien vrijwilligers, overwegend verpleegkundigen, die als gastvrouw optreden. Sinds vorige week is er een psycholoog in vaste dienst. Verder is er een bibliotheek met informatie over kanker. Patiëntenverenigingen kunnen er zittingen houden. Het huis is op werkdagen geopend van 10 tot 12 uur en van 2 tot half 5.

Initiatiefnemer is mevrouw Y. Saatrube-Goos, die twee echtgenoten verloor aan kanker. Ze is voorzitter van het Koningin Wilhelminafonds in de regio Den Bosch. Ze zegt: “De medische hulp zal meer resultaat hebben als ook aandacht wordt besteed aan de psychologische gevolgen. Thuis worden kankerpatiënten en hun huisgenoten geconfronteerd met spanning, angst, onzekerheid en soms onbegrip. De vraag was hoe je de draagkracht van deze mensen kunt vergroten. Dat willen we met dit huis: een luisterend oor bieden.”

Bestuurslid mevrouw A. Croles-Tolsma, een klinisch psycholoog: “De medische behandeling van kanker is in het algemeen goed. Waar het aan schortte was de emotionele behandeling. Er wordt veel in stilte geleden. Je hoort wel van mensen: 'ik ben ziek en nu dreig ik nog gek te worden óók omdat ik de problemen altijd voor mezelf moet houden.' We hebben een vrouw gehad met longkanker. Die zei: 'Hier is het voor het eerst dat ik erover kan praten. Ik leef weer. Wat ben ik al die tijd dood geweest.' ” Een kankerpatiënte in de gespreksgroep: “Het is telkens of je een beetje thuiskomt. Je praat met lotsverbondenen. Als iemand er een keer niet is, vraag je je af: waar zou die zijn?” Gespreksleider J. Trum: “De meeste mensen komen als de behandelingen achter de rug zijn. Dan vallen ze echt in een gat, pas dan gaan ze de ellende verwerken.”

De gemeente Den Bosch, de provincie en de zorgverzekeraars gaven subsidie. Een overleden kankerpatiënt liet een legaat van 50.000 gulden na. De rest van het geld werd bijeengebracht met sponsoracties. Het huis werd opgezet in overleg met de in de Bossche regio werkzame oncologen. Bosnische vluchtelingen uit een naburige kazerne hielpen vrijwillig mee bij het opknappen. Hun vrouwen kwamen de dag voor de opening de zaak grondig poetsen.

Bestuursvoorzitter P. Vroegop, die als klinisch psycholoog/psychotherapeut werkt bij het Bosch Medisch Centrum, een samenwerking van twee ziekenhuizen: “Uit een onderzoek van het Nederlands centrum geestelijke volksgezondheid van een paar jaar geleden bleek dat 30 procent van de kankerpatiënten op zoek is naar dit soort ondersteunende hulp. Professor Marco de Vries van het Helen Dowling Institute zei eens: bij de RIAGG's (ambulante geestelijke gezondheidszorg, red.) komen mensen die heel vaak bang zijn voor niets, hier komen er die bang zijn voor iets.”