Gezin maakt CDA weer zelfverzekerd

NIJMEGEN, 20 NOV. Het was mr. F.H.J.J. Andriessen die zaterdag de toon zette voor de partijraad van het CDA. De oud-minister en oud-EG-commissaris die zich als voorzitter van het Strategisch Beraad een nieuwe prominente plaats binnen het CDA heeft verworven zei onder luid applaus: “Laat dat gevoel maar groeien, dat gevoel van: we zijn er weer. En naar mate dat gevoel groeit zullen anderen zeggen: ze zijn er weer.”

Wat partijvoorzitter Helgers en fractievoorzitter Heerma zaterdag niet lukte, daarin slaagde de 66-jarige Andriessen wel: uiting geven aan het nieuwe feel-good klimaat binnen de partij. Alsof hij de nieuwe partijleider was liet Andriessen zich na zijn speech een staande ovatie welgevallen van de enkele honderden aanwezigen in het Nijmeegse Vereenigings-gebouw.

Was CDA-fractieleider Heerma in het Duitse Dagblad Die Welt enkele weken eerder vergeleken met de ongelukkige SPD-voorzitter R. Scharping, zaterdag viel in de wandelgangen van het CDA de vergelijking tussen Andriessen en Oskar Lafontaine, die man die daags na een succesvolle rede op het SPD-congres Scharping verstootte van het partijvoorzitterschap. “Frans Lafontaine”, werd er in Nijmegen gefluisterd. Trouwens, als het aan oud-premier Lubbers had gelegen, zat Andriessen nu al aan de top. Lubbers benaderde Andriessen eind 1993 voor niets minder dan het premierschap in een nieuwe coalitie.

Het 'We zijn er weer'-gevoel ontleenden de christen-democraten aan het feit dat ze er met de gezinspolitiek in zijn geslaagd de politieke agenda naar zich toe te trekken. Zaterdag aanvaardde de partijraad terzake van het gezin een resolutie van de CDA-jongeren. Daarin werd geconstateerd dat “de CDA-Tweede Kamerfractie een onderwerp op de politieke agenda heeft gezet dat veel aandacht krijgt in de media”. De resolutie pleitte voor een modern gezinsbeleid “dat betrekking heeft op alle duurzame samenlevingsvormen waarin verantwoordelijkheid centraal staat”, en waarin “ook andere samenlevingsvormen dan het traditionele gezin aanspraak kunnen maken op vergelijkbare rechten en plichten”. Fractieleider Heerma zei het onlangs al: “Ik houd van spruitjes, maar niet van spruitjeslucht.”

Het gevoel dat de partij de politieke agenda van dit moment bepaalt deed de christen-democraten vragen: waar zijn de anderen? Hans Helgers vroeg hoe het gesteld was met de visie van de VVD voor de langere termijn. “De eigen visie inruilen voor maximale aansluiting bij kiezerswensen, dat is toch hopelijk niet illustratief voor de nieuwe VVD koers.”

's Middags was het de beurt aan fractievoorzitter Heerma om opheldering vragen. Zijn doelwit was D66. “Ik zou collega Wolffensperger bij deze gelegenheid willen uitnodigen binnenkort eens publiek uiteen te zetten waar paars en het paarse elan nou feitelijk uit bestaat. En wat ik eigenlijk nog belangrijker vind: dat hij uiteenzet waar D66 voor staat in deze coalitie.”

Het gevaar is overigens niet denkbeeldig dat de vraag naar de positie van de anderen als een boemerang bij het CDA terugkeert. Wat betreft de uitwerking van de diverse thema's die werden besproken, vielen uiteenlopende geluiden te beluisteren. Tijdens één van de 'deelsessies' werd het voorstel van Andriessen cum suis bekritiseerd om het splitsingstelsel in te voeren. Dat moet onbetaalde arbeid zoals zorgtaken thuis fiscaal belonen. Het CDA-vrouwenberaad liet weten hierin een bedreiging te zien voor vrouwen die willen werken.

Ook op de voorstellen van het Strategisch Beraad over het minimumloon kwamen verdeelde reacties. Tijdens één van de deelsessies werd er op gewezen dat afschaffing van het mimimumloon bedoeld was om meer werk te creëren. Maar waar was dat werk? Hield het beraad de fictie van full employment niet teveel overeind? Moest er wat dat betreft niet druk op werkgevers komen om meer werkgelegenheid te scheppen?

CNV-voorzitter A. Westerlaken voor wie plaats was ingeruimd in het programma van de partijraadsvergadering, waarschuwde het CDA voor het loslaten an het wettelijk minimumloon als anker voor het sociaal minimum. Hiermee had Andriessen niet de goede toon aangeslagen, vond Westerlaken, althans niet zolang er geen andere verankering van dat sociaal minimum bestaat.