China verlaagt importheffing met 14 procent

OSAKA, 20 NOV. China maakt zijn markt toegankelijker voor buitenlandse produkten. Het verlaagt vanaf volgend jaar de gemiddelde importheffing van 36 tot 22 procent. De verlaging geldt voor ruim tweederde van de 6000 produkten die het land invoert.

Ook worden importquota verruimd en zullen regels voor joint ventures met buitenlandse bedrijven worden versoepeld. De Chinese president Jiang Zemin heeft deze maatregelen gisteren bekendgemaakt in het Japanse Osaka, waar de Asia-Pacific Economic Cooperation een topconferentie hield.

Leiders van de APEC-lidstaten, achttien landen in Azië en rond de Stille Oceaan, namen bij die gelegenheid een 'actie-agenda' aan, die in 2020 moet leiden tot volledige vrijhandel in de regio. Vorige week was hierover op ministersniveau al overeenstemming bereikt.

“Een historische stap”, noemde de Amerikaanse vice-president Al Gore de aanvaarding van de blauwdruk voor de vrijhandelszone. Ook de Chinese aankondiging juichte hij toe, hoewel het land volgens hem nog veel te doen heeft voordat het kan toetreden tot de WTO, de Wereldhandelsorganisatie.

De Australische premier Paul Keating, een drijvende kracht achter de APEC, betoonde zich ook ingenomen met de vastgestelde agenda. Bepaling van het einddoel maakt langdurige onderhandelingen, waarbij deelnemers “kaarten achter de hand houden”, overbodig, aldus Keating. Hij erkende echter dat een precieze definitie van vrije handel niet bestaat; de afspraken zijn “zo hard als internationale afspraken kunnen zijn”.

De APEC-leden zullen nu afzonderlijk actieplannen uitwerken die leiden tot vrijhandel. De plannen moeten worden ingediend tijdens de volgende top in Manilla, in 1996, zodat ze op 1 januari 1997 in werking kunnen treden. De 'actie-agenda' geeft hiervoor richtlijnen die uitgaan van het principe van non-discriminatie. Wel zal rekening worden gehouden met het verschil in economische ontwikkeling tussen de APEC-landen.

President Mahathir Mohamad van Maleisië onderstreepte dit weekeinde nogmaals de noodzaak van flexibiliteit en van het belang dat elk land zijn eigen tempo kan bepalen. Eerder had zijn minister van handel en industrie, Rafidah, voor opschudding gezorgd door te concluderen dat de vaststelling van 2020 als uiterste jaar van liberalisering dus niet bindend was. Mahathir sprak zijn tevredenheid over het resultaat uit zonder verder op de einddatum in te gaan.

Waarnemers menen dat de uitkomst van de topconferentie het stempel draagt van de Aziatische APEC-landen, die uit zijn op een soepele en vrijwillige liberalisering van de handel. Landen als de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland hadden bindender afspraken willen maken.

De APEC-agende behelst ook plannen voor economische en technische samenwerking die het verschil in ontwikkeling van de deelnemers moet verkleinen. Projecten richten zich onder meer op bevordering van onderwijs en onderzoek. Premier Murayama van Japan kondigde aan dat zijn land hiervoor 10 miljard yen (100 miljoen dollar) beschikbaar stelt.

In hun slotverklaring beklemtoonden de APEC-leden dat het streven naar vrijhandel niet alleen de lidstaten onderling geldt. Ook belemmeringen in de handel met landen buiten de APEC dienen te worden geslecht, in lijn met de bepalingen van het Wereldhandelsakkoord.