Belang medicijnen vaak onduidelijk

UTRECHT, 20 NOV. De gezondheidszorg, de politiek en de patiënten moeten zich uitspreken over de vraag welke ziekten er moeten worden behandeld en welke niet. Ook moeten zij duidelijk maken of men nadruk wil leggen op geneesmiddelen die het leven verlengen danwel op medicijnen die de kwaliteit van leven verbeteren. Als deze discussie uitblijft, zal farmaceutische innovatie verdwijnen.

Deze waarschuwing deed vice-president dr. G. Ando van het Zweedse farmaceutische bedrijf Pharmacia vrijdag op een bijeenkomst in Utrecht. De risico's bij het besluit om een nieuw medicijn te ontwikkelen zijn volgens hem de laatste jaren enorm gestegen. Het is bovendien niet altijd duidelijk of de maatschappij er wel op zit te wachten. Op veel nieuwe medicijnen wordt verlies geleden.

Het gaat de farmaceutische industrie de laatste jaren minder goed door prijsmaatregelen van overheden en door het beleid van het voorschrijven van generieke medicijnen, dat wil zeggen medicijnen waarvan het patent is verlopen en die door apothekers zelf gemaakt kunnen worden en die dus lager in prijs zijn. Dit overheidsbeleid doet zich over de hele wereld voor, aldus Ando, en zet de winsten van de farmaceutische industrie onder druk. Het ontwikkelen van een nieuw medicijn kost gemiddeld 360 miljoen gulden en het wordt steeds duurder.

De Zweedse vice-president van Pharmacia, onlangs gefuseerd met het Amerikaanse bedrijf Upjohn, stelde vrijdag het grote risico aan de orde dat de farmaceutische industrie loopt als men besluit een medicijn te ontwikkelen dat vermoedelijk binnen enkele jaren kan worden ingezet tegen een ziekte, maar waar slechts een beperkt aantal mensen aan lijdt. Ook vroeg hij zich af of het wenselijk is, zoals nu vaak gebeurt, dat de farmaceutische industrie voornamelijk winsten behaalt op medicijnen die het leven met hooguit enkele maanden verlengen. Het merendeel van de kosten van medische zorg wordt gemaakt voor mensen in de allerlaatste periode van hun leven.

Het symposium stond in het teken van de vraag in hoeverre overheden en ziekenhuizen zich bewust zijn van de kosten van medische behandelingen.

Volgens sociaal geneeskundige dr. G. Bonsel van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam worden in ziekenhuizen steeds de effecten van nieuwe medische behandelingen afgezet tegen de kosten. Bonsel schat dat het gemiddelde Nederlandse ziekenhuis een bedrag van ongeveer 50.000 gulden acceptabel vindt per gewonnen levensjaar van een patiënt. Bonsel pleit voor een discussie over kosten en baten die over de grenzen van het eigen ziekenhuis heengaat. Als voorbeeld noemt hij het budget voor de verbetering van de kwaliteit van leven voor nierdialysepatiënten, dat wellicht ook zou kunnen worden besteed aan het werven van nierdonoren.

Volgens A. Rietveld van het ministerie van VWS zal het toenemende kostenbewustzijn in de ziekenhuizen de kwaliteit van de medische behandelingen ten goede komen door het 'opschonen' van medische behandelingen die niet effectief zijn. Hij benadrukte wel dat bij een analyse van kosten en baten medische ethiek altijd een rol zal moeten blijven spelen. Zo wees hij erop dat het uit kostenoverwegingen de voorkeur verdient het roken te stimuleren. Toch zou het stimuleren van roken onaanvaardbaar zijn, aldus Rietveld.