Ambassade van Egypte doelwit van bomaanslag

NEW DELHI, 20 NOV. Bij een bomaanslag op de Egyptische ambassade in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad zijn gisteren 15 mensen om het leven gekomen en 59 gewond. De daders zijn vermoedelijk Egyptische moslim-extremisten die het bewind van president Hosni Mubarak omver willen werpen.

Vanmorgen is een aantal Egyptenaren voor verhoor opgepakt. Gisteren hadden vanuit Egypte enkele uren na elkaar drie extremistische organisaties laten weten verantwoordelijk te zijn voor de aanslag.

Het snelst was Al-Gama'a al-Islamiya (Islamitische Groep) die de afgelopen jaren zowel in Egypte als daarbuiten via aanslagen veel van zich heeft doen horen. Daarna volgden de Jihad, die president Anwar Sadat in 1981 uit de weg ruimde, en de Groepering voor Internationale Rechtvaardigheid, die vorige week voor het eerst opdook toen zij de moord op een Egyptische handelsattaché in Genève opeiste. De Egyptische minister van binnenlandse zaken, Hassan al-Alfy, heeft gedreigd de “koppen” van moslim-extremisme “overal ter wereld te achtervolgen”.

Zondag is een gewone werkdag in het islamitische Pakistan en zo was de ambassade gistermorgen rond 9.30 volop in bedrijf. Na een kleine explosie bij de poort, wellicht door een granaat, volgde er direct daarna een tweede, veel zwaardere ontploffing, die een groot deel van het ambassadegebouw wegsloeg. De explosie liet een krater achter van enkele meters doorsnee en drie meter diep.

De politie vermoedt dat de tweede ontploffing het werk was van één of zelfs meer mannen die zich opbliezen in een bestelbus vol met explosieven. Het is echter niet duidelijk hoe ze zich toegang wisten te verschaffen tot het beveiligde complex.

Onder de doden bevinden zich zeven Pakistanen, vijf Egyptenaren, een Afghaan en een man van onbekende herkomst. Aangenomen wordt dat de dader totaal in stukken is gescheurd door de aanslag. De slachtoffers waren vooral bewakers en lager personeel van de visum-afdeling als ook enkele Pakistanen die een visum wilden en drie Egyptische diplomaten. De Egyptische ambassadeur bleef ongedeerd.

In de jaren tachtig vestigden zich veel radicale Egyptenaren en andere Arabieren in Pakistan om van daaruit mee te vechten in het buurland Afghanistan tegen de Sovjet-Unie. Na de terugtrekking van het Rode Leger bleven velen hangen.

Pakistan zit al geruime tijd in zijn maag met deze radicale elementen en gaf hun twee jaar geleden opdracht het land te verlaten. Velen legden dit bevel echter naast zich neer en nog altijd vertoeven er allerlei radicale Arabieren in het woeste grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan, waar het gezag van de Pakistaanse regering nauwelijks geldt. Volgens de Egyptische krant El-Jomhuriya leven er nog altijd 2.800 “gevaarlijke” Arabische extremisten in Pakistan, van wie 600 Egyptenaren. De grensstreek geldt als een broeinest van drugshandelaren en fundamentalistische terroristen.

Vorig jaar tekenden Pakistan en Egypte een uitleveringsverdrag. Tot dusverre zouden er drie Egyptenaren zijn uitgeleverd, maar volgens andere berichten is het verdrag tot dusverre nog nooit toegepast.

De Pakistaanse minister van binnenlandse zaken, Nasrullah Babar, verklaarde tegenover het parlement dat hij zich diep geneerde voor de falende veiligheid bij de Egyptische ambassade. De ambassade ligt in een oostelijke sector van de stad, waar ook verscheidene andere ambassades, onder andere die van de Verenigde Staten, liggen als ook talrijke Pakistaanse regeringsgebouwen. Babar, die geen aanstalten maakte om af te treden, kondigde aan dat de veiligheidsmaatregelen voor buitenlandse ambassades zouden worden verscherpt.

Tot dusverre gold het vrij kleine Islamabad onder diplomaten als een oase van rust, waar het leven wellicht een tikkeltje saai was, maar waar de veiligheid in elk geval was gegarandeerd. De stad was veel veiliger dan de door twisten verscheurde metropool Karachi, meende men. Daar werden dit voorjaar twee medewerkers van het Amerikaanse consulaat doodgeschoten bij een aanslag.