ALEKSANDER KWA´SNIEWSKI; Aardig, onopvallend, maar wel wat gladjes

WARSCHAU, 20 NOV. Hij rijdt in een vijf jaar oude Mazda 323 - als hij zich tenminste als fractieleider van de grootste partij in het parlement niet verplaatst in de door de regering ter beschikking gestelde Lancia -, woont in een flatje in de voorstad Wilanów, heeft een bescheiden vermogen en valt niet op: Aleksander Kwasniewski, 41, de nieuwe president van Polen, loop je op straat voorbij zonder om te kijken: een aardige, wat klein uitgevallen jongeman met blauwe ogen, ongedwongen, vriendelijk en charmant. Hij is hooguit wat gladjes. Maar als er tijdens de verkiezingscampagne van de afgelopen weken en maanden niet zoveel onaardigs over zijn verleden boven tafel zou zijn gehaald, zou je over Aleksander Kwasniewski geen bijgedachten hoeven te hebben. Sterker: het is moeilijk om Aleksander Kwasniewski niet aardig te vinden.

Dat onaardige betreft zijn verleden als wonderkind van het socialisme in het laatste decennium van de communistische dictatuur. Kwasnieswki immers was al in 1984 minister van jeugdzaken in de communistische regering.

En heeft Kwasnieswki niet gelogen over zijn vermogen door te “vergeten” dat zijn vrouw, de mooie Jolanta, aandelen bezit in het verzekeringsbedrijf Polisa SA? Dat ze die aandelen bezit, is volstrekt legaal, maar niet legaal is het bezit ervan te verzwijgen. Bovendien, aan Polisa SA kleven luchtjes, want dat is een van de zogenoemde nomenklatoera-bedrijven waarmee de vroegere bonzen van de communistische partij schatrijk worden. En heeft Kwasniewski niet ook gejokt over zijn studie, door te melden dat hij zijn studie economie in Gdansk heeft afgemaakt, terwijl hij die in werkelijkheid voortijdig heeft afgebroken en hij, volgens berichten in de media, zelfs van de universiteit werd verwijderd?

Wat er van die verhalen ook waar is en in hoeverre de nieuwe president de waarheid geweld heeft aangedaan, het is allemaal niet zo belangrijk meer. Het wás het eigenlijk al niet, want wat gisteren bij de verkiezingen de doorslag heeft gegeven is dat Kwasniewski een hoogst begaafde, hoogst overtuigende politicus aan de linkerzijde van het politieke spectrum is. Hij is intelligent en vriendelijk, makkelijk in de omgang, dynamisch en energiek, beheerst en zeer welbespraakt. In feite, zegt men al jaren in Polen, praat niemand zo mooi als Kwasniewski. Het enige probleem is, dat zijn toespraken aan inhoud zouden kunnen winnen wat ze aan schoonheid misschien wel zouden kunnen missen, want Kwasniewski wordt maar zelden concreet. Tijdens het eerste van drie vraaggesprekken die ik met hem had, in 1987, toen hij minister voor jeugdzaken was, bestond hij het nog de enorme problemen van de jeugd en haar meer dan moeizame relatie met het communistische bewind te wijten aan het feit dat “Polen nu eenmaal veel jeugd heeft, omdat wij iedereen, jonger dan veertig, als jong beschouwen”.

De afgelopen jaren is Kwasniewski erin geslaagd op de puinhopen van de door hemzelf begin 1990 ten grave gedragen Poolse Verenigde Arbeiders Partij (PZPR) een nieuwe, moderne, sociaal-democratische partij op te bouwen. Die partij, de Sociaal-democratie van de Republiek Polen (SdRP) is later opgegaan in de brede linkse coalitie SLD. Aanvankelijk werd ze met groot wantrouwen bejegend: bij de presidentsverkiezingen van vijf jaar geleden kreeg haar kandidaat Cimoszewkcz slechts 9,2 procent van de stemmen. Maar bij de laatste parlementsverkiezingen werd de door Kwasniewski geleide SLD met 20 procent van de stemmen al Polens grootste partij. De partij kan zich nu als gelegitimeerd beschouwen: in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen vielen Kwasniewski al 35,11 procent van de stemmen ten deel en gisteren ruim de helft.

Dat is vooral Kwasniewski's verdienste: hij heeft zich de afgelopen jaren door een rustige en constructieve stijl tot een fatsoenlijk alternatief voor de onderling voortdurend ruziënde erfgenamen van Solidariteit ontwikkeld. Miljoenen door de hervormingen verpauperde en gedesillusioneerde Polen vereenzelvigen de SLD niet langer met de PZPR van vroeger, ook al zijn de meeste leiders wel uit de voormalige communistische partij voortgekomen.

Kwasniewski, afkomstig uit Bialogard in het noorden van Polen, trad in 1977 tot de communistische partij toe als student in Gdansk. In 1978 verhuisde hij naar Warschau en werd hij leider van de communistische studentenbond en, later, hoofdredacteur van het blad van de communistische jeugdbond, Sztandar Mlodych, voordat hij voor een bliksemcarrière binnen de partij werd benoemd tot minister van jeugdzaken.

In 1989 was Kwasniewski een van de meest uitgesproken voorstanders van een dialoog met Solidariteit en een van de architecten van de Ronde Tafel; 1989 was niet alleen het jaar waarin Solidariteit het Poolse socialisme ten val bracht, het was ook het jaar van de doorbraak van Aleksander Kwasniewski.

Grote programmatische wijzigingen zijn van de nieuwe president niet te verwachten. Hij is een uitgesproken voorstander van de markteconomie, de parlementaire democratie en de toetreding van Polen tot de NAVO en de EU. Op sommige gebieden zullen de hervormingen wellicht zelfs worden versneld. Zo zou er op korte termijn eindelijk overeenstemming kunnen komen over een nieuwe grondwet, nu Walesa's bezwaren tegen de ontwerp-grondwet - Walesa eiste meer macht voor de president - vervallen.

Waar de Polen zich nog het meeste zorgen over moeten maken is de achterban van Kwasniewski: hij geldt zelf misschien als integer, maar in zijn achterban lopen heel wat niet-hervormde communisten rond. Op het feestje waarmee hij vorige week zijn verkiezingscampagne afsloot en het feestje in zijn campagne-hoofdkwartier van gisteravond liepen nogal wat vroegere kopstukken uit de communistische periode rond en werd de aanspreektitel “kameraad” nog veel vaker gehoord dan menige Pool lief zal zijn. Of de verzoening, waarop Kwasniewski de afgelopen jaren en maanden heeft gehamerd er zal komen, zal mede afhangen van de vraag of hij zich zal kunnen distantiëren van die oude kameraden.