Zwoele taal op de dansvloer

SIMON COLLIER, ARTEMIS COOPER, MARÍA SUSANA AZZI, RICHARD MARTIN: !Tango!

208 blz., geïll., Thames and Hudson 1995, ƒ 73,35

Is de tango inderdaad 'the closest thing you'll find to a vertical expression of a horizontal desire'? Of ligt het iets genuanceerder, en is de tango op zijn minst 'a sorrowful thought that can be danced'? Dit mogen twee uitersten zijn, genoemd in !Tango! van Simon Collier e.a., maar ze zijn niet uit de lucht gegrepen. Al sinds het ontstaan van de tango, een eeuw geleden, wordt de dans beschouwd als een platvoers paringsritueel. Anderzijds bestaan sindsdien ook al de tangueros, die de dans en de muziek zien als uiting van hun gevoelens als porteños, als inwoner van Buenos Aires.

In !Tango! wordt een serieuze poging gedaan alle aspecten in kaart te brengen. Niet alleen de dans en de muziek, ook de bijbehorende cultuur, de geschiedenis, de populariteit, het verval, en de kritiek worden beschreven. Simon Collier begint waar het hoort: bij de oorsprong. Want wie wil weten hoe diep de tango is geworteld, moet ook de ontstaansgeschiedenis kennen. Het was de unieke mengeling van diverse muzieksoorten en culturen aan het einde van de vorige eeuw in Buenos Aires, die de ontwikkeling van de tango inleidde, en hem tot een typisch porteño-produkt maakte.

Aan de hand van veel anekdotes en mooi historisch materiaal worden de gloriedagen in de eerste helft van deze eeuw beschreven. Even nauwkeurig wordt het verval in de jaren '50 in kaart gebracht, en de daaropvolgende vernieuwing door muzikanten als Astor Piazzolla. Een tweede grote golf van populariteit ontstond pas in de jaren '80 en '90 toen grootschalige tango-shows furore maakten in theaters in Europa en de Verenigde Staten.

Niet ongenoemd mag de prachtige foto uit 1944 blijven met daarop vier van de grootste tango-sterren aller tijden: zanger José Razzano, muzikant Aníbal Troilo, tekstschrijver Enrique Santos Discépolo en orkestleider Francisco Canaro. Nette heren in pak, met in het midden El Gordo, De Dikke, zoals Troilo werd genoemd. Op zijn knieën heeft Troilo de eerste bandoneon die daadwerkelijk in Argentinië was geproduceerd. Dit tango-instrument bij uitstek werd tot die tijd nog uit Duitsland geïmporteerd.

De meerwaarde van !Tango! zit 'm echter niet in de historische schets, maar in de verbanden die worden gelegd. Richard Martin van The Metropolitan Museum of Art in New York geeft de invloed van de tango op films, muziek en kleding. María Susana Azzi van de Nationale Tango Academie in Buenos Aires beschrijft de eigen tango-taal, het lunfardo, en gaat dieper in op de gespannen relatie tussen tango en politiek. Zelfs de populariteit van de tango in Finland en Japan ontsnapt niet aan de aandacht. Het 'Orquesta Típica Tokio' bestaat echt!

Natuurlijk: de tango gaat over de man en de vrouw. Over de manier waarop ze hun benen ineenstrengelen, hun bovenlijven - hun onrustig kloppende harten - tegen elkaar drukken, maar tegelijkertijd de onderlijven gescheiden houden. Tango en erotiek zijn nauw verweven. De leidende rol van de man is voor sommigen het bewijs van authentiek Argentijns machismo. Een beroemd tango-danser verklaarde niet lang geleden dat de essentie van de dans in het feit ligt dat hij alleen passen vooruit maakt, terwijl zijn vrouwelijke partner ook achteruit stapt. Een man die een pas terug doet was voor hem onvoorstelbaar. Anderen wijzen op de kracht van de vrouw bij de dans, de soms agressieve bewegingen van haar benen. In de songteksten is bovendien een essentiële rol weggelegd voor de vrouw, terwijl de man zich nogal eens tevreden moet stellen met het beeld van de melancholische tobber. In het boek komen alle meningen aan bod: de lezer krijgt de visies aangereikt en kan - net als in de authentieke tango-dans - zelf kiezen welke kant hij opgaat.

Lof is tot slot op zijn plaats voor de opmaak van het boek. De lezer wordt overladen met historische afbeeldingen, foto's en tekeningen. De hedendaagse tango in Buenos Aires is te zien op paginagrote kleurenafdrukken van foto's van Ken Haas.

De sjieke uitvoering zou !Tango! bijna degraderen tot salontafel-bedekking. Maar wie het daarbij laat mist een goed geschreven, onderhoudende en fraai vorm gegeven schets van een Zuidamerikaans cultuurfenomeen. De auteurs slagen erin met analyses en beschrijvingen een tipje van de sluier op te lichten waarachter het geheim van het porteños-gevoel schuil gaat.