'Walesa wàs een groot leider'

WARSCHAU, 18 NOV. “Walesa is een legende. Hij heeft zijn plaats in de geschiedenis, hij was een groot leider van de vakbond Solidariteit, maar als president is hij mislukt. Hij is primitief en onontwikkeld, hij denkt in simpele termen, hij is autoritair en arrogant en de mensen in zijn omgeving zijn niet te vertrouwen. Hebben we zijn vroegere stafchef en rechterhand Wachowski soms ooit op de televisie gezien?”

Arek Kasznia is 22 en student, een frêle jongeman, een beetje verlegen. Hij sjouwt met stapels folders in het campagnehoofdkwartier van de ex-communist Aleksander Kwasniewski, de man die morgen in de tweede ronde van de Poolse presidentsverkiezingen Lech Walesa hoopt te verslaan. Voor Arek Kasznia staat vast dat Aleksander Kwasniewski het er als president van Polen beter af zal brengen dan Walesa. Kwasniewski is jong, 41 pas, hij is intelligent en dynamisch en beschaafd, hij weet waar hij het over heeft en hij begrijpt de problemen van de Poolse jeugd. Walesa, zegt hij, is geen democraat. “Hij was tien jaar geleden misschien democraat, toen we nog niet wisten wat democratie is.” Maar nu? “Als Walesa wint, krijgen we weer vijf jaar van instabiliteit. Kwasniewski's partij, het Verbond van Democratisch Links (SLD), domineert nu al het parlement en krijgt volgens de peilingen bij de volgende verkiezingen een absolute meerderheid. Als Kwasniewski wint, heerst er vrede; hij zal als president goed met het parlement overweg kunnen. Als Walesa wint, wordt het oorlog. Heeft Walesa deze vijf jaar niet 3 parlementen, 6 premiers en 7 regeringen versleten?”

Dat bij winst van Kwasniewski de ex-communisten de enige sleutelfunctie in handen krijgen die ze nog niet hebben, wil er bij Arek Kasznia niet in. “Er zijn geen communisten meer. De communisten weten dat ze hun tijd hebben gehad. Met Kwasniewski betreedt juist een nieuwe generatie het politieke toneel, een zonder vuile handen, een die het communisme meer uit de geschiedenisboekjes kent dan uit eigen ervaring.”

Pag.4: Poolse intellectuelen in paniek

Wie door het grijze, waterkoude Warschau loopt, zou niet denken dat de Polen morgen naar de stembus gaan om in de tweede ronde de man te kiezen die hen de volgende eeuw, de Europese Unie en de NAVO binnen moet leiden. Op de billboards en de reclamezuilen wordt geworven voor autobanden en cosmetica en computers, niet voor de volgende president. Maar schijn bedriegt, want de media houden zich met weinig anders bezig en de gesprekken op straat, in de bus en in de kantoren gaan dezer dagen ook vooral over de verkiezingen van morgen.

De Polen, zeggen velen, hebben zich in de eerste ronde van de verkiezingen, twee weken geleden, in een onmogelijke situatie gemanoeuvreerd door twee zo controversiële kandidaten als Kwasniewski en Walesa met respectievelijk 35,11 en 33,11 procent van de stemmen op de eerste twee plaatsen in het 15 kandidaten sterke veld te laten eindigen. Vooral onder de intellectuelen heerste een stemming die zich bijna als paniek laat omschrijven: hun kandidaten werden roemloos uitgeschakeld, en nu moeten ze kiezen tussen twee mensen die ze per se niet willen, een ex-communist die misschien persoonlijk wel betrouwbaar en integer is, maar wiens achterban dat zeker niet is, en een man die vijf jaar lang als president voor ruzies, confrontaties en instabiliteit heeft gezorgd. Lech Walesa, zo schreef zijn oud-adviseur en ex-dissident Adam Michnik in zijn blad Gazeta Wyborcza, is als president “onvoorspelbaar, onhervormbaar en incompetent geweest”. Hij is Polens grootste betweter, hij heeft de ene na de andere regering - links of rechts, dat deed er niet toe - het leven zuur en het regeren onmogelijk gemaakt en hij heeft het presidentiële veto op grote schaal misbruikt.

Maar, aldus die intellectuelen, stemmen op Kwasniewski, dat gaat ook niet. Als Kwasniewski wint, schreef Michnik, wordt de fluwelen revolutie van 1989 omgezet in een fluwelen restauratie, wordt Polen “een republiek van corrupte kameraden”, wordt de weg naar Europa moeilijker en wacht Polen een jarenlange, radicale en gevaarlijke confrontatie tussen Zwart en Rood. En dus pleit Michnik, zij het met alle mogelijke vormen van tegenzin, voor Walesa.

Lech Jeczmyk is de vice-voorzitter van de Beweging voor de Republiek, een klein rechts partijtje dat Walesa's campagnestaf zijn hoofdkwartier aan de Ujazdowskie-boulevard ter beschikking heeft gesteld. Hij is een grote vijftiger met grijs stoppelhaar, een roze gezicht en een witte snor en draagt een loden jas. Hij is niet zo enthousiast over Walesa, zegt hij, Walesa is veel te mild geweest voor de communisten, de afgelopen jaren. “Hij heeft het post-communisme toegestaan weer te groeien, de communisten hebben hun politieke macht van vroeger omgezet in economische macht en zijn nu doende de politieke macht te heroveren. In andere landen zijn de communisten opgesloten, hier zijn ze vrij gebleven en rijk geworden. De communisten hebben zich feilloos aangepast aan de democratische werkelijkheid en aan de markteconomie, ze zijn zonder moeite in een nieuwe huid gekropen. Walesa had dat moeten verhinderen.”

Niettemin is hij voor Walesa, van harte. “Vooral omdat Kwasniewski zo gevaarlijk is. Als hij wint, keert Polen terug naar het oude systeem. Waarom was er onder het communisme geen georganiseerde misdaad? Omdat er maar één mafia was die alles inpikte. Die tijd komt terug. De communisten controleren nu al het parlement en de regering, het lokale bestuur, de banken en het verzekeringswezen, een groot deel van de economie, het belastingsysteem en de politie. Allemaal dank zij het old boys network van vroeger. “Als ze ook de president leveren”, zegt Lech Jeczmyk, “zullen we weer al onze tijd en energie nodig hebben om te vechten tegen het communisme.”

Dat vijf jaar Walesa nog eens vijf jaar confrontatie betekent, nog eens vijf jaar “oorlog aan de top”, zoals Walesa het zelf uitdrukte, wil Jeczmyk niet tegenspreken, maar, zegt hij, “het is een ander soort confrontatie dan die met Kwasniewski aan de leiding: Walesa staat de vooruitgang niet in de weg die Polen stap voor stap uit het economische dal helpt. Vergeet niet: Walesa heeft fouten gemaakt, maar niet één in de economie.”

De twee kandidaten hebben een vinnige campagne achter de rug, waarin thema's die de toekomst aangaan goeddeels ontbraken en veel op de persoon werd gespeeld. Zo werd bij voorbeeld de vraag gesteld of Walesa wel belasting heeft betaald over de royalties voor zijn boek, en of Kwasniewski de inkomsten van zijn vrouw bewust of per ongeluk heeft verzwegen toen hij zijn inkomen moest opgeven. Het lag voor de hand in het klimaat van extreme polarisatie, temeer daar over échte thema's, zoals de toetreding tot de EU en de NAVO en de noodzaak van verdere hervormingen, tussen de twee geen verschil van mening bestaat. En dus heeft Walesa zonder ophouden gepreludeerd op het Rode Gevaar dat zijn uitdager vertegenwoordigt, en op zijn eigen reputatie als de drakendoder uit Gdansk, als het enige bastion tegen dat Rode Gevaar, al vijftien jaar lang: heeft hij, Lech Walesa, niet eigenhandig het communisme op de knieën gedwongen? En was Kwasniewski niet in de laatste communistische regeringen minister? Natuurlijk, hij heeft zich voor de misdaden van het communisme verontschuldigd, maar, aldus Walesa, “een simpel sorry is niet genoeg”.

Kwasniewski van zijn kant heeft met de moed der wanhoop getracht duidelijkte maken hoe modern, democratisch en Europees hij is, en Walesa bestempeld als “een sportman die nog altijd opschept over de gouden medaille die hij jaren geleden heeft gewonnen”. Zo heeft de strijd om het Belweder, de residentie van de Poolse president, weinig te maken gehad met Polens toekomst en heel veel met Polens verleden.

Wie morgen wint durft niemand te voorspellen. Na de eerste ronde werd nog even gedacht dat Walesa het in de tweede ronde gemakkelijk zou krijgen: waar Kwasniewski in de eerste ronde alle linkse stemmen had gekregen en bij de rest van het electoraat weinig meer te halen had, zou Walesa bij de aanhang van de dertien verslagen kandidaten - vrijwel allen afkomstig uit het midden of de rechterkant van het politieke spectrum - genoeg stemmen kunnen halen om de tweede ronde te winnen. Veel verslagen kandidaten en hun partijen - met voorop de Unie van de Vrijheid, de partijen van de intellectuelen en ex-dissidenten van het vroegere Solidariteit - hebben Walesa hun steun toegezegd. Kwasniewski kreeg alleen de steun van de marginale socialistische partij PPS. Zelfs zijn partner in de regeringscoalitie, de boerenpartij PSL, kon zich er niet toe brengen de grote chef van de coalitie openlijk te steunen.

Niettemin: niets is zeker. Walesa heeft de afgelopen jaren met zijn op ruzie en confrontatie gerichte stijl veel Polen tegen zich in het harnas gejaagd. Bovendien heeft de ultraconservatieve katholieke kerk hem de afgelopen weken zo nadrukkelijk gesteund dat zelfs in zijn campagnestaf wordt gevreesd dat die hulp wel eens contraproduktief kan uitvallen. En Walesa heeft tenslotte vooral bij het eerste van de twee televisiedebatten met Kwasniewski een zeer slechte indruk gemaakt: waar Kwasniewski optrad als de snelle, charmante en intelligente jongeman die hij is, kwam Walesa primitief, agressief en arrogant over. Bij het tweede debat, woensdagavond, was Walesa beter voorbereid, maakte hij een veel betere indruk en was hij Kwasniewski, ook al is die verbaal van elastiek, duidelijk de baas. Maar hoeveel schade in het eerste debat is aangericht weet niemand.

“Het worden geen verkiezingen, het worden tegenverkiezingen”, verzucht een gepensioneerde ingenieur. “Miljoenen zullen op Walesa stemmen, niet omdat ze hem de beste kandidaat vinden, maar alleen omdat ze bang zijn voor de communisten. En miljoenen zullen op Kwasniewski stemmen, niet omdat ze hem zien zitten, maar alleen omdat ze zijn uitgekeken op Walesa.”

Arek Kasznia, de campagnehelper van Kwasniewski, trekt graag een vergelijking met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1960: ook toen stond een jonge, dynamische en energieke kandidaat tegenover een vertegenwoordiger van het oude - dat 'het oude' in Polen voor meer dan één interpretatie in aanmerking komt, vergeet hij even - en won Kennedy toen niet tegen alle verwachtingen in met een neuslengte?