Voor Arie van der Valk draait het alleen om de poen

DEN HAAG, 18 NOV. “Gertjan, ik wist niet dat wij samen bonje hadden. Het gaat alleen maar om de poen. Begrijp dat nou toch.” Arie van der Valk (65) richtte zich gisteren bij het verlaten van het Haagse paleis van justitie op verwijtende toon tot zijn neef uit Tiel. De tweede dag van het strafproces tegen zeven leden van de horecafamilie zat er net op. Neef Gertjan was weinig geïmponeerd: “Ga vooral zo door oom Arie. Had ik soms moeten zeggen dat ik u een klootzak vind?”

Het jarenlange gesloten front van de Toekan-familie begint openlijke barsten te vertonen. In de zittingszaal was het conflict tussen oom Arie en neef Gertjan ter sprake gekomen, zonder dat de precieze reden duidelijk werd. Die bleek pas uit het felle onderonsje vlak voor de draaideur.

Geld, daarom draaide alles voor oom Arie. Hij zat bij het concern aan de geldkraan, fungeerde als financieel centrum voor een 35-tal vestigingen van de motel- en restaurantketen. Alle betalingen, van belastingen tot leveranciersnota's liepen via deze topfiguur van het familiebedrijf. De filialen moesten alles wat ze aan geld binnenkregen bij Arie “afstorten”, zo vertelde deze gisteren zelf de rechtbank. Als Arie wilde (“ik was overal directeur”) kon hij Van der Valk-bedrijven die teveel debet stonden uitsluiten van de rekening-courantverhouding tussen het familiebedrijf bij ING Bank. Arie's macht ging naar eigen zeggen zover dat hij er voor kon zorgen dat de betrokken vestiging niet meer bevoorraad werd door leveranciers waarvan de meesten zelf deel uitmaakten van het concern.

Rechtbank-president mr. L. Verheij moest gisteren veel geduld oefenen om erachter te komen welke plaats Arie in het concern innam. Als blijkt dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan aan de verschillende Toekan-vestigingen van zijn zoons en neven, dan is hij mede-schuldig aan de stelselmatige omzetverzwijging, belastingfraude en het uitbetalen van zwarte lonen die justitie een aantal vestigingen aanwrijft.

Het werd een warrig verhoor waarbij mr. Verheij zijn ergernis over de onbenullige antwoorden van Arie soms nauwelijks kon verbergen. Het antwoord van Arie leek duidelijk. “Iedereen zorgt voor zijn eigen bedrijf en moet dat werk goed doen. Ik kom daar nooit. Hoe kan ik die dan leiding geven?”, meende de verdachte. De rechtbankpresident verwees daarop naar brieven die waren verstuurd naar verschillende vestigingen en die de verdachte had ondertekend. “Daar weet ik niets van. Het interesseert me niet”, aldus de 65-jarige ondernemer.

Verder verschafte Arie geen klaarheid in een contract dat hij met zijn zoon Lucas van wegrestaurant Burgerveen en motel Haarlemmermeer had gesloten. Daarin staat dat Lucas zijn aandelen van de vestiging niet mag vervreemden zonder de toestemming van zijn vader. “De betekenis daarvan? Ik weet niet waar u het over heeft”, aldus Arie. Waarop rechter Verheij sneerde: “Dus dat betekent dat u geen benul had van de papieren die u ondertekende? Het lijkt erop dat u zelf niet goed uw werk heeft gedaan”.

Pas na ingrijpen van zijn raadsman mr. R. Stokman drong langzaam door dat Arie wel degelijk een flinke vinger in de pap heeft in het concern. De bedrijfsvoering interesseerde hem niet, maar de financiële stand van zaken hield hij nauwgezet bij. Als er maar voldoende geld binnenkwam.

Arie bleek een soort centraal doorgeefluik voor de betalingen aan de bank en de fiscus.

Over zijn rol in de bedrijfsvoering in zijn zilverfabriek in Voorschoten, waar hij sinds 1986 directeur en enige aandeelhouder is, liet Arie weinig los. Ook wist hij niets van de aantijgingen werknemers zwart of grijs uit te betalen. “Getuigen hebben verklaard dat u elke week zeker 3000 gulden aan zwart loon uitbetaalde”, opperde mr. Verheij. Arie: “Ik kan er toch niets aan doen wat die getuigen verklaren. Het personeel op kantoor moet zijn werk zelf goed doen. Daar heb ik niets mee te maken.”

Eerder op de dag had zoon Lucas (32) gebruik gemaakt van zijn recht om te zwijgen. “Ik zit hier tussen mijn vader en mijn vrouw”, las hij een korte verklaring voor. “Die hebben geen van beiden iets te maken met de zaken waarvoor we hier zitten.” Hij erkende dat er fouten zijn gemaakt. “Ik ben wellicht nalatig en naïef geweest. En ik besef dat ik daarvan de consequenties zal moeten nemen.” Lucas was daarmee de eerste van de zeven verdachten die ronduit voor zijn schuld uitkwam al had naar zijn mening de gepleegde fraude niet die omvang als de FIOD beweert. Justitie heeft aanwijzingen dat alleen al tijdens de kerstdagen in 1994 voor 21.700 gulden aan omzet is verzwegen. De bewijzen daarvoor komen onder andere uit de 'slaapkamer-overzichten', drie ordners met gegevens over drie Van der Valk-vestigingen die op de slaapkamer van Ben van der Valk in Akersloot zijn gevonden.

Het feit dat Lucas zijn vader uit de wind hield werd niet echt beloond. Arie van der Valk noemde Lucas en zijn ook verdachte zoon Ben “de domste twee” van zijn zoons.