Vaders, geniet ervan!

LISETTE THOOFT & ESMÉ VAN DER MOLEN: Werk & moederschap; moederen op de derde golf

176 blz., Bigot & Van Rossum 1995, ƒ 27,50

PETER BUIJS: Mannen weten niet wat ze missen

159 blz., L.J. Veen 1995, ƒ 29,50

Moeders van de Derde Feministische Golf zijn bovenal op zoek naar evenwicht, zo stellen Lisette Thooft en Esmé van der Molen in hun boek Werk & moederschap. Nadat vrouwen in de Tweede Golf met een bijna manlijke inzet hun plaats bevochten op de arbeidsmarkt, is het nu weer tijd voor een herwaardering van 'archetypisch vrouwelijke waarden' als de gerichtheid op harmonie, liefde en moederlijke zorg. Een evenwichtige verdeling tussen betaald werk en onbetaalde zorg voor het kinderfront thuis, daar komt het in de Derde Golf op neer. Maar hoe dat ideaal te verwezenlijken in een samenleving die hoofdzakelijk is ingesteld op volledige werktijden? Het is die vraag waarop Werk & moederschap een antwoord probeert te geven, waarbij de auteurs gebruik maken van enquêtegegevens, literatuuronderzoek en persoonlijke ervaringen. Het is een grondig, informatief boekje dat bovendien aardig is geschreven, al valt er af en toe wat onvervalst feministisch jargon.

Na twee uitvoerige hoofdstukken over deeltijdarbeid en kinderopvang, is het de beurt aan de derde pijler onder het bestaan van werkende moeders: de meezorgende man, die meteen maar van Lisette Thooft - verantwoordelijk voor dit hoofdstuk - een steuntje in de rug krijgt. “Mannen die zorgen zijn leuke mannen”, schrijft ze, en een volwassen man die een baby koestert vindt ze niet alleen vertederend, maar ook 'sexy'. Datzelfde geldt voor mannen in de huishouding, en dan denkt ze vooral aan een oude vlam van haar die zo 'prachtig' kon afwassen: “Hij stond gewoon zichtbaar en volmaakt ontspannen te genieten van zijn klus; hij nam alle tijd, werkte grondig en geduldig en liet niets op het aanrecht staan. Het was heerlijk om naar te kijken en op de een of andere mysterieuze manier bijzonder mannelijk”.

Openhartig

Maar het ligt uiteraard heel wat gecompliceerder bij dit onderwerp, zoals ook de resultaten uitwijzen van een onderzoek naar 'zorgende vaders' dat in Werk & moederschap aan bod komt. Meer dan honderdtachtig zorgende vaders (om die term maar aan te houden) zijn daarbij via vragenlijsten en interviews aan de tand gevoeld, en in het boek komen ze volop aan het woord over de problemen waar ze mee te kampen hadden: weerspannige werkgevers die niets voelden voor deeltijdarbeid, het maken van goede afspraken met zowel het werk als de partner, negatieve reacties van familie en kennissen en de tijdrovende beslommeringen van het huishouden.

Desondanks vonden ze het vrijwel allemaal de moeite meer dan waard en in een lijstje met 'Tips van vaders voor (aanstaande) vaders' roepen ze dan ook uit volle borst: “Zet door! Er is meer mogelijk dan je denkt. Geniet ervan! Kies echt voor het vaderschap. Je betaalt hiervoor misschien wel een prijs, maar wat je er mee wint is veel belangrijker: een goede band met je kind of kinderen, een rijk en zinvol leven, een betere band met je partner.”

Iemand die ook koos voor het vaderschap was Peter Buijs. In Mannen weten niet wat ze missen geeft hij een verslag van de tien jaar waarin hij een deeltijdbaan als sociaal-geneeskundige combineerde met de zorg voor zijn twee kinderen, terwijl zijn vrouw een nagenoeg volledige baan had. Het is een openhartig, goed geschreven boek waarin zorgende vaders - en vooruit: ook moeders natuurlijk - veel kunnen herkennen. Het gevoel van 'intense vermoeidheid' bijvoorbeeld dat zich vanaf de eerste dag voordoet en nooit meer weg lijkt te gaan, het gehannes met flesjes melk (Goede temperatuur? Geen luchtbellen? Gaatje van de speen in orde?), de introductie van verkleinwoorden als 'darmkrampje', 'wipstoeltje' en 'doorknoophemdje', of de weeïge geur van poep en babyzalf die de woning al snel gaat doordringen.

In latere jaren, als de baby- en peutertijd is afgelopen (gemarkeerd door het treurige moment waarop het stuurstoeltje voorop de fiets wordt verwisseld voor een zitje op de bagagedrager), zijn het weer andere zaken die op de voorgrond treden. Zo wijst Buijs op de 'permanente waakzaamheid' die hij ontwikkelde voor alles wat er buiten op straat met zijn kinderen mis kon gaan, gepaard aan een verhoogde gevoeligheid voor kranteberichtjes over spelende kinderen die door allerlei rampspoed werden getroffen.

En dan waren er de gevaarlijke snijpunten van werk en kinderzorg, zoals bij het voeren van een zakelijk telefoongesprek toen er achter zijn rug opeens een luidkeels 'moet plassen!' opklonk.

Ritme

Maar er stond heel wat tegenover, stelt Buijs, en daar zal menig zorgende vader graag mee instemmen. Het voornaamste was wel het van nabij meemaken van de ontwikkeling van zijn kinderen; van hun karakter en eigenaardigheden, hun voorkeuren en afkeren, en niet te vergeten hun groeiende taalvaardigheid. Het is op dit laatste terrein waar Buijs zijn kinderen op de voet volgde en dat levert tal van van aardige passages op, onder meer over een dierenrijk bevolkt door 'struikvogels, kwalvissen, zeekegels en gilpadden.

Iets anders waar Buijs bij stilstaat, is het grote beroep dat zijn kinderen deden op zijn 'zachte kant', op vermogens en gevoelens als troosten, koesteren,verwonderen en ontroerd raken. En ook daarin valt zeker iets te herkennen, al moet het me van het hart dat ik - uit mijn eigen ervaring als zorgende vader - de familie Buijs soms een wel erg idyllische indruk vond maken, en dat er naast allerlei mooie gevoelens ook wel eens heel wat minder nobels door kinderen wordt opgeroepen. Zo'n verstoord telefoongesprek biedt maar heel weinig ruimte voor verwondering en ontroering, om het mild te zeggen.

Wat me tot slot nog aansprak, was de opmerking van Buijs dat het opvoeden van kinderen niet alleen voor veel onverwachts zorgt, maar ook voor structuur en ritme in het leven van alledag. Vaste slaap-, eet- en schooltijden, ouderavonden, schoolreisjes, zwemlessen, partijtjes, strikte afspraken met je vrouw over haal- en brengtijden: er gaat allemaal 'een prettig soort vanzelfsprekendheid' van uit, en dat geldt ook voor activiteiten waar je vroeger toch met de nodige achterdocht tegenaan keek: het gezamenlijk optuigen van een kerstboom, het versieren van de verjaardagsstoel, ja zelfs voor het beschilderen van paaseieren.

Vooral in combinatie vormen beide boeken een goede voorbereiding op het gedeelde ouderschap, waarbij de vele tips en schema's van Werk & moederschap getoetst kunnen worden aan het verslag van iemand die al tien jaar praktijkervaring achter de rug heeft.