Uitslag verkiezingen bepalend voor Spaans politiek landschap; Catalonië barometer voor Spanje

BARCELONA, 18 NOV. De ingang van het portiek is zorgvuldig anoniem gehouden. Geen naambordje, geen vlag, zelfs geen sticker met partijembleem verraadt dat hier in de Carrer de Muntaner in Barcelona de sterke man van de Catalaanse afdeling van de conservatieve Partido Popular (PP) kantoor houdt. Advocaat Josep Maria Trias de Bes ontvangt de bezoeker in zijn pastelkleurige werkruimte. Een gebruinde vijftiger, klein van stuk, zorgvuldig bijgewerkt baardje, smaakvol in het pak.

Morgen gaat de Spaanse regio Catalonië naar de stembus. Vijf miljoen stemgerechtigden kiezen de nieuwe regioregering, de Generalitat, en haar president. De stembusuitslag reikt echter aanmerkelijk verder dan de grenzen van de noordoostelijke regio van Spanje. De verkiezing in Catalonië, dat de afgelopen jaren onder een nationalistische regering een zeer grote mate van onafhankelijkheid wist te bedingen, bepaalt tot op grote hoogte hoe het politieke landschap van heel Spanje er de komende jaren uit zal gaan zien.

Catalonië geldt immers als een barometer voor de politieke krachtsverhoudingen in het door schandalen geteisterde politieke klimaat in Spanje, waar in maart komend jaar vervroegde algemene verkiezingen worden gehouden. Het waren de Catalaanse nationalisten die de afgelopen drie jaar de socialistische minderheidsregering van Felipe González in het zadel hielden. De vraag is of de Catalaans-nationalistische partij C i U hiervoor de prijs moet betalen en in de regio haar absolute meerderheid verliest. Daarnaast is van belang wat de winst wordt van de Partido Popular (PP), op landelijk niveau de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen, maar in Catalonië een partij die slechts zeven van de 135 zetels in de Generalitat bezet.

Alle partijen in Catalonië wijdden zich de afgelopen weken met enige gretigheid aan de taak om de PP - de enige partij die vanouds een duidelijke landelijke, centralistische achtergrond kent - tot de grond toe af te branden. “De PP moet begrijpen dat Catalonië anders is dan de rest van Spanje”, zo verklaarde Jordi Pujol, al vijftien jaar de nationalistische president van de Generalitat en verreweg de machtigste man in Catalonië.

Landverrader nummer één is Josep Trias de Bes. Ooit was hij een van toonaangevende figuren binnen Pujols nationalistische Ci U. Enkele jaren geleden verliet hij de partij met slaande ruzie. Eind deze zomer werd hij door PP-partijleider José Maria Aznar binnengehaald om naast lijsttrekker Vidal-Quadras de lokale afdeling een Catalaans gezicht gegeven. “Ze noemen me een verrader en een opportunist”, erkent Trias de Bes met een zucht. “Maar ik ben en blijf een Catalanista.”

In de door het Catalaanse nationalisme gedicteerde politieke vocabulaire raakt de buitenstaander al snel de weg kwijt: er is nationalisme, catalanisme en pujolisme en dat alles in verschillende varianten en gradaties. Onder Jordi Pujol is Catalonië nagenoeg veranderd in een kabouterstaat aan de Middellandse Zee, compleet met Catalaans onderwijs, Catalaanse politie, een uitdijend leger van meer dan honderdduizend ambtenaren en een kolossaal begrotingstekort van 700 miljard peseta's (9,4 miljard gulden). En Catalaanse corruptieschandalen, waarbij de afgelopen week de schijnwerpers vooral gericht stonden op de contacten tussen de zakenman Javier de la Rosa - beschuldigd van het chanteren van de Spaanse koning - en de Catalaanse nationalisten van Pujol.

De Partido Popular moet van oudsher niets weten van een grotere onafhankelijkheid van de autonome regio's. Nu de partij evenwel kans maakt bij de nationale verkiezingen in maart uit de bus te komen als de grootste partij van Spanje, werd besloten ook meer energie te steken in haar aanwezigheid op Catalaanse bodem. De partij mikt op een verdubbeling van het aantal zetels, waarmee zij zou kunnen uitgroeien tot de derde macht in Catalonië, na de nationalisten en de socialisten.

De partij wordt echter door velen in Catalonië geassocieerd met het oude Franco-regime, dat met harde hand ieder streven naar onafhankelijkheid de kop indrukte. De verkiezingskaravaan van de partij werd de afgelopen weken dan ook als enige regelmatig getrakteerd op een regen van eierstruif en rottend ooft, waarbij de Catalaanse politie een opmerkelijk afwachtende houding aannam. “Er komt een moment dat de overdracht van bevoegdheden stopt”, formuleert Trias de Bes omzichtig het partijstandpunt ten aanzien van de autonomie. Het is inmiddels wel welletjes met het onafhankelijkheidsstreven, zo laat de boodschap zich vrij vertalen.

Aan de andere kant worstelen de Catalaanse nationalisten met hun rol binnen Spanje. Hoe autonoom ook, de afgelopen jaren zette Pujol meer dan ooit zijn stempel op de Spaanse politiek en dat lijkt de president van de Generalitat wel te bevallen. “We zijn verplicht onze invloed in Spanje te laten gelden”, zo verklaarde Pujol ter afsluiting van de verkiezingscampagne.

Naar verwachting zal ook de Partido Popular bij de landelijke verkiezingen in maart geen absolute meerderheid behalen. En dus blijven de Catalaanse nationalisten een sleutelrol spelen bij de politiek bestuurbaarheid van Spanje.

Een schizofrene politiek, die het beeld van Catalonië in de rest van Spanje er niet beter op maakt, meent Trias de Bes. “De positie van Catalonië binnen Spanje wordt voortdurend door de nationalisten ter discussie gesteld. Maar aan de andere kant willen ze wel een Spaanse regering waarin ze een sleutelrol spelen. Pujol is een populist, een messias geobsedeerd door Catalonië, zonder rekening te houden met de banden met Spanje. Zolang de Catalanen niet volwaardig mee willen doen met de rest van Spanje, houden we een probleem.”