Ten strijde voor de legalisering van soft drugs

Op twee plaatsen in Amsterdam werd gisteren gepleit voor internationale legalisering van soft drugs: op een conferentie met Europarlementariërs en bij het bezoek van een Duitse deelstaat-minister.

AMSTERDAM, 18 NOV. “Cannabis tast het korte-termijngeheugen aan, weet je. Daar moet je wel rekening mee houden.” De oudere jongere in het kantoortje van het Drugs Vredeshuis aan de Amsterdamse Spuistraat vindt het niet prettig als hem iets wordt gevraagd waarop hij geen antwoord weet. Hij beantwoordt aan het imago van de hasj-roker waar de Europese Cannabis Consumenten Organisatie (ECCO) juist zo graag van af wil: type Koos Koets, zo weggelopen uit een programma van Van Kooten en De Bie.

Volgens Adriaan Bronkhorst, secretaris van de ECCO, zijn soft-druggebruikers niet per definitie wereldvreemde hippies. “Ze vertegenwoordigen de hele maatschappij en zijn even divers als die maatschappij. Maar ze moeten wel naar buiten durven treden.”

Om dat te bereiken werd gisteren in het Drugs Vredeshuis een internationale conferentie gehouden over 'Cannabispolitiek en drugsvrede', met vertegenwoordigers van gebruikersorganisaties en Europarlementariërs uit Frankrijk, België, Engeland, Portugal, Spanje en Nederland, die in hun eigen landen legalisering van soft drugs bepleiten. Langharige middelbare dames en heren, gezeten in aftandse leunstoelen, gaven elkaar joints door en ontwikkelden onderwijl in twee talen strategieën om een einde te maken aan 'The war on drugs/La guèrre au drogue'.

Onder de aanwezige parlementariërs waren geen socialisten te bekennen, evenmin als liberalen of christendemocraten. De aanwezigen vertegenwoordigden alleen groene en radicale partijen en waren niet te onderscheiden van de leden van gebruikers-organisaties.

De bijeenkomst was bedoeld om een internationale coalitie te smeden tegen de drugsoorlog: soft drugs moeten overal worden gelegaliseerd en er is een internationaal platform nodig om tot afspraken met politici te kunnen komen en elkaar als gebruikersorganisaties over de grenzen heen te steunen. Dat die steun geen overbodige luxe is, bleek uit de verhalen van een gebruiker uit België die met achttien maanden gevangenis wordt bedreigd. Een Schotse vertegenwoordiger kon niet komen omdat hij “wegens het bezit van een paar plantjes” voor negen maanden achter de tralies zit. In Frankrijk worden volgende maand drie processen gevoerd die de beweging ter legalisering van drugs in één klap monddood kunnen maken. De 'terreur van Chirac' was het gesprek van de dag.

Behalve voor het creëren van een geïnstitutionaliseerd overleg tussen gebruikers en politici was de conferentie bijeen voor de vraag of het nodig is een index samen te stellen van “internationale drugs-oorlogsmisdadigers”, onder wie de Franse president Chirac, die systematisch desinformatie verschaffen over cannabis en de gebruikers ervan criminaliseren. “Zulke mensen moeten een naam en een gezicht krijgen zodat ze overal te schande kunnen worden gemaakt”, aldus Bronkhorst. “Zolang het maar niet ontaardt in terreur”, vindt het Eerste-Kamerlid Pitstra, die de conferentie namens GroenLinks bijwoonde, zo'n zwarte lijst van drugs-oorlogsmisdadigers “geen slecht idee”.

Wie in elk geval niet op de index wordt geplaatst, is Heide Moser, SPD-minister voor werkgelegenheid, sociale zaken, jeugd en gezondheid van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. In Duitsland baarde zij afgelopen zomer opzien met haar voorstel soft drugs door apotheken te laten distribueren. Gisteren bracht zij op uitnodiging van burgemeester Patijn een bezoek aan twee Amsterdamse koffieshops en aan de GG en GD. Na afloop vertelde ze dat zij in Duitsland wordt tegengewerkt met het argument dat Nederland met de drugsnota van het kabinet terugkomt van het liberale drugsbeleid, omdat dit zou zijn mislukt.

“Nu heb ik met eigen ogen gezien dat er hier niets wordt teruggedraaid”, aldus Moser, die eerder in Den Haag gesprekken voerde met de ministers Borst (volksgezondheid) en Sorgdrager (justitie). De SPD-minister was herbevestigd in haar overtuiging dat het Nederlandse streven om de markten voor soft en hard drugs gescheiden te houden resultaat heeft en dat hier op dat gebied “meer wordt bereikt dan in welk ander land dan ook”. “Het Nederlandse gedoogbeleid”, aldus Moser, “heeft het gebruik van soft drugs niet doen toenemen en het heeft geen schade toegebracht aan de gezondheid van scholieren. Dat sterkt mij om dit beleid in Duitsland en internationaal te propageren.”

Internationale en vooral Franse pressie is volgens Moser het belangrijkste obstakel voor de legelisering van soft drugs, maar ze noemde het onjuist daarvoor te wijken. De minister heeft goede hoop dat de legale verkoop van soft drugs door apotheken de komende jaren in haar deelstaat werkelijkheid zal worden.