Strafmaatregelen

Er werd veel en zwaar gestraft in de Sovjet-Unie, en al waren de schakers de lievelingen van het regime, ze ontkwamen er ook niet aan. Mark Taimanov, over wie ik vorige week schreef, werd het zwaarst gestraft. Tenminste, als je alleen kijkt naar de misstappen die in de schaakwereld begaan werden. Petrov, de Letse schaakmeester, en Michaïl Platov, de studiecomponist, stierven in strafkampen, maar zoals zoveel anderen waren ze veroordeeld om niets, of in het geval van Platov om een misprijzende opmerking over Stalin. Ze waren niet als schakers gestraft. Dat geldt waarschijnlijk ook voor Nikolaj Krilenko, vele jaren de leider van de Sovjetschaakbond. In 1938 werd hij afgezet. Ik bladerde laatst door de jaargang 1938 van het Engelse tijdschrift Chess. Denk met sympathie aan Krilenko in zijn ballingschap, werd de lezers gevraagd. De redactie wist nog niet dat Krilenko niet alleen afgezet was, maar ook geëxecuteerd. Al werd Krilenko verweten dat hij een kloof tussen het schaken en de werkende massa had veroorzaakt, het is onwaarschijnlijk dat dit de ware reden voor zijn straf was. Hij was niet zomaar een schaakorganisator, maar een belangrijk politicus. Volkscommissaris voor oorlog en later voor justitie. Een oude strijdmakker van Lenin, op zichzelf in 1938 al reden genoeg voor een doodvonnis.

De gewone schakers kwamen er beter vanaf. De gebruikelijke straf voor wangedrag was uitsluiting van buitenlandse toernooien voor een paar jaar. Het wangedrag kon van alles zijn. Tal trouwde te vaak. Kortchnoi had in een casino een gokje gewaagd en een Duitse vrouw mee naar de bioscoop genomen. Bronstein was te eigenwijs en later wilde hij de denunciatiebrief over Kortchnoi niet ondertekenen. Een ander had te veel gedronken of was brutaal geweest tegen een official.

Natuurlijk had het ook voordelen om een vooraanstaande Sovjetschaker te zijn. De allersterksten konden op veel hulp en steun rekenen. Kortchnoi vertelt in zijn memoires dat hem tijdens zijn kandidatenmatch tegen Karpov in 1974 het verhaal ter ore kwam dat Tal en Vaganian, die van een andere wedstrijd naar Moskou terugkeerden, van het vliegveld direct werden meegevoerd naar een studeerkamer: Karpov had problemen met het Frans, en die moesten worden opgelost. Of het verhaal waar was, wist Kortchnoi niet zeker.

Ook nu de Russische archieven een beetje open gaan is er nog steeds veel dat we niet zeker weten. En omdat we niets zeker weten en de hoge politiek zich altijd zo intensief met de schaakwereld bemoeide, zijn er al tientallen jaren de geruchten en de boze vermoedens. Was de wereldkampioenschapsmatch tussen Botwinnik en Bronstein van 1951 wel in orde? En verloor Keres in 1948 in het wereldkampioenschapstoernooi niet veel te vaak en te gemakkelijk van Botwinnik? Over de match van 1951 geloof ik te kunnen zeggen, ook op grond van een gesprek met Bronstein zelf, dat die inderdaad in orde was. Misschien was er een voor Bronstein onaangename sfeer doordat de hooggeplaatsten Botwinnik prefereerden, maar zeker waren er niet de sinistere opdrachten om partijen te verliezen waarover zo veel is gespeculeerd.

Over de na-oorlogse jaren van Paul Keres stond een paar maanden geleden een interessant artikel in New in Chess van Valter Heuer, een Estse schaakorganisator die in de jaren zeventig het boek Onze Keres schreef, dat in het Ests en in het Russisch verscheen. Heuer heeft archieven doorzocht en vele gesprekken gevoerd om uit te vinden of het waar is dat Keres in 1948 geen wereldkampioen mocht worden. Het ligt in dit geval erg voor de hand om kwaad te denken. Keres was Est. Zijn land was eerst door de Russen, daarna door de Duitsers en toen de kansen keerden weer door de Russen bezet. In de oorlogsjaren speelde Keres in Duitsland en in de door Duitsland bezette gebieden. Hij was ook in Spanje en het verhaal gaat dat hij een keer aan het bord verscheen in het uniform van de Duitse Wehrmacht, dat hij van Brinckmann had geleend - niet omdat hij een politiek standpunt wilde innemen, want zo was hij niet, maar omdat zijn eigen pak bij de stomerij was. Of dit verhaal waar is weet ik niet. Ik denk van niet. Vlak na de oorlog wist niemand of zulke verhalen waar waren.

Keres was na de oorlog in groot gevaar. Hij was in 1944 in Zweden toen de Russen Estland veroverden, keerde terug naar zijn gezin in Estland en probeerde vervolgens alsnog naar Zweden te vluchten, maar dat mislukte. In de nieuwe Sovjetrepubliek Estland moest hij vrezen in de gevangenis te belanden of zelfs zijn leven te verliezen. Het ging anders. Het werd hem toegestaan tot de rijen der Sovjetgrootmeesters toe te treden en in 1947 werd hij kampioen van de Sovjet-Unie.

Maar toch, is het denkbaar dat de politieke leiders van de Sovjet-Unie zouden toestaan dat niet Botwinnik of Smislov in 1948 wereldkampioen werd, maar de Est Keres? Ik heb lang gedacht dat dit niet denkbaar is.

Maar Heuer heeft het onderzocht en hij heeft geen enkele aanwijzing gevonden dat er in 1948 in Den Haag en Moskou geen eerlijke strijd is gevoerd. Vele archieven zijn nog steeds voor Heuer gesloten gebleven. Hij hoopt op nadere informatie, maar houdt het er vooralsnog op dat Keres naar het toernooi ging met de bedoeling om het te winnen. Keres bleef 3,5 punt achter op Botwinnik en voor de verklaring van dit teleurstellende resultaat haalt Heuer Spassky aan: “Ik weet uit eigen ervaring dat een man op weg naar de top haarscherp op zijn doel is afgestemd en al het andere moet vergeten, al het 'overbodige' moet wegggooien - anders ben je verloren. Hoe kon Keres 'al het andere' vergeten?“

Keres heeft later nooit over 'al het andere' willen spreken. Heuer noemt hem 'de Grote en Stille'. Keres zei niets, niet tegen zijn vrienden en ook niet tegen zijn vrouw. Wel zag Heuer in 1946 dat Keres, toen hij een persbericht las waaruit bleek dat hij niet naar het toernooi in Groningen zou mogen gaan, met vertrokken gezicht honderd keer de vloek 'Koerat' (duivel) op een papiertje schreef.

Het was eigenlijk de bedoeling dat deze rubriek een bespreking zou zijn van het boek Paul Keres: Photographs and Games dat een tijdje geleden in Tallin is verschenen. Een volgens de samenstellers op acht partijen na volledige verzameling van de partijen die Keres in matches en toernooien speelde. 479 Bladzijden, 1944 partijen, 61 foto's in het nostalgische Sovjet zwart-wit. De foto van de enorme mensenmenigte bij de staatsbegrafenis van Keres is erg indrukwekkend. Het boek is hier en daar in Nederland te krijgen en ook rechtstreeks te bestellen bij Demerlen Ltd., Box 119, Tallin, EE0090, Estland, tel/fax 00372 2 426648.

In 1975 won Keres het open kampioenschap van Canada in Vancouver. Op weg naar huis stierf hij door een hartaanval, 59 jaar oud. Zijn laatste partij, een paar dagen voor zijn dood, was tegen een jonge en veelbelovende Amerikaanse grootmeester die in die jaren de trotse lijfspreuk voerde: als Fischer God is, ben ik de Duivel.

Wit Walter Browne-zwart Paul Keres

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. Lf1-b5 Pg8-f6 4. d2-d3 d7-d6 5. 0-0 Lc8-d7 6. c2-c3 Lf8-e7 7. Pb1-d2 0-0 8. Tf1-e1 Tf8-e8 9. Pd2-f1 Le7-f8 10. Lc1-g5 h7-h6 11. Lg5-h4 Lf8-e7 12. Pf1-e3 Pf6-g4 13. Lh4xe7 Pc6xe7 14. Pe3xg4 14. Lxd7 zou tot een saaie remisestand leiden. Wit heeft hogere ambities. 14...Ld7xb5 15. Pf3-h4 Lb5-d7 16. Te1-e3 In de aanval, maar van de aanval komt niets terecht en straks zal wits toren buiten spel staan. 16...Kg8-h7 17. Te3-g3 Pe7-g8 19. Ph4-f3 Ld7xg4 19. Tg3xg4 Pg8-f6 20. Tg4-h4 Kh7-g8 21. Th4-h3 d6-d5 Het wordt tijd voor zwart om zelf aan agressieve plannen te denken. 22. Dd1-e2 Dd8-d7 23. Pf3-h4 d5xe4 24. d3xe4 Ta8-d8 25. Ph4-f5 Dd7-d2 26. De2-f3 Te8-e6 27. Th3-g3 g7-g6 28. Ta1-f1 Dd2-f4 Maakt een eind aan wits dromen van koningsaanval. Het eindspel is door de slechte positie van wits Tg3 gewonnen voor zwart. 29. Tf1-d1 Te6-e8 30. Pf5-e7+ Kg8-g7 31. Pe7-d5 Df4xf3 32. Tg3xf3 c7-c6 33. Pd5-e3 Td8xd1+ 34. Pe3xd1 Te8-d8 35. Pd1-e3 Pf6xe4 36. h2-h3 Pe4-g5 37. Tf3-g3 f7-f5 38. Pe3xf5+ g6xf5 39. h3-h4 Kg7-g6 40. h4xg5 h6xg5 41. Tg3-h3 f5-f4 42. g2-g3 Kg6-f5 43. f2-f3 Td8-d1+ Wit gaf op.