Op zoek naar een geheide swing

NICK FALDO: A swing for life. How to play the Faldo way 224 blz., geïll., Viking 1995, ƒ 55,05 LAUREN ST. JOHN: Out of Bounds. Inside professional golf 277 blz., geïll., Partridge Press 1995, ƒ 53,50 JOHN FEINSTEIN: A good walk spoiled. Days and nights at the PGA Tour 475 blz., geïll, Little, Brown & Cy 1995, ƒ 53,50

Drie jaar geleden kreeg Nick Faldo, een van de beste golfers ter wereld, een uitnodiging om zijn inmiddels 83-jarige jeugdheld Ben Hogan, een golflegende, te komen bezoeken. De nacht voor dit bezoek kon Faldo van de spanning niet slapen. Hij zette zich om vier uur 's nachts achter zijn bureau en schreef op wat hij van Hogan wilde weten. Het werden drie velletjes met vragen over de swing, vier velletjes met vragen over de mentale voorbereiding op een wedstrijd en drie velletjes met vragen over hoe je moest denken als een winnaar. Het bezoek aan de zieke, oude man zou een uur duren, maar liep uit tot een hele dag. “En nog had ik het idee, dat Hogan een aantal van zijn geheimen niet prijs wilde geven”, zei Faldo na afloop.

Faldo kan uren over zijn swing praten en nog geen tien seconden over zijn emoties. Zijn collega's vrezen de dag dat ze in een toernooi hun ronde moeten lopen met de Engelsman. Hij is zo bezeten van zijn sport dat hij meestal geen woord wisselt met zijn medespeler. Vier uur lang zwijgend balletjes slaan, vinden de andere professionals net één opoffering te veel.

Zijn imago van saaie man en mechanische speler heeft Faldo vooral te danken aan zijn stugge gedrag op de baan. “Ik weet dat mensen vinden dat ik wat meer moet lachen op de baan”, vertelt Faldo in A good walk spoiled. “Mijn managers hebben me verzekerd dat ik, als ik wat vaker zwaai naar het publiek op de baan, mijn reclame-inkomsten zou kunnen verdubbelen. Ik kan het niet, ik wil het niet.”

Faldo speelt, met andere wereldtoppers als de Australiër Greg Norman en met Nick Price uit Zimbabwe, een van de hoofdrolspelers in de boeken van de Amerikaan John Feinstein, die naam maakte met bestsellers over honkbal en tennis, en met Lauren St. John, de golfcorrespondente voor de Sunday Times. De twee laatstgenoemden volgden van eind 1993 tot eind 1994 de topspelers van toernooi naar toernooi. Feinstein schrijft beter, maar richt zich wat meer op, in Europa minder bekende, Amerikaanse spelers. St. John citeert wat te vaak uit haar knipselmap, maar beschikt over smeuïger anekdotes.

Hun verhalen maken bovenal duidelijk hoe onwaarschijnlijk de illusie is die wordt gewekt door het instructie-boek, A swing for life, van Faldo zelf is. Golfen is minder eenvoudig dan het lijkt. Weliswaar ligt het balletje, anders dan bij tennis of hockey, keurig stil op het moment van slaan. Maar een klein foutje in de hoek van het clubblad op het moment van raken, geeft honderdvijftig meter verderop een afwijking van tientallen meters.

Faldo geeft tips voor beginners, die ook bruikbaar zijn voor gevorderden. Zijn belangrijkste les is dat een golfer niet naar foto's moet kijken, maar heel hard moet oefenen om de eenvoud van een golfswing te kunnen doorgronden. Zowel Feinstein als St. John vertelt over spelers die bij een training zoveel ballen slaan dat het bloed uit de kloven van hun handen druipt. Faldo is daarvan het mooiste voorbeeld.

Halverwege zijn profcarrière leerde hij zichzelf een nieuwe swing aan met hulp van goeroe David Leadbetter. Hij zocht naar een swing die hij tot in de eeuwigheid zou kunnen reproduceren. Daarom moesten de grote spieren (been en rug) het belangrijkste werk overnemen van de kleinere spieren (arm en pols), die onder spanning eerder zouden kunnen bezwijken. Het kostte Faldo drie jaar, waarin hij geen toernooi won en zijn sponsors hem in de steek lieten. Iedere dag sloeg hij meer dan duizend ballen van de driving-range. Regelmatig raakte hij zo gefrustreerd dat hij op zijn hotelkamer zijn broek in honderden reepjes scheurde of thuis in de garage zijn golfclubs tegen de muur smeet. Tot het klikte. Tot hij, iedere keer als hij zijn club achteruit bewoog, wist wat er zou gaan gebeuren. Faldo won in de volgende vijf jaar vijf grote toernooien en bereikte de eerste plaats op de wereldranglijst. Zijn boek vereist duidelijk meer inspanning dan het doorwerken van een plaatjesboek.