Noorse schaatssport zit sinds gloriedagen van Koss in diep dal

Na het dankzij Johann Olav Koss uiterst succesvolle seizoen 1993-'94 presteerden Noorse schaatsers eerder dit jaar op het WK slechter dan ooit. Ook voor dit seizoen zijn de verwachtingen niet hooggespannen. Pas in 1998 verwacht de Noorse bondscoach weer over een schaatser van wereldklasse te beschikken.

OSLO, 18 NOV. De kantine van Valle Hovin, de vierhonderd meter kunstijsbaan in een grauwe buitenwijk van Oslo, doet de naam Kiosk alle eer aan. De ruimte is klein en voorzien van niet meer dan een paar houten tafels en krakkemikkige banken. Gezeten achter een toonbank verkoopt een rondbuikige vijftiger zuchtend koffie, blikjes fris, broodjes warme worst en een beperkte voorraad snoepgoed. Klandizie heeft de man op deze vroege dinsdagochtend nauwelijks. Slechts een moeder en haar kleine kind op ijshockey-schaatsen komen met een versnapering even bij van hun inspanningen op de baan. Zij bladert door een populair dagblad. Het ventje kijkt, balancerend op de veel te smalle ijzers, naar een muur vol foto's.

De portretten geven een aardig beeldverslag van de grootste successen uit de rijke geschiedenis van het Noorse langebaanschaatsen. Maar de foto's met beroemdheden als Rolf Falk-Larssen, Dag Fornaess, Fred Anton Maier, Per Ivar Moe en Knut Johannesen zeggen het misschien net vijfjarige joch uiteraard niets. Hij heeft alleen oog voor de gulle lach waarmee de laatste grote Noorse schaatskampioen hem aankijkt. “Johann Olav Koss”, zegt het knulletje trots tegen zijn moeder. Hij zal de naam nog een aantal keren herhalen, want Koss is prominent aanwezig op de muur van de Kiosk.

Als moeder en zoon even later aanstalten maken nog een baantje te rijden, begint de kantine vol te stromen. De leden van de Noorse kernploegen zijn gearriveerd voor een persconferentie en een aansluitende training op het ijs van Valle Hovin. Met uitzondering van Ådne S/ondrål, die figureert op een afbeelding met als middelpunt de stayer Geir Karlstad, zijn zij nog niet vereeuwigd op een foto aan de muur. Hun grote doorbraak moet nog komen. Voor de meesten niet alleen internationaal, maar ook nationaal.

Na de gouden schaatsjaren van Koss, die in zijn laatste seizoen (1993-'94) drie gouden olympische medailles won, even zoveel uiterst scherpe wereldrecords reed èn de wereldtitel veroverde, heeft Noorwegen internationaal een flinke stap terug moeten doen. Op het onder sterk wisselende weersomstandigheden verreden WK van vorig seizoen in het Italiaanse Baselga di Pine eindigden weliswaar drie Noren bij de eerste twintig, maar de best presterende Noor (S/ondrål) was in het eindklassement pas terug te vinden op de vijftiende plaats.

Noorwegen had voor het eerst in de toen 102-jarige geschiedenis van het wereldkampioenschap voor allrounders geen enkele schaatser bij de eerste twaalf rijders in het algemeen klassement. Na het WK liet Arild Gjerde, secretaris van de Noorse schaatsbond, zich dan ook zeer kritisch uit over de ontwikkeling van het topschaatsen in zijn land. “We zijn gewoon heel slecht bezig met het Noorse schaatsen”, zei hij. “We hebben ons te veel blind gestaard op de olympische successen van Johann Olav Koss. Om te achterhalen wat er dit seizoen precies is misgegaan, zal binnenkort een stevige evaluatie moeten worden gehouden.”

Die evaluatie heeft al weer geruime tijd geleden plaatsgehad. De voornaamste conclusie van bondsleden en de bondscoaches was dat de Noorse schaatsers in vergelijking met de naaste concurrenten vorig seizoen te weinig trainingsuren hebben gemaakt. Daarom is de trainingstijd voor dit seizoen uitgebreid. Ook hebben enkele schaatsers opdracht gekregen intensiever te trainen, omdat het volgens Gjerde daar bij menig kernploeglid nogal eens aan schortte.

De bond werkt aan een meerjarenplan waarin de Winterspelen van 1998 centraal staan. Alle grote toernooien tot die tijd zijn volgens Gjerde “uiteraard belangrijk, maar ondergeschikt aan de Spelen”. In het Japanse Nagano moet Noorwegen weer een van de beste twee schaatslanden zijn. Bij de mannen wil de schaatsbond op alle afstanden twee schaatsers bij de eerste zes zien eindigen, van wie een op een medaille-plaats.

Voor dit seizoen zijn de doelstellingen aanzienlijk minder hoog gesteld, vooral wat de allround-kampioenschappen betreft: één schaatser bij de beste zes van het EK en één bij de beste acht van het WK. De Noorse bondscoach, Svein-Håvard Sletten, meent echter dat zelfs die voor een schaatsland als Noorwegen toch verrassend bescheiden klasseringen “misschien wat hoog gegrepen zijn”. Voornamelijk, zegt Sletten, omdat de Noren dit seizoen niet kunnen beschikken over twee van hun vooraanstaande rijders, Kjell Storelid en Steinar Johansen.

Storelid, op de Spelen van vorig jaar achter Koss winnaar van de zilveren medaille op de vijf en tien kilometer, had al sinds mei van dit jaar maagklachten. Ruim een maand geleden moest hij een operatie ondergaan. Pas over een week of vijf kan hij de training volop hervatten, maar dat is te laat om op tijd in vorm te zijn voor de grote toernooien van begin volgend jaar.

Of Sletten ooit nog zal kunnen beschikken over Johansen is twijfelachtig. De Noorse allrounder raakte begin oktober betrokken bij een verkeersongeluk. Tijdens een fietstocht met Johan Olav Koss en enkele andere schaatsers werd hij aangereden door een vrachtwagen; Johansens rechteronderarm kwam onder een van de wielen terecht. Koss, die medicijnen heeft gestudeerd, verleende ter plekke eerste hulp. Daardoor kon volgens medici de onderarm in het ziekenhuis worden gered, maar volledig herstel is vooralsnog onzeker.

Door het wegvallen van beide routiniers zal Noorwegen dit seizoen op de allroundkampioenschappen waarschijnlijk worden vertegenwoordigd door onervaren maar volgens Sletten getalenteerde jonge schaatsers als Lasse Saetre en Remi Hereide. Ådne S/ondrål, na het wegvallen van Storelid en Johansen op papier Noorwegens beste en meest ervaren allrounder, laat het EK en WK over vier afstanden namelijk aan zich voorbij gaan. Hij concentreert zich geheel op de wereldkampioenschappen afstanden, die volgend jaar maart in het 'Vikingskipet' van Hamar voor het eerst worden gehouden.

De Noren zijn blij met de introductie van de WK-afstanden. Vooral in een seizoen waarin weinig wordt verwacht van de allroundkampioenschappen. Volgens Sletten heeft hij in S/ondrål, wiens specialisme altijd de 1.000 en 1.500 meter (zilver op de Spelen van 1992) is geweest, een schaatser die op die titelstrijd wèl voor een Noors succes kan zorgen.

Naar zo'n succes kijken vooral S/ondrål en zijn collega's in de Noorse kernploeg bijna verlangend uit. Want hoewel Koss al anderhalf jaar geleden is gestopt, is hij in eigen land nog altijd het gezicht van het Noorse schaatsen. Letterlijk: in de winkelstraten in Oslo staat hij in het rode schaatspak van de Noorse ploeg bijna levensgroot in de etalages van sportzaken, in een warenhuis prijst hij met slechts een handdoek om zijn middel lachend een middel tegen spierpijn aan. Ook op de verpakking van een bepaald merk kauwgom staat het lachende gezicht van Koss afgebeeld.

“Het is nog altijd Koss, Koss, Koss”, zegt S/ondrål. “Dat is natuurlijk ook wel te begrijpen. Niet alleen omdat hij een zeer groot sportman was, ook omdat hij zich nog altijd vreselijk fanatiek bezighoudt met allerlei liefdadigheidswerk. Voor ons is het niet altijd makkelijk dat hij overal nog zo nadrukkelijk aanwezig is. Steeds opnieuw worden wij met hem vergeleken, vooral wat prestaties en tijden betreft natuurlijk. Ik ben bang dat dat pas zal veranderen wanneer een van ons een wereldrecord van hem verbetert.”

Dat vermoedt ook Sletten, die dertien jaar lang de privé-coach was van Koss en vorig seizoen de succesvolle Hans-Trygve Kristiansen als bondscoach opvolgde. Maar de trainer weet ook dat een nieuwe 'super-kampioen' niet van de ene op de andere dag wordt geboren. “Het schaatspubliek zal geduld moeten hebben. Het zal een aantal jaren duren voordat wij weer een schaatser van een dergelijk hoog niveau hebben. Koss was de afgelopen jaren alles en dat is hij nog steeds, zelfs voor kinderen die nog maar net vier, vijf jaar oud zijn. De komende jaren naar prestaties gemeten minder zijn, maar in 1998, als de volgende Winterspelen worden gehouden, hopen wij weer een schaatser te hebben die de strijd met de absolute wereldtop kan winnen.”

Misschien is die schaatser wel Remi Hereide of Lasse Saetre. Naar alle waarschijnljkheid zullen zij met nog een derde landgenoot dit seizoen op de allroundkampioenschappen (EK en WK) de strijd aangaan met de drie Nederlandse toppers. Voor het Noorse schaatspubliek zijn zij echter nog grote onbekenden. Onopgemerkt door de tientallen recreatieve rijders op de ijsbaan van Valle Hovin kunnen ze ongestoord hun trainingsrondjes afwerken. Zoals Koss dat ooit kon, in de tijd dat hij nog geen plaatsje had aan de muur van de Kiosk.