Nolte verklaart het nazisme niet, hij praat het goed

De bekende Duitse historicus Ernst Nolte zei onlangs in een vraaggesprek dat hij er met zijn werken over Hitler-Duitsland vooral op uit is het nazisme “te begrijpen”.

Maar volgens Paula Gruber is hij er eerder op uit het nazisme goed te praten. Dat verklaart ook de blijvende fascinatie met zijn hersenspinsels.

Het is jammer dat een historicus van zo'n hoog niveau als Ernst Nolte zo uit zijn baan is geraakt dat historische revisie en het witwassen van de Hitler-periode voor hem tot obsessies zijn geworden. Zijn scherpzinnige maar helaas tegelijk controversiële manier van schrijven en zijn neiging scheve parallellen te trekken, zijn meer op gevoelens en mythen gebaseerd dan op feiten of wetenschappelijk onderzoek.

Nolte is uitgegroeid tot een van de belangrijkste verdedigers van Adolf Hitler en het nationaal-socialisme. Zijn standpunten herhaalt hij steeds opnieuw, waarbij hij hier en daar een nieuwe schokkende interpretatie toevoegt om de nazi-periode te vergoelijken. Een voorbeeld hiervan is het interview dat hij in deze krant had met André Gerrits (21 oktober). Blijkbaar zijn er toch mensen die van deze aanpak houden, anders zou men Noltes gevaarlijke intepretaties niet zo interessant gevonden hebben. Eigenlijk valt er niet veel nieuws te vertellen, ondanks Noltes fascinerende manier van schrijven. Toch vind ik het belangrijk de achtergronden van zijn oeuvre in herinnering te brengen en iets te vertellen over wat hij verkondigt.

Met zijn boek Der Faschismus in seiner Epoche (1963) kreeg Nolte de naam van een zeer kundig historicus. Ondanks een diepgaande analyse van extreem-rechtse ideologieën, werd zijn vergelijking van het fascisme met het nazisme echter ter discussie gesteld, omdat de ideologie van Mussolini een andere was dan die van Hitler. Terwijl bij het fascisme het streven gericht was op het creëren van een sterke staat, een hernieuwd Romeins Imperium, was bij Hitler de primaire rol weggelegd voor het ras, dat voor het toekomstige Duitse Rijk als basis zou dienen.

In de jaren zeventig ontwikkelde zich bij Nolte een neiging tot het maken van onjuiste historische analogieën. In zijn boek Deutschland und der kalte Krieg (1974) bespreekt hij onder andere de oorlog in Vietnam. Op pagina 528 schrijft hij: “Per slot van rekening hebben de Verenigde Staten nog een gruwelijkere versie van Auschwitz in praktijk gebracht.” Met deze vergelijking probeerde hij de unieke plaats van Auschwitz als het tot nu toe ongeëvenaarde symbool van de Duitse gruweldaden te ontkrachten, Hitlers tijdperk te relativeren en dit soort ideeën salonfähig te maken. In zijn boek maakt hij ook fantasierijke vergelijkingen tussen nazisme en zionisme, tussen het defensieleger van Israel en de Duitse militaire kracht en tussen de communistische partijen van beide landen.

In 1987 verscheen het boek 'Der Europäische Bürgerkrieg 1917-1945' en vanaf 1986 - het jaar dat de zogeheten Historikerstreit begon - publiceerde hij een aantal artikelen. De belangrijkste gedachtengang van Nolte was toen dat de gruweldaden van de nazi's niet als uniek beschouwd kunnen worden. Zelfs de massamoord op de joden en de Endlösung zouden niet zonder precedent zijn. Alleen de methoden waren meer aangepast aan de mogelijkheden van die tijd door technische innovatie. Daarmee bedoelde hij de gaskamers (Zwischen Geschichtslegende und Revisionismus, 1987).

Hitler en de nazi's gingen volgens Nolte door met het uitvoeren van “Aziatische acties” (bedoeld werd de Shoah) omdat zij zichzelf beschouwden als slachtoffer van een andere “Aziatische actie”, de Goelag. De massamoorden werden inderdaad door de nazi's begaan, geeft Nolte royaal toe, maar alleen als preventieve maatregel tegen de methoden van de vijand. Voor Nolte is Auschwitz een misvormde kopie van de vernietiging van de koelakken in de Sovjetunie en van de Goelag Archipel.

Nog een schokkende verklaring van Nolte is dat de joden grotendeels zelf schuldig zouden zijn aan hun vervolging door de nazi's, vooral door de opruiende houding van de joodse leider Chaim Weizmann, later de eerste president van de staat Israel. In 1939 deed Weizman een uitspraak in de Britse pers, waarin hij de toezegging deed dat de joden in geval van oorlog de westerse democratieën zouden bijstaan. Noltes interpretatie luidt dat deze uitspraak een bedreiging was voor de veiligheid van Duitsland, en Hitler dus gerechtigd was om de Duitse joden als krijgsgevangenen te behandelen. Dat de uitspraak van Weizmann een antwoord was op de vanaf 1933 escalerende misdadige maatregelen in Duitsland tegen de joden, zoals de Neurenberger Wetten van 1935 of de Kristallnacht (in 1938 nog maar een voorbode van de vernietiging van zes miljoen joden), dat ontsnapte blijkbaar aan het opmerkzame oog van Nolte.

Andere provocaties van joden, zoals het organiseren van en deelnemen aan partizanenbewegingen tegen de Duitsers, rechtvaardigden de grootscheepse slachtpartijen op joden door Einsatzgruppen. Door deze moord op meer dan een miljoen joden in Oost-Europa goed te praten, komt Noltes vreemde, zieke gedachtengang aan het licht. Misschien heeft hij toevallig op zondag 29 oktober de uitzending van 'Die Grube' door de ARD bekeken. Daar had hij namelijk de uitspraken van voormalige bevelhebbers van de Einsatzgruppen kunnen volgen: hoe zij niet alleen onschuldige de volwassen joden vermoordden, maar ook de kinderen die na de moord op hun ouders waren achtergebleven. Bij deze moordpartijen werden de joden vaak nog levend begraven.

In zijn boek Streitpunkte, Heutige und Künftige Kontroversen in dem Nationalsozialismus (1993) gaat Nolte onverdroten door met zijn argumenten. Net als degenen die de Shoah ronduit ontkennen, probeert hij de praktische mogelijkheid in twijfel te trekken om zes miljoen joden te vermoorden. Hier beweert hij dat zij niet alleen slachtoffers, maar ook helpers waren. Waren de joden soms niet sterk oververtegenwoordigd in de communistische beweging, vooral in Oost-Europa? Hielpen zij daardoor niet de bolsjewieken, de vijanden van het nationaal-socialisme? Was het dan niet gerechtvaardigd deze joden als vijanden te beschouwen? Was daarom de vernietiging van de joden geen reactie, gebaseerd op angst om zelf vernietigd te worden? Deze gedachtenkronkel is absurd. De stereotype redenering die de joden met het communisme associeert, is niet nieuw. Het feit dat de overgrote meerderheid van de vooroorlogse Oosteuropese joden vooral religieus was en het communisme als een goddeloze ideologie verafschuwde, is voor Nolte niet relevant.

In bovengenoemd vraaggesprek van 21 oktober doet Nolte zeer tegenstrijdige uitspraken. Zijn uitgangspunt - dat volgens hem het uitgangspunt van iedere historicus zou moeten zijn - is niet de wens het Derde Rijk goed te praten, maar het te begríjpen, niet om er begrip voor te tonen maar om onderscheid te maken tussen Verstehen en Verständnis. Maar in één adem voegt hij eraan toe dat hij wel begrip heeft voor de nazi's, voor hun idealisme en enthousiasme. Bedoelt hij hiermee het enthousiasme waarmee zij miljoenen mensen vermoordden? Of het idealisme dat zij uit hun bijbel Mein Kampf putten?

Nolte blijft de spot met de lezer drijven, wanneer hij beweert dat het anti-joodse motief in het denken van Hitler en de nazi-beweging ondergeschikt was aan het anti-communisme en dat de meerderheid van de nazi's door Auschwitz geschokt was. Mijn vraag is dan: wie heeft de Shoah dan veroorzaakt en de moord op de joden uitgevoerd?

Om naar recente tijden terug te keren: het ergert Nolte dat de muren in Duitsland beklad zijn met opschriften als Deutschland verrecke!. Blijkbaar heeft hij vergeten dat tijdens het nazi-regime Duitse kinderen op school en vaak ook thuis liedjes zoals Jude verrecke! met de paplepel binnen kregen. Zo'n 'grondige opvoeding' verdwijnt niet zomaar.

Ten slotte terug naar de vraag waarom er zo'n fascinatie bestaat met Nolte? Is het alleen nieuwsgierigheid om zijn weliswaar 'verwarde' maar toch intellectuele geest te volgen? Ik ben er niet zo zeker van. Nolte is zo gek nog niet als hij pleit voor de opheffing van de 'Auschwitz-Lüge'. Hij weet dat hij op een zekere achterban kan rekenen. Volgens mij is dat onder andere een reactie op eigen schuldgevoelens in verband met de Shoah. Net zoals de vergelijking van Auschwitz met Dresden of Joegoslavië.

Om te eindigen wil ik de definitie van de Shoah in herinnering brengen, zoals de Duitse historicus Eberhard Jaeckel die verwoordt: “De moord op de joden die door de nazi's is gepleegd, is daarom zo uitzonderlijk, omdat het nooit eerder is voorgekomen dat een staat met de autoriteit van een verantwoordelijk leiderschap besloot en verkondigde dat een bepaalde groep mensen, met grijsaards, vrouwen, kinderen en zuigelingen, in zijn geheel zou worden uitgemoord - en dit besluit uitvoerde met de toepassing van alle mogelijke middelen die de staat ter beschikking heeft.”